Bauhaus

AB, Brussel, 05/02/06

Zelden zo weinig hoop gehad op een goed concert. Met nauwelijks
nieuw materiaal, peperdure concerttickets en bandleden die stilaan
met een rolstoel het podium op geschoven dienen te worden, klinkt
de absolute-last-ever-farewell-never-to-be-seen-again-reunion
tour
van Bauhaus als geldklopperij. Laten we wel zijn:
de gloriedagen van de new wave zijn lang passé, slechts enkele
bands slagen er in om de dertigers en veertigers éénmaal per jaar
(als ze eindelijk een babysit gevonden hebben) hun zuurverdiende
centen en masse te spenderen aan de grillige carrieresprongen van
hun vroegere idolen. Uw BW was dus klaar om zijn giftigste pijlen
ooit boven te halen, zijn pen in puur arsenicum te doppen en een
recensie te maken die zo giftig was dat het lezen van de titel
alleen al genoeg was geweest om een vrome katholiek morsdood te
laten vallen.
Wel gezellig, die avond. Het obligate zwart bleek niet echt een
must meer te zijn, alhoewel er enkele die-hards enkele dagen in de
weer waren geweest met haarspray, make-up en netkousen. Ik trok
mijn beste veiligheidsspeld door beide oogleden en zocht me een
plekje in volledig uitverkochte AB.

Om kwart voor negen trok Bauhaus het concert op gang. Geen
voorprogramma. Daniel Ash had met zijn haar in een geishastaart en
bolle zonnebril voor een insectachtige look gekozen. Peter Murphy,
gentleman vampire als altijd, dook op boven de rij
gitaarversterkers van Ash om van daar het eerste nummer te brengen.
Dat het geluid meteen vrij goed zat, was mooi meegenomen. Alhoewel
het niet echt moeilijk mag zijn om een band met drie instrumenten
deftig af te mixen, was noise-kunstenaar Daniel Ash die avond niet
altijd even helder te horen. ‘In the Flatfield” ‘zette direct de
goeie toon voor het héél sterk begonnen concert. In snel tempo
volgden ‘Couple Kill Colonel’, ‘She ‘s in Parties’ en alle denkbare
Bauhaus hits mekaar op. De twelvestring van Daniel Ash verzoop
tijdens ‘The Passion of Lovers’ helaas in de mix, maar dat kon de
pret niet drukken. Murphy liep vinnig te ijsberen over het podium,
al kwam hij af en toe wel onzacht in aanraking met monitors,
gitaarkabels of een complete Daniel Ash, die ook zijn tachtig
percent van de beschikbare ruimte opeiste. De clash tussen de twee
ego’s bleef uit, maar toch kreeg je het gevoel dat je niet naar een
echte band stond te kijken. Iedereen speelde wel – ongeveer
tegelijk – dezelfde song, maar een echt hechte eenheid stond er
niet op het podium. Maar die enkele kleine foutjes vergaf je hen
met plezier, want de fragiele nummers die slechts weinig kunnen
verdragen, stonden er wel héél sterk.
Jammer genoeg moesten er enkele obligate monotone nummers in de set
zitten voor de echte fans. ‘Stigmata Martyr’ heeft mij nooit
bekoord, maar ik zag dat Bauhaus-fans hier haast euforisch van
werden.

Pas tijdens het tweede deel van de set werd het publiek echt wild.
Jammer dat in de Dead Can Dance cover ‘Severance’ de obligate
drumgeluiden de sfeer verpestten. Peter Murphy haalde met gemak een
mooi timbre uit de kast om dit nummer te brengen. Wat die
keteldrums daar bleven doen, was dan ook een raadsel.
Een ode aan Joy Division in de vorm van ‘Transmission’ gaf de hele
zaal de boost die ze nodig had. Steengoeie versie, Ash en Murphy in
topvorm. Een kort stukje ‘Telegram Sam’ ging naadloos over in
‘Ziggy Stardust’ en de tent was te klein. Hoewel we op dat moment
reeds diep in de set verzeild waren, toonde Murphy’s stem nog geen
enkel teken van vermoeidheid en zette de band een fantastische
versie neer.

En natuurlijk werd er afgesloten met ‘Bela Lugosi is Dead’.
Onverslijtbare klassiekers als deze houden een band als Bauhaus op
de baan. En gezien het charisma, de speelkwaliteit en de presence
van deze groep kkunnen ze nog even doorgaan. Van mij mogen ze. Alle
eer die er te behalen viel werd moeiteloos ingenomen. Je kan met
een gerust hart deze oude Gothen in het vak gaan be kijken, ze
stellen absoluut niet teleur. Oude glorie die nog niet vergaan is!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 11 =