Stereophonics :: Live from Dakota

Het wordt lente. Het festivalseizoen dient zich met stille trom aan. De geur van bier vermengd met zure urine grijpt ons weer collectief naar de keel. Tijd voor een live-album moet Stereophonics gedacht hebben. En zo geschiedde. Op Live from Dakota blaast, tiert en schreeuwt Zijne Koninklijke Ergernis Kelly Jones, artistiek leider van Stereophonics, er weer duchtig op los. Het resultaat is zoals vanouds een mix van beschamende momenten en hoogtepunten.

Stereophonics heeft bij de fijnproevers zijn gelovigen en ongelovigen, dat is oud nieuws. Helaas voor hen is de groep van ongelovigen een pak groter. Het irritante gedrag van zanger Kelly Jones is daar waarschijnlijk niet vreemd aan. Thom Yorke is a miserable twat (sommige termen vertaal je beter niet), Matt Bellamy van Muse reikt niet hoger dan zijn eigen kont. Hoge bomen vangen veel wind. Omhooggevallen bomen, nog véél meer.Toch slaagt Stereophonics er al jaren in om niet te verdrinken in de emmers kritiek die de laatste jaren over hen werd uitgekapt. En dat hoeft niet eens te verbazen. Jones kan in zijn jonge leven al enkele pareltjes van songs op zijn conto schrijven die, liefhebber of niet, aan de hersenpan blijven kleven. "Mr.Writer", "Just Looking" en onlangs "Dakota", allen getuigen ze van vakmanschap. "Maybe tomorrow" haalde niet zomaar de soundtrack van oscarwinner Crash.

Na vijf studioalbums, nu dus een dubbele live-plaat van een optreden in het kader van de Language.Sex.Violence-tour. Het is verwonderlijk dat de gebronsde, proper geföhnde marketingboys van V2, de platenmaatschappij van oppermaagd Sir Richard Branson, nog niet eerder op dat briljante idee kwamen. Stereophonics is toch boven alles een live-groep, met haar traditionele rockgeluid, de theatrale attitudes van Kelly Jones en zijn schreeuwerige, rauwe, schorre stem. Dat bewees de groep in juli 2005 nog tijdens de live 8-concerten in Hyde Park, Londen.

Mensen die tuk zijn op verrassingen, hoeven zich echter niet omwille van "Live from Dakota" naar de platenboer te reppen: de plaat staat er niet echt bol van. De enige vreemde eend in de bijt is "Jayne", dat vooralsnog niet de wereld ingestuurd werd voor de rest wordt er veel uit Language.Sex.Violence geput. "Superman", "Devil" en "Doorman" trappen krachtig af maar tappen geregeld uit hetzelfde vaatje: een rauwe Kelly Jones, strak, stoer en vuil gitaarwerk, Amerikaans getinte rock. Herkenbaar, dat wel. Ook "Pedalpusher" onderscheidt zich niet echt van zijn broertjes, "Deadhead" lijkt zelfs een onbedoeld saluut ter ere van Greenday of Offspring, weliswaar ontsierd door een overdaad aan exposure, u gebracht door Kelly Jones. Een probleem waarvoor hij trouwens dringend eens bij zijn huisarts moet langsgaan, want het loopt als een rode draad door het hele concert heen. In "Maybe Tomorrow" is het nauwelijks nog om aan te horen. Dan had hij er beter aan gedaan zijn broek én onderbroek voor heel Noord- en Zuid-Dakota af te steken. Het had hem in ieder geval een hoop gêne en oeverloze schaamte bespaard.

Het nieuwe werk werd daarnaast wat aangedikt met wat men Stereophonics’ finest kan noemen. "Mr Writer" passeert de revue, "Maybe Tomorrow" werd van drums en bas ontkleed, "Just Looking" blijft ook live van een sterke riff voorzien en "The Bartender and the Thief" kon nog altijd op veel gespring en goedkeuring rekenen. Alleen Mike d’Abo’s "Handbags and Gladrags", dat sinds The Office onmiddellijk associaties oproept met de zielige papierdirecteur David Brent, lijkt te ontbreken. Tenzij de auteur de hidden tracks tot op heden nog niet heeft gevonden.

Stereophonics houdt met "Dakota" tenslotte het beste van haar kunnen tot het laatste. Een waardige afsluiter van wat niets meer was dan een onderhoudend concert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + zes =