Kieran Hebden & Steve Reid :: The Exchange Session Vol. 1 & Vol. 2

Vuurwerk en confetti: Kieran Hebden, veldmaarschalk aan het hoofd van de sublieme eenmansformatie Four Tet en voltijds halfgod in laptoptronica-kringen, brengt een nieuwe plaat uit: The Exchange Sessions Vol. 2 is het logische vervolg op het gelijknamige Vol. 1, dat in februari dit jaar verscheen.

Samen met drummer Steve Reid, een grote meneer die de vellen beroerde bij James Brown, Fela Kuti, Sun Ra en een hoop andere legendes, gaat Hebden op The Exchange Sessions de improvisatorische toer op. Een kleine waarschuwing voordat de handjes collectief de lucht ingaan: elektronicaliefhebbers die een vijfde Four Tet-album verwachten haken nu maar beter af. Ook zenuwlijders, hartpatiënten en zij die hun muziek het liefst geserveerd krijgen op een bedje van traditionele songstructuren laten deze kelk beter aan zich voorbijgaan. Het goede nieuws is dat de doorzetters een uitstekend album te horen krijgen. Een album van twee artiesten die de frontlinies van hun respectievelijke genres met bravoure oversteken.

Beide heren gaven het Belgische publiek al een gesmaakt voorproefje van hun experimenteerdrift tijdens de jongste editie van het DOMINO-festival. In de Brusselse AB stonden toen het drumstel van veteraan Reid en de laptop van jonge hond Hebden in slagorde tegenover elkaar. Tussenin stond een leeg podium, symbool voor de te overbruggen kloof tussen twee verschillende generaties en muziekstijlen. Als openingssalvo liet de geroutineerde drummer wat minimalistisch geroffel de zaal in rollen. Hebden anticipeerde hierop met een arsenaal geluidlaagjes, geknetter en gepiep. Het startschot voor een uurtje toeven in het strijdperk van de free-jazz, waarin beide artiesten afwisselend elkaar op sleeptouw namen en waarbij gaandeweg de ritmes strakker werden en de elektronica meer weerhaakjes kreeg. Hebden en Reid bouwden op die manier een set met sublieme, complexe nummers die soms klonken als een oorverschroeiende kakofonie. Maar op de momenten dat de synergie tussen beide muzikanten de ritmes en geluidjes naar een hoger niveau tilde, kwam een grijns van oor tot oor tevoorschijn op de gezichten van Hebden, Reid én het publiek.

De twee albums, opgenomen in de Londense Exchange Studios, etaleren diezelfde sfeer en datzelfde speelplezier. De waarschuwing op het hoesje van Vol. 2, "All tracks are live takes with no overdubs or edits", is beslist geen promopraatje. Beide platen klinken alsof de heren zich op het podium van een rokerig jazzclubje bevinden en elkaar begeleiden op onbekend terrein, zich niet bewust zijnd van het steeds uitzinniger wordende publiek rondom hen. Het resultaat is een boeiende en veeleisende zoektocht waarbij de twee artiesten elkaar voortdurend aftasten en elkéén met de regelmaat van de klok een balletje opwerpt dat door de ander wordt opgepikt en waarop dan weer wordt voortgeborduurd. Zowel op Vol. 1 als Vol. 2 nemen Hebden en Reid de tijd om al die ideetjes gedurende drie tracks van gemiddeld 15 minuten lang, tot in de details uit te werken.

Op het eerste deel van het tweeluik hotsen en botsen de improvisaties nog een beetje alle kanten uit. "Morning Prayer" opent rustig met een monotoon oosters ritme en wordt begeleid door tinkelende belletjes. Wanneer Hebden de samples laat ontsporen, legt Reid er de zweep op: voortdurend tikkend tegen de cimbalen en met een dreigend geroffel stuwt hij het nummer naar een chaotische climax van hoge frequenties en een doffe basdrum. Op "Electricity And Drum Will Change Your Mind" vormen swingende drumritmes de grondlaag. Geruis en gebliep van computerspelletjes, eerst nog subtiel op de achtergrond, wurmen zich halverwege het nummer op het voorplan en richten een ware ravage aan. Vanonder het puin van dit hoogtepunt haalt Reid ten slotte een stel Afrikaanse djembéspelers die de brokstukken bij elkaar dansen.

Op Vol. 2 klinken de nummers strakker en thematischer. "Hold Down The Rhythms, Hold Down The Machines" is twintig minuten lang afwisselend opbouwen en uitbarsten, maar met meer melodieuze Four Tet-momenten én tegelijkertijd meer chaotische geluidsbrij. Op "Noemie" heeft Hebden een Aziatische bamboefluitspeler in zijn laptop gestoken, die vergezeld van een saxofoondeuntje, de improvisatie in alle rust op gang mag trekken. Reid volgt gedwee, maar wanneer de Aziaat met zijn nagels over de cimbalen begint te krassen, beslist de drummer het nummer om te vormen tot de soundtrack bij de Apocalyps.

Beide albums van deze geïnspireerde pioniers zijn vooruitstrevende pareltjes die echter gespitste oren en een scherpe geest vereisen om volledig tot hun recht te komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + dertien =