Tomàn :: “Goede en slechte optredens zijn subjectief




Naast een oud-Perzische munteenheid is Tomàn ook een
beloftevolle West-Vlaamse groep die dit jaar met Catching A Grizzlybear, Lesson One een
mooi debuut én één van de grappigste cd-titels van afgelopen jaar
afleverde. In het Vooruitcafé had emola een gesprek met Bram
Pauwels (gitaar, toetsen) en Jens Vanysacker (bas) over weidse
polders, optredens in beschonken toestand en allesrelativerende
humor.

Ego’s

enola: Hoe is Tomàn ontstaan?
Jens: Bram en Wouter, de twee gitaristen, kenden elkaar al
langer en zij waren al een jaartje aan het prutsen.
Bram: Ja, we zaten allebei in Gent in onze eerste
kandidatuur en we hadden elk een gitaar staan. We hebben toen
besloten om samen iets te doen.
Jens (glimlachend): Er zijn toen géniale nummers
geschreven.
Ik ben erbij gekomen omdat ze nog iemand zochten met een basgitaar
en we kenden elkaar van op de trein naar Diksmuide.
Bram: Toen is er nog een drummer bijgekomen, maar die is
dan vertrokken op wereldreis. De broer van Wouter had ondertussen
echter al zitten prutsen op de drums tijdens repetities en op die
manier is Lode onze drummer geworden.
enola: We kunnen dus spreken van een hecht
vriendengroepje?
Jens: : Zeker weten. (ironisch)
Anders waren we al lang gesplit met al die ego’s in de band. We
zijn begonnen in 1999 en Lode heeft zich bij de groep gevoegd in
2002. Kort daarna zijn we dan met onze eerste ep op de proppen
gekomen en zijn we beginnen optreden.

Landelijke sfeer

enola: Een nummer van jullie heet ‘Happiness Is A Foreign
Landscape’, maar jullie plaat is wel opgenomen in een West-Vlaamse
boerderij.

Jens: (lacht) Dat is toch ook ‘happiness’? Maar niet
bepaald erg ‘foreign’. Bram: We vonden het gewoon
een mooie titel. Het klinkt goed en ik denk dat onze muziek wel
sporen van de Westhoek in zich draagt.
enola: Jullie muziek lijkt inderdaad beïnvloed door die landelijke
sfeer.

Bram: Ja, zeker.
Jens: Je moet er vooral niet te veel achter zoeken. Als we
een nummer geschreven hebben, moeten we nog een titel vinden en dan
kiezen we gewoon voor iets poëtisch, maar het kan even goed iets
belachelijks zijn.
enola: Hebben jullie de plaat dan opgenomen tussen de koeien en de
schapen of wat moet ik me daarbij voorstellen?

Bram: Neenee, die boerderij stond leeg. Die boer was op
pensioen en woonde daar niet meer. Wij waren op zoek naar een
stille plek om ons af te zonderen en hij heeft ons dat voorstel
gedaan. Maar we zaten wel degelijk in het woongedeelte en niet in
de stallen.
Jens: Het was toen juist erg koud. Het heeft twee weken
gevroren, dus veel dieren waren er niet.
enola: Is het niet moeilijk om zo’n huis om te bouwen tot een
studio?

Jens: Eigenlijk wel, achteraf gezien bleek het toch niet
zo’n goede keuze. We hebben toen wel veel bijgeleerd.
Bram: Het materiaal om op te nemen hebben we wel, dus we
kunnen bij wijze van spreken overal liedjes inspelen. Maar het was
inderdaad niet optimaal omdat er overal houten wanden waren die
spontaan begonnen mee te trillen met de bassen. De volgende plaat
wordt zeker opgenomen in een echte studio.

How to catch a grizzlybear

enola: Jullie muziek is niet bepaald vrolijk te noemen. Zijn
jullie weemoedig van aard?

Jens: Toch niet. Postrock wordt altijd geassocieerd met
intellectuelen en kunstige types en dergelijke. Zo zijn we helemaal
niet. Er zit wel iets melancholisch in onze muziek, maar ik zo het
niet droevig noemen.
Bram: Dat klinkt zo negatief.
enola: Maar die melancholische sound ligt Tomàn wel het
best?

Jens: : Het is gewoon het soort muziek waar we zelf het
meest naar luisteren, denk ik.
Bram: (lacht) Het zijn gewoon opnieuw die weidse polders
die het hem doen.
enola: Dat jullie gevoel voor humor hebben, blijkt wel uit de
titel van de plaat en de woordspelingen in de songtitels, ‘Paula
Roid’ bijvoorbeeld.

Jens: Dat is waar. Daaruit blijkt dat we zeker geen
triestige zielen zijn of zo. Om het even over de titel van de plaat
te hebben: Catching A Grizzlybear,
Lesson One
. Is die beer een metafoor voor de sceptische
luisteraar die Tomàn voor zich wil winnen? Jens: Hmm, die
uitleg hebben we nog nooit gehoord.
Bram: (lacht ironisch) Maar dat bedoelen we inderdaad. Je
bent de eerste die het merkt.
Jens: Het is wel leuk dat mensen die titel op zoveel
manieren kunnen interpreteren.
Bram: Over één ding waren we zeker: er moest een dier in
voorkomen. ‘Grizzlybear’ vonden we simpelweg de best klinkende
dierennaam. Het heeft iets wilds, maar ook iets zachts en
teder.
Jens: De plaat ging eerst gewoon ‘How To Catch A
Grizzlybear’ heten, maar toen bracht U2 juist ‘How To Dismantle An
Atomic Bomb’ uit en moesten we iets anders vinden.
enola: Jullie hebben het zelf al vermeld. De muziek van Tomàn
wordt gecategoriseerd onder de noemer ‘postrock’. Is dat een bron
van ergernis of kunnen jullie je daar wel in vinden?

Bram: Dat interesseert me niet.
Jens: Mensen willen overal een term op kleven. Als je
vertelt dat je muziek maakt, moet je steevast uitleggen om wat voor
muziek het gaat. Er zijn al zoveel benamingen: postpunk, postrock,
zelfs al postpop. Wij streven niet naar muziek maken die bij een
bepaald genre thuishoort. Als men ons onder de noemer ‘postrock’
wil onderverdelen, dan doen ze maar.
Bram: Net zoals elke band hebben we onze invloeden en die
blijken natuurlijk uit onze muziek.
enola: Misschien verveelt het volgende jullie meer: in vele
recensies wordt Tomàn een gebrek aan originaliteit
verweten.

Jens: Wat is tegenwoordig nog origineel? De lijst van
Arriba staat vol met bands die de jaren tachtig recycleren.
Origineel uit de hoek komen hoeft toch niet de eerste en
belangrijkste doelstelling van een groep te zijn?
Bram: Je maakt gewoon liedjes en als dat weinig origineel
wordt genoemd, dan is dat maar zo.
enola: In tegenstelling tot Mogwai en Explosions in the Sky hoor
ik bij Tomàn weinig noise-uitbarstingen. Zijn jullie vies van
gierende gitaren?

Bram: Dat is waar. Als mensen Mogwai als referentie
noemen, klopt dat dus niet, want zij maken bijna voortdurend
gebruik van fuzz en wij niet.
Jens: We zijn zeker niet vies van hard gitaarwerk. We
hebben bijna elk drie of vier distortionpedalen. Live klinken we
dan ook veel steviger dan op plaat.
Bram: De nieuwe plaat wordt zeker wilder.
Jens: We vinden onze eerste plaat toch wat te braafjes
klinken. Het is allemaal wat te gepolijst en dat moet in de
toekomst anders.

Buikgevoel

enola: Jullie zijn aan een platencontract geraakt omdat Geert
Plessers van Confuse The Cat jullie heeft opgemerkt in het
voorprogramma van Death Cab for Cutie in de AB, een optreden dat
sommigen van de band maar niks vonden. Dat is wel
ironisch.

Bram: Goh ja, wat is een goed of een slecht optreden? Dat
is zo subjectief. Soms vinden wij het inderdaad slecht, maar zijn
de reacties achteraf erg lovend. De ervaring voor de muzikanten is
vaak heel anders dan die voor het publiek.
Jens: Ons beste optreden (dachten we toen) hebben we
gespeeld in Sevilla en we waren allevier strontzat. Achteraf zagen
we dan een video van die gig en het leek absoluut nergens
naar.
Bram: Dat optreden in de AB kwam toch net iets te vroeg.
We hadden nog geen plaat uitgebracht, dus we werden echt voor de
leeuwen gegooid.
enola: Dat optreden was geregeld door Kurt Overbergh, artistiek
directeur van de AB. Jullie moeten wel indruk hebben gemaakt of
ligt het gewoon aan goede connecties?

Bram: Als je maar genoeg je demo rondstuurt, lukt dat wel.
Als we Kurt tegenkomen op straat, zeggen we goeiedag. Dan kun je
nog niet van een connectie spreken. Moesten we vragen of we
volgende week in de AB mogen spelen, zal hij zeker weigeren. Het
moet passen in het kader van een bepaalde avond.
Jens: We hebben wel vlug aandacht gekregen, dat klopt.
Onze demo is onmiddellijk in Duyster uitgezonden, dat kunnen weinig
groepen zeggen. Dat heeft ook met geluk te maken zeker?
enola: Is dat niet al te bescheiden?
Jens: : Nee, het heeft zeker ook met geluk te maken.
Bram: Je moet het natuurlijk wel vragen aan die mensen.
Als je wacht tot optredens of interviews naar jou komen, zal er
zeker niks gebeuren. We hebben ook geluk met Geert van Zeal
Records, die kent ongeveer iedereen in het muziekwereldje. Hij zal
nooit pushen, maar hij laat onze muziek wel aan veel mensen
horen.
enola: Over Zeal Records gesproken: ik heb m’n exemplaar van de cd
besteld via de site van Zeal en ik kreeg prompt een mail terug met
de vraag waarom ik Tomàn apprecieerde en om te feliciteren met m’n
goede smaak. Het moet leuk zijn om bij een platenmaatschappij te
zitten die zo met jullie begaan is?

Bram: Dat is inderdaad wel tof. Het varieert wel van
moment tot moment. In de zomer reist hij met de Franz Ferdinands
naar hier en met de Cocorosies naar daar en dan moet je hem vooral
niet bellen. We hebben ook geen geschreven contract. Hij zegt
gewoon: maak maar een plaatje en doe wat je wil.
Jens: Hij heeft ons getekend, als je dat zo kan noemen,
vanuit een buikgevoel. We zijn nog maar de tweede Belgische groep
die hij onder zijn hoede heeft genomen.

Engelstalige manuals

De plaat van Tomàn heeft goede kritieken gekregen. Als ik jullie
guestbook bekijk, heeft Tomàn zelfs fans in Azië.
Bram: Azië is een apart verhaal. Iemand is zo slim geweest
om onze cd op een Aziatische downloadsite te zetten. We hebben die
site dan gevonden en de plaat blijkt duizend keer gedownload te
zijn.
Jens: Het is wel grappig. Hoe meer mensen onze muziek
horen, hoe beter.
enola: Is de druk groot om met de tweede plaat te
bevestigen?

Bram: Bevestigen? Die plaat moet gewoon veel beter zijn.
Jens: We willen een stapje verder gaan met de opvolger van
ons debuut en hopelijk volgen de mensen en kunnen we onze fanbase
wat uitbreiden.
Bram: We willen vooral evolueren als groep, niet zozeer
veel platen maken. Daarom zitten we ook bij Zeal Records en niet
bij een major die alles bepaalt. Nu kan en mag alles en dat valt
goed aan.
enola: Jullie zijn bezig aan die nieuwe plaat. Vlot het een
beetje?

Jens: De liedjes zijn er. Nu moeten we ze nog wat
bijwerken en dan opnemen om te kijken wat goed is en wat niet.
Desnoods herhalen we dat proces een paar keer. Vorige keer was er
misschien wat te veel druk. Het moest allemaal te snel. Met deze
plaat zullen we veel meer onze tijd nemen.
enola: Laatste vraagje nog: als jullie volgende plaat ‘Catching A
Grizzlybear, Lesson Two’ zou heten. Waaruit zou die tweede les dan
bestaan?

Bram: (lacht) Wat was die eerste les nu weer? Op de grond
gaan liggen en stil zijn, hetgeen je ook bij onze muziek moet doen.
Maar de tweede les… Nu moet ik met een oneliner op de proppen
komen.
Jens: Op de tweede plaat zal er van een tweede les
waarschijnlijk geen sprake zijn. Misschien komt er wel weer een
dier in voor.
Bram: (lacht) We gingen ook een conceptplaat over bomen
maken.
Jens: Onze inspiratie halen we eigenlijk uit een
Engelstalige manual over pedalen en andere apparatuur.
enola: En wij die dachten dat het om poëziebundels
ging.

Officiële site: http://www.toman.be
Lees de bespreking van Catching A
Grizzlybear, Lesson One
op enola!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × een =