Mercelis :: ”Nu moet het lukken”

Ooit was hij een veelbelovende jongeling met een nog meer belovende debuutplaat. Ze flopte, en hij verdween voor negen jaar in een relatieve obscuriteit. Maar The Hopes And Dreams Of A Drunk Punk werd niet vergeten, net zomin als die Jef Mercelis. Negen jaar later wordt er meer dan één blij verraste kreet geslaakt wanneer de songsmid eindelijk terug blijkt.

enola: Jef! Na negen jaar! Wat heeft je zolang bezig gehouden?
Mercelis: “Ik heb zeker niet stilgezeten. In 1998 hebben we met de oude groep nog demo’s opgenomen, maar toen de platenfirma failliet ging en mijn drummer Nico solo ging, was het gedaan. Daarna ben ik met Geert Van Bever gaan spelen, maar daar kwam ruzie van en het liep dus op niets uit. Twee jaar later was er dan Zon&Zero met Guy Van Nueten. Ook met hem ben ik beginnen opnemen, maar in de studio is ook dat fout gelopen.”
enola: Ben je zo’n moeilijke mens dan?
Mercelis: (aarzelend) “Neen. Volgens mij waren zij eerder moeilijke mensen. Ego’s waarschijnlijk. Ach, op een bepaald moment gaat het gewoon niet meer en dan kun je er beter mee stoppen. Ik heb altijd gezocht naar anderen om mee te werken, dat vond ik belangrijk. Terwijl ik nu begin te zien dat het veel gemakkelijker is als je eerst de krijtlijnen uitzet en pas achteraf mensen zoekt om die in te vullen.”
enola: Je laat je kinderen moeilijk los?
Mercelis: “Ja. Als ik het niet goed vind, dan wil ik het niet uitbrengen. Dat was ook de reden waarom ik besloten heb om de samenwerking met die mensen te stoppen, omdat iets uit mijn handen aan het glijden was en het toch niet helemaal was wat ik wou.”
enola: Ben je misschien een beetje een controlefreak?
Mercelis: “Ja. (denkend) Ja. Maar als je iets echt niet goed vindt, moet je het niet uitbrengen, daar ga je anders altijd spijt van hebben.”

enola: Elke keer opnieuw zocht je een partner. Dacht je dan nooit “Foert, ik doe het wel alleen”?
Mercelis: “De laatste keer dus wel, en zie: nu is de plaat wel uitgekomen. Zeker na al die mislukte samenwerkingen wilde ik het zelf doen. Dat waren grote producties, nu wilde ik vooral snel iets uitbrengen. Het moest iets heel rustigs worden, iets kleins dat ik met het weinige materiaal dat ik heb thuis kon opnemen. En ik wilde meer aandacht geven aan de zang, door subtieler te werk te gaan en me daar op toe te leggen. Vroeger riep ik meer, nu wilde ik echt zingen. Als je Nick Drake hoort, dat is waanzin: hij gebruikt bijna geen volume en toch is dat zo intens. Daardoor ben ik beginnen nadenken hoe je de aandacht kan trekken op andere manieren.”

enola: Uiteindelijk riep je toch de hulp van Kris Dane in voor Western Union.
Mercelis: “Ik heb de plaat alleen thuis opgenomen op computer, en op een bepaald moment zat ik vast: het moest immers wel een soloplaat blijven maar er moest toch meer bij dan alleen mijn stem en een akoestische gitaar. Kris is een goeie vriend van mij, en na een week proberen begreep hij heel goed waar ik heen wilde. En zo is hij de producer geworden die me hielp bij de arrangementen en ook de selectie van welke nummers op de plaat kwamen. Eigenlijk is Western Union bijna een schilderij: we hebben stem en gitaar als basis genomen en daarrond zijn we gaan schilderen met klanken.”

enola: Waarom zocht je die samenwerkingen eigenlijk? Uit onzekerheid?
Mercelis: “Ja. En ook omdat ik het belangrijk vond om met anderen samen te werken. Ik ben niet zo’n egotripper die per se alleen zijn eigen ding wil doen, ik wil zien wat het geeft met andere mensen, mijn nummers aan anderen geven en dan zien wat zij er mee doen.”
enola: Maar het botste als ze er te veel hun ding mee deden?
Mercelis: “Uiteindelijk, als je het echt gaat afgeven en zij geven de indruk dat het niet meer van jou is, dan wordt het wel moeilijk.”

enola: Als je naam in die stille jaren dan toch af en toe viel, dan werd er al eens iets over drugs gefluisterd.
Mercelis: “Daar heb ik ook nog dingen over opgevangen. Toen ik na jaren nog eens in de Wirwar in Turnhout zat, kwam er iemand op me af: “Jef Mercelis! Jij leeft nog! Ik dacht dat jij aan een overdosis was gestorven.” Nochtans heb ik niet uitzinnig aan de drugs gezeten, hoogstens af en toe.”
enola: Dat krijg je als je een nummer als “Overdose” geschreven hebt.
Mercelis: “Dat nummer ging nochtans helemaal niet over mezelf maar over een vriend die met dat soort dingen bezig was.”

enola: Hoe kijk je na al die jaren terug op The Hopes And Dreams…?
Mercelis: “Die plaat vind ik nog altijd ok: al zou ik het nu zo niet meer doen, ik deed toen wat ik wilde doen. Voor de rest hebben we het niet op de beste manier aangepakt, zeker wat betreft het verkopen ervan was ik veel te naïef. Ik wilde die plaat wel uitbrengen, maar tegelijk zei ik in interviews dat bekend worden mij helemaal niet interesseerde. Als je dat nu bekijkt, is het nogal debiel.”
enola: Je leek me altijd wel iemand die zichzelf inderdaad niet echt kan verkopen.
Mercelis: “Ik had daar iets tegen, maar daar ben ik nu gelukkig van af. Allez, je moet geen platen uitbrengen als je jezelf niet wil verkopen. Het is stom dat The Hopes And Dreams… niet meer te krijgen is, maar bon: als ik ondertussen geen platen meer uitbreng is het logisch dat de platenfirma hem niet verder verdeelt.”

enola: Ook toen wist je goed wat je wilde: Rudy Trouvé mocht op enkele nummers ingrijpen, maar je hoefde geen producer.
Mercelis: “Nog altijd niet. Kris mocht helpen, omdat hij Kris was. Het lijkt me gewoon nogal onzinnig om veel geld te geven aan een kerel die je van haar noch pluim kent en die je dan aanwijzingen geeft, waarbij het werk op korte tijd af moet zijn omdat het allemaal geld kost.”

enola: The Hopes And Dreams… is altijd blijven leven. Als je nu speelt wordt er nog altijd geschreeuwd om “Bathroom Song”. Wat doet dat met je?
Mercelis: “Het had anders moeten lopen, negen jaar geleden. Maar ik vind het wel raar dat het zo is blijven leven, want ik heb ondertussen ook andere dingen gedaan voor theater en dans waar bijna niemand weet van heeft. En toch merk je dat zelfs bij radiozenders mensen op je zaten te wachten. “Alley” zit zelfs opnieuw in de “100 op 1″-lijst van Radio 1 voor het beste Belgische nummer.”
“Nu ik opnieuw een groep heb, wil ik dat oude materiaal overigens wel weer spelen. Toen ik het laatste jaar solo optrad, wilde ik enkel nieuw materiaal brengen, misschien af en toe eens één oud nummer, maar nu begin ik er opnieuw zin in te hebben.”
“Als ik nu die oude teksten lees, dat was toch tamelijk naïef en schoon, maar totaal niet meer hoe ik nu nog over de dingen denk. Zelfs uit “Bathroom” laat ik een stukje tekst weg als ik het nummer nu nog zing.”

enola: Wat als ook Western Union ondanks alle lovende kritieken flopt?
Mercelis: “Het wordt geen flop, sowieso niet want ik ben heel blij met de plaat en ik heb een goeie groep gevonden. Mijn plan is om nu binnen anderhalf jaar opnieuw een plaat uit te brengen. Normaal zal dat wel met een groep zijn. Ik heb nu veel meer visie op hoe dat moet gebeuren, ook omdat het goed klikt tussen ons. Ik heb acht jaar alleen gewerkt, ook aan die filmprojecten, altijd alleen achter de computer: op het einde jeukte het om met mensen te spelen.”

enola: In 2006 horen we sowieso nog nieuw werk van je?
Mercelis: “Ja, want ik schreef de soundtracks voor Komma van Martine Doyen met Arno in de hoofdrol en ook voor Ca m’est égale si demain n’arrive pas van Guillaume Malandrin, die allebei volgend jaar uitkomen. Soundtracks maken was voor mij een tijdelijke bevrijding: het dwingt je mee te gaan in de trip van iemand anders waardoor je hoofd leger is dan als het je eigen project is. Het is zoeken naar een specifiek geluid voor elke film. Daarvoor moet je in het hoofd van iemand anders vertrekken om van daar uit een geluid te creëren dat nog niet bestaat.”

goddeau. En nu? Western Union is definitief een nieuwe start?
Mercelis: “Ja. Nu moet het lukken. Het goeie is dat ik nu mijn eigen platenfirma heb en met Bang! heb ik een distributeur die op dezelfde golflengte zit. Dat lijken me op lange termijn alleen maar goeie dingen. En ook de pers reageert erg positief. Ik had zelfs niet verwacht dat de verwachtingen zo hoog zouden liggen, maar dat is goed. Ik heb de plaat gemaakt die ik wilde maken. Ik vind ze goed en als mensen dat niet vinden ga ik mijn mening erover daarom niet veranderen. Ik kom wel graag buiten met wat ik doe maar ik hang niet af van wat de buitenwereld ervan denkt.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 16 =