Mystery Jets :: Making Dens

Eel Pie Island – een eiland gelegen in West-Londen, in de Thames –
telt vijftig huizen, honderdtwintig inwoners, twee kleine
natuurreservaten, een roeiclub, een jachthaven en een popgroep.
Mensen die graag grasduinen in de annalen van de Popgeschiedenis
zullen de naam Eel Pie Island misschien al eens eerder zijn
tegengekomen. Het eiland – en meerbepaald het gelijknamige hotel –
is de afgelopen eeuw meermaals het decor geweest van allerhande
muzikale festijnen en uitspattingen: van mondaine dansfeesten in de
jaren ’20 en 30, jazzpartijtjes in de jaren ’50 en optredens van
grootheden als The Stones, The Yardbirds, The Who en Led Zeppelin
in de sixties.
Vandaag is Eel Pie Island de uitvalsbasis van Mystery Jets, in
navolging van Kaiser Chiefs,
Bloc Party en Arctic Monkeys het nieuwe troetelkind
van de Britse muziekpers. Nu moet er over het kanaal niet veel
gebeuren om uitgeroepen te worden tot Redders van de Hedendaagse
Muziek, in het geval van Mystery Jets kunnen we er niet om heen dat
de media exposure die de vijf aanvankelijk kregen vooral had te
maken met Het Verhaal van de band. Een reeks indrukwekkende singles
en dito optredens later echter werd de focus al gauw verlegd naar
het muzikale terrein, en afgaande op de pas verschenen debuutplaat
‘Making Dens’ kunnen we alleen maar hopen dat dit nieuwe Snoepje
van de Maand nog héél lang mag nasmaken.

Maar eerst – off the record, zo u wil, vóór we over de
muziek beginnen – Het Verhaal. Want het was een nare gebeurtenis
die aan de basis lag van het ontstaan van de groep: zanger Blaine
Harrison werd geboren met een afwijking die hem levenslang
veroordeelde tot het gebruik van rolstoelen en krukken, en hem als
kind en puber voor een groot stuk isoleerde van zijn
leeftijdsgenoten. Gelukkig slaagde vader Henry erin zoonlief warm
te maken voor muziek en met succes: Blaine was nauwelijks van de
lagere school af toen hij met zijn beste vriend Will Rees en zijn
pa Henry de Mystery Jets opstartte. Maar dat was tien jaar geleden.
In tussentijd werd de groep nog aangevuld met bassist Kai Fish en
drummer Kapil Trivedi, en sinds deze bezetting op poten staat is de
bal pas echt aan het rollen gegaan.

Maar ook zonder Verhaal nemen Mystery Jets in het huidige Britse
muzieklandschap een unieke plaats in. Wanneer het enkele jaren
geleden nog not done was terug te grijpen naar de jaren ’80
als inspiratiebron, gaan zij – allicht onder invloed van de
55-jarige Henry H. – nog een paar stappen verder. Ze halen hun
mosterd bij de krautrock van Can en Amon Düül, de (vaak verguisde) progrock
uit de jaren ’70, de psychedelica van de vroege Pink Floyd en de
rijke Angelsaksische folk- en poptraditie. Maar nergens klinkt de
plaat gedateerd, en met hun eclectische sound moeten Mystery Jets
ook aansluiting kunnen vinden bij de fans van ondermeer Dexys
Midnight Runners, Patrick Wolf,
Badly Drawn Boy, en zelfs The Futureheads.

Als geheel valt ‘Making Dens’ nog het best te vergelijken met een
stoffige, propvolle maar o zo gezellige speelkamer. En dat
onderscheidt hen dan ook meteen van de echte progressive rock uit
de seventies: terwijl dat genre kreunde onder (en ten slotte ten
onder ging aan) haar eigen bombast en protserigheid, klinken
Mystery Jets uitermate fris, speels en spontaan. Slechts zelden
wordt de grens van vier minuten overschreden; in plaats van elk
ideetje uit te rekken tot een halfuur (zoals dat dertig jaar
geleden de regel was) lijkt er op ‘Making Dens’ voordurend iets te
gebeuren. Maar ondanks dat spontane uiterlijk werd er wel degelijk
heel goed nagedacht over de songs en kwam er duidelijk een strakke
hand aan te pas om alle, verschillende kanten tegelijk opspringende
ideetjes in het gareel te doen lopen.

Na een ‘Overture’ (die ons de tijd geeft om nog gauwgauw de laatste
meubels uit de weg te zetten) hakt de band er meteen stevig op los
met ‘You Can’t Fool Me Dennis’, een song die net als
collega-singles ‘The Boy Who Ran Away’ en ‘Alas Agnes’ een refrein
meekreeg met een hoog ‘Stop al je zorgen in je plunjezak en fluit!
Fluit! Fluit!’-gehalte. Alle drie catchy as hell, maar lang
niet de prijsbeesten uit deze stal. Eén van de twee absolute
hoogtepunten van ‘Making Dens’ is het broeierige, stampende en
stompende ‘Zoo Time’: een brok waanzinnige prog, waarin de drums
uit Duran Durans ‘Wild Boys’ en rammelende potten en pannen worden
gekoppeld aan een losgeslagen bas, spacy keys en de ‘…And
More’-chant uit Can’s ‘Flow Motion’.
In de andere songs gaat het er veel rustiger aan toe. Met ‘Purple
Prose’ en ‘Diamonds in the Dark’ zetten Mystery Jets twee
beheerste, perfecte popsongs neer, maar nóg mooier wordt het met
het stemmige ‘Soluble in Air’ (heel mooi pianoriedeltje), ‘Horse
Drawn Cat’ (Badly Drawn Boy-meets-Syd Barrett) en de met stemmige
strijkers opgesmukte psychedelische folk van het titelnummer. Maar
dé Oscar is voor ‘Little Bag of Hair’, een onwaarschijnlijk mooie
kippenvelsong waarin Blaine Harrison de luisteraar even een kijkje
gunt in het zielenleven van een opgroeiende jongen met een fysieke
handicap.

Het is momenteel nog veel te vroeg om uitspraken te doen over de
eeuwigheidswaarde en de houdbaarheidsdatum van deze band, maar wij
willen nu al ‘Making Dens’ toevoegen aan ons lijstje genomineerde
voor Plaat van het Jaar én Band van het Jaar. Maar zoals we eerder
al stelden in onze bespreking van We
Are Scientists
: u hoeft het niet met mij eens te zijn en ik
hoef het niet u eens te zijn, zolang we het dààr maar over eens
zijn!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =