Morr Music :: Hoe elektronica de song herontdekte

In 2002 leek de wereld langzaamaan veroverd te worden door een bende Duitsers die elektronische popmuziek maakten. Neon Golden van The Notwist was hét nieuwe snoepje en in het zog van dat album zorgde het Morr-label voor meer lekkers volgens gelijkaardig recept.

Glitch-pop werd het fenomeen gedoopt: vertrekkend vanuit elektronica- en laptopexperimenten (ook wel clicks ’n cuts genoemd) maakten deze mensen popliedjes met zang en zelfs hier en daar een catchy refrein. Om de impact van deze vernieuwing goed te kunnen duiden, moeten we iets verder terug in de tijd en vooral ook iets dieper in de underground gaan grasduinen. In de jaren tachtig begon men in een warehouse in Detroit te dansen op erg repetitieve en opzwepende elektronische beats die men techno is gaan noemen. Toen een behoorlijk alternatieve tegencultuur, maar door de jaren heen vond de techno met alle nodige genrevarianten de weg richting grote festivals en massa-evenementen (de Berlijnse Love-parade bijvoorbeeld).

In het Britse Sheffield luisterden een aantal techno-heads echter ook naar de punky new wave van de vroege Human League en het meer psychedelische werk van Pink Floyd en sloegen ze aan het experimenteren met hun synthesizers. Het WARP-label bracht in eerste instantie bizarre technosingles uit waarop groepen als Black Dog en vooral LFO de grenzen van hun apparatuur opzochten. De beats en samples werden vervormd en dansen hoefde zelfs niet meer. Intelligent Dance Music, heette het toen, maar de experimenten gingen soms zo ver dat er niet al te veel meer te dansen viel.

WARP-artiesten als Autechre dreven hun geluidsexperimenten zo ver dat de bliepjes en doffe bassen meer op elektronisch geklik en geruis begonnen te lijken. Een nieuw genre werd geboren en onder impuls van de compilaties van het Duitse Mille Plateaux-label werd het clicks ’n cuts gedoopt. Vlaanderen maakte kennis met het genre toen (hs) in Humo het behoorlijk experimentele en niet bepaald toegankelijke Endless Summer van Fennesz in een lyrische bui dolenthousiast vergeleek met The Beach Boys. Onze platenboer toen: ’Die grapjas van Humo heeft weer wat gepresteerd. Ik laat iedereen eerst luisteren, want ik wil niet zoals met Aphex Twin enkele jaren geleden weer een hoop boze klanten over de vloer krijgen die hun cd willen omruilen." Aphex Twin: de grootste ster van WARP wiens even ontoegankelijke Richard D. James Album na een even lyrische Humo-recensie (toen van (gvn)) Vlaanderen eveneens een retour platenwinkel deed maken.

shoegazer

Hoe mooi en interessant al die experimenten ook mochten wezen, diepgaand onderzoek naar de limieten van de muziek heeft weinig zin als enkel nog voor getrainde oren hoorbaar is of een computergrafiekje handig is om er nog iets van te kunnen maken. In het kunstencentrum om de hoek zaten de groten der clicks ’n cuts over een laptopscherm gebogen enige parameters van hun laatste compositie live aan te passen: niet bepaald rock ’n roll, laat staan opwindend genoeg om (geholpen door een pilletje) de nacht mee door te komen. Een vernieuwing leek welkom.

"Het experiment werd aan de ene kant door het alternatieve circuit opgepikt", vertelt pophistoricus Gert Keunen, "maar aan de andere kant gingen ze in de underground steeds verder en werd de elektronica bijna hetzelfde als de klassieke avant-garde. Het ging enkel nog om het experimenteren met geluid en daardoor werd het bijna l’art pour l’art. Ik ben als journalist en programmeur zo lang met pure experimentele muziek bezig geweest dat ik erg blij was dat er iets als Morr kwam."

Eind jaren negentig kwam Morr op de proppen: een label dat elektronica bracht, met duidelijke wortels in de clicks ’n cuts, maar dat even goed oor had voor songstructuren en soms erg expliciet verwijst naar de Britse indiepoptraditie. Labelbaas Thomas Morr maakte in 2000 met de compilatie Putting The Morr Back Into Morrissey een enigszins mis te verstane mission statement.

Er staan op die plaat immers geen bewerkingen van Morrissey- of The Smiths-songs, maar de titel is meer dan een gratuite knipoog naar de romantische tachtigers. Morr-artiesten als Styrofoam en Lali Puna hebben eveneens een stevige drang naar melancholie. Arne Van Petegem (de Belg achter artiestennaam Styrofoam) begon zelfs zijn carrière als zanger door op zijn slaapkamer mee te zingen met nummers van The Smiths.

Met de tweede Morr-compilatie Blue Skied ’N Clear — een cd vol Slowdive-covers — en een andere met nummers geïnspireerd door de groep, legde het label een nog duidelijkere link naar de shoegazers die eind jaren tachtig het mooie weer maakten in Groot-Brittannië. Op het eerste zicht lijken de artiesten van het Morr-label dan ook een wat vreemd huwelijk te bewerkstelligen tussen de meer experimentele tendensen in de hedendaagse elektronica en de songstructuren van de indiegitaarpop, maar er is wel degelijk een verband te zien, zo vertelt Keunen.

"De shoegazers vertrokken van gitaarmuziek, maar behandelden die alsof het elektronica was. Vandaar ook de naam: die jongens waren constant met hun effectpedalen in de weer. Het ging er niet zozeer om een goed akkoord aan te slaan, maar om een straffe soundscape neer te zetten. Die klanken, die drones, werden dan ook in een donkere, melancholische songstructuur gegoten. De Morr-mensen komen uit de elektronica en gaan weer op zoek naar een popstructuur en de schoegazers waren eigenlijk rockers die de rocksong en het daarbij horende instrumentarium te beperkt vonden."

rimpels

De eerste Morr-releases vonden duidelijk aansluiting bij het toegankelijker en luchtiger ambient-werk van groepen als Boards Of Canada of zelfs Aphex Twin en Plaid. Poploops For Breakfast van B. Fleischman staat vol vrolijke popmelodietjes, die bij nadere beluistering toch een lichte melancholie uitwasemen. Isan en Phonem trekken resoluut de kaart van de ambient en de clicks ’n cuts.

Ook de eerste releases van Styrofoam en Lali Puna hebben hun roots nog vrij duidelijk in de meer experimentele clicks ’n cuts. Erg opvallend is dat het doorgaans behoorlijk korte composities zijn, waarin op een beperkte tijd heel wat gebeurt. Geen lang uitgesponnen soundscapes met subtiele variaties, maar puntige songs waarin enkele ideeën uitgewerkt worden en her en der zelfs een refrein te bespeuren valt. Zowat alles komt uit computers en synthesizers, maar van bij de eerste releases bevatten de Morr-albums de nodige warmte en zelfs soul.

Na het succes van de eerste compilatie werd iets duidelijker aansluiting gezocht met pure indiepop. Het eerste album van Lali Puna (Tridecoder) werd door Radioheads Jonny Greenwood als een van zijn favoriete albums bestempeld en hun tweede Scary World Theory was dan ook een van de eerste Morr-albums dat een wat ruimer publiek bereikte. Intussen geraakte de glitchpop-hype, geholpen door de uitstekende albums van Styrofoam en The Notwist (de andere band van Lali Puna-lid Markus Acher; vreemd genoeg overigens niet getekend op Morr), op volle kracht.

Misschien gesteund door het succes van Lali Punas popliedjes, lijken de Morr-releases na 2001 meer en meer met het elektronica-idioom te breken. Arne Van Petegem begint te zingen (eerst op de ep A Heart Without A Mind en later ook op het album I’m Here To Show That Something’s Missing), bij Lali Puna beginnen de gitaren (op ep Left Handed) ook daadwerkelijk als gitaren te klinken, met zelfs enkele noise-accenten. Dat Thomas Morr aan zijn artiesten had gevraagd om voor de nieuwe compilatie Blue Skied ’N Clear een nummer van de shoegazer-band Slowdive te coveren zal dit alles zeker in de hand gewerkt hebben.

In 2002 komt ook No P. Or D. van Ms. John Soda in de winkels te liggen: de simpelste, mooiste, meest poppy plaat die tot nog toe op Morr verscheen. Het piept en kraakt langs alle kanten en de clicks en cuts zijn zeker niet ver weggemixt, maar een feilloos gevoel voor melodie en enkele leuke vondsten maken van dit album een briljante en zelfs toegankelijke popplaat.

De creativiteit van de Morr-artiesten kent geen grenzen en de glitch-pop lijkt the next best thing te worden. De doorbraak naar een ruimer publiek blijft vreemd genoeg uit. Het langverwachte nieuwe album van Lali Puna (Faking The Books) wordt in 2003 bovendien vrij matig ontvangen en even lijkt niemand nog wakker te liggen van de elektronische pop uit Duitsland. Het fijne debuut Miami van het Belgische The Go Find zorgt voor de nodige enthousiaste rimpels in eigen land, maar de stroom van releases valt toch stil.

Eind 2004 zorgt Styrofoam echter voor een kleine remonte met Nothing’s Lost, waarmee de cirkel bovendien weer rond gemaakt is. Arne Van Petegem zingt niet alleen zelf en componeert niet alleen indiepopsongs, maar laat bovendien een paar grote namen uit dat wereldje op enkele nummers meespelen en -zingen. Het is de perfecte link tussen de alternatieve elektronica en de indiepop en dan ook een gedroomde instap voor wie de elektronica wil ontdekken.

Keunen: "Iedereen leek te denken dat de Morr-artiesten en het genre enkele jaren geleden volledig zou doorbreken, maat dat is eigenlijk ook een vorm van zelfoverschatting van mensen die in het wereldje zitten. Je voelt als kenner of journalist dat er in het underground-circuit een en ander aan het gebeuren is. Als al je vrienden — die ook muziek-freaks zijn — daar ook helemaal zot van zijn, dan ligt het bijna voor de hand dat het the next big thing zal worden. Maar dat bleek dus niet zo te zijn. Wel zit Morr in een wat bredere context van elektronica-artiesten die de song herontdekken. Dat vond ik persoonlijk erg fris in de jonge traditie van de nieuwe elektronica. De muziek van Morr Music heeft vooral daarbinnen een waarde en dat lijkt me dan ook de reden dat het daarbuiten weinig doorgebroken is."

Het Morr-label heeft voor een verruiming van de vrij klinische wereld van de elektronica gezorgd: de popsong vond haar weg weer binnen het experiment. Maar ook groepen als Radiohead en zelfs Bloc Party hielden hun oren open en noemen Morr-artiesten als invloed. Met de aangekondigde re-release van mùms Yesterday Was Dramatic, Today Is OK en de recente indiegitaarplaten van American Analog Set en Benjamin Gibbard en Andrew Kenny, slaat Morr dan ook niet geheel onverwacht een nieuwe weg in. De grenzen van de elektronica zijn verlegd, nieuwe horizonten wenken.

Vijf essentiële Morr-albums:

  • B. Fleischman :: Poptones For Breakfast
  • Lali Puna :: Scary World Theory
  • Compilatie :: Putting The Morr Back Into Morrissey
  • Ms. John Soda :: No P. Or D.
  • Styrofoam :: Nothing’s Lost

Terug naar Dossier Morr Music

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 16 =