Cinderella Man




Het is altijd een veeg teken wanneer films door critici worden
omschreven als “de (voeg titel van succesrijke film uit het
verleden toe) van dit jaar”. ‘Cinderella Man’ is er zo ééntje: de
prent werd afwisselend “de ‘Seabiscuit’ van dit jaar”, “de ‘Rocky’ van
dit jaar” en zelfs “de ‘Raging Bull’
van dit jaar” genoemd. De gelijkenissen met die laatste film slaan
eigenlijk nergens op, aangezien Ron Howards jongste worp niets met
Scorseses meesterwerk te maken heeft buiten het onderwerp boksen,
maar zo zie je maar weer. Ik wantrouw dat soort vergelijkingen
omdat ze aangeven dat de film in kwestie maar weinig eigen
identiteit heeft. Zo’n prent vertoont per definitie trekjes van
àndere films, en wie is daar nu naar op zoek? Tenzij je Lieven
Debrauwer heet, wil je toch nieuwe dingen zien in een
bioscoop?

In ieder geval, veel nieuws heeft ‘Cinderella Man’ inderdaad niet
te melden. Ron Howard, grossier in “inspirerende drama’s”, levert
hier een zoveelste stukje gepolijst Americana af (zie ook ‘Far and
Away’, ‘Apollo 13’ en ‘A Beautiful
Mind’
), waarin vastbesloten mensen met sterke karakters alle
tegenslagen overwinnen en triomfantelijk uit de strijd naar voren
komen. Wat dat betreft, past de film perfect in de steeds
uitdijende collectie portretten van winners die de Amerikaanse
cinema rijk is. U hebt dit allemaal al wel een keer of honderd
eerder gezien, en wat meer is, zelfs van deze zelfde
regisseur.

Jim Braddock (Russell Crowe) is een bokser die eind jaren twintig
aan een fantastische opmars in het professionele cricuit bezig is,
maar zwaar getroffen wordt door de beurscrash van 1929. Plotseling
zit hij financiëel aan de grond en wordt hij ook nog eens getroffen
door blessures die hem verhinderen om op zijn gebruikelijke niveau
te blijven vechten. Tegen 1934 wordt Braddock geschorst door de
boksbond en moet hij bij zijn oude vrienden met z’n pet in z’n hand
gaan bedelen om wat geld, zodat hij de gas en elektriciteit weer
open kan laten draaien.

Dan krijgt de bokser echter een overwachte en eenmalige kans om het
op te nemen tegen het nummer twee van de wereld. Gedreven door al
z’n miserie van de laatste jaren, gooit Braddock zich met de moed
der wanhoop in het gevecht en hij wint. Vanaf dat moment begint hij
aan een come-back die hem uiteindelijk in de ring zal plaatsen met
wereldkampioen Max Baer, die hier wordt voorgesteld als een halve
psychopaat die al twee tegenstanders heeft doodgemept. Hoe die
match afloopt? Ach, ik wil vooral niet te veel verklappen, maar
laat ons zeggen dat als het anders was afgelopen, deze film over
Max Baer zou gaan en niet over Jim Braddock, de held van het
verhongerende volk.

Wat dat is natuurlijk waar Ron Howard op aanstuurt: Jim Braddock
was niet zomaar een potige kerel die zichzelf van de rand van de
afgrond heeft weggebokst, neenee, hij was een symbool, iemand aan
wiens voorbeeld het volk zich kon optrekken tijdens een periode van
malaise. Het is daar dat de vergelijking met ‘Seabiscuit’ zich opdringt, hoewel
‘Cinderella Man’ lang niet zo’n misbaksel is als dat epos over,
voor en door paarden: het verhaal van een individu wordt verheven
tot een soort van parabel waaruit het gezamenlijke publiek diep
betekenisvolle lessen dient te trekken. Ach ja, zo gaat dat nu
eenmaal in Amerikaanse films. Je kunt je eraan ergeren, maar die
mentaliteit zit zo diep ingebakken in de Amerikaanse cultuur dat je
dat er toch nooit nog uitkrijgt.

Zolang het slecht gaat met de familie Braddock, lijkt Ron Howard
zich niet al te best op z’n gemak te voelen. Howard heeft zich
doorheen z’n hele carrière geprofileerd als een eeuwige positivo,
voor wie een verhaal zonder happy end geen goed verhaal kon zijn,
en het in beeld brengen van miserie gaat hem dan ook niet makkelijk
af. Het gevolg is dat hij teruggrijpt naar haast Dickensiaanse
clichébeelden van wat het betekent om arm te zijn. De Braddocks
wonen in een koud en vochtig krot dat uitgeeft op een
ondergesneeuwd binnenpleintje. Het is er zo koud dat we de adem van
de inwoners uit hun mond kunnen zien opstijgen in dunne witte
wolkjes, en er is zo weinig te eten dat Jim regelmatig een maaltijd
overslaat om zijn kinderen meer te kunnen geven. Het enige waar je
nog op zit te wachten, is een gierige huisbaas die met z’n
wandelstok op de deur komt kloppen om de huur te incasseren en
dingen zegt als “humbug”. Het probleem is niet zozeer dat
Howard de situatie overdrijft – ik ben verder geen research gaan
doen naar Jim Braddock, maar gezien de historische periode waarin
hij leefde wil ik best aannemen dat hij en z’n gezin honger hebben
geleden – maar wel dat Howard niet weet hoe hij die situatie
enigszins subtiel of oprecht in beeld moet brengen. En dus gebruikt
hij tenenkrullende clichés.

De film wordt beter eens Braddock begint aan z’n klim naar de top –
het is hier dat het feel good-element op volle toeren begint te
draaien, en Howard voelt zich plotseling zichtbaar beter op z’n
gemak. De boksscènes zijn – het moet gezegd worden – fantastisch
georchestreerd. Na ‘Raging Bull’ en
Michael Manns ‘Ali’ zul je al van ver moeten komen om een betere
manier te vinden om een boksmatch in beeld te brengen, maar Howard
weet zichzelf toch een plaats te veroveren aan de top van dat
lijstje. Hij maakt gebruik van freeze-frames, kikvorsperspectief,
overzichtsshots, point of view-shots en elke andere truc in
het boekje om de kijker toch maar bewust te maken van wat er
precies gebeurt. Als je een boksmatch op tv bekijkt, zie je in
feite weinig meer dan twee mannen die schijnbaar willekeurig op
elkaar inhakken, maar één van de dingen waar Howard erg succesvol
in is met deze film, is dat hij ons laat inzien dat er wel degelijk
een logica achter schuilgaat, dat die bewegingen niet zomaar
geïmproviseerd zijn. Dat er een tactiek achter schuilgaat. De
finale match tegen Max Baer is fantastisch in beeld gezet.

Russell Crowe staat, na zijn succesvolle samenwerking met Howard in
‘A Beautiful Mind’, alweer volop
naar een oscar te hengelen als Jim Braddock. De man heeft zich de
laatste maanden erg onpopulair gemaakt in Hollywood met z’n bad
boy
-gedrag en z’n pretentieuze streken, maar hij is en blijft
één van de betere acteurs van het moment. Hij wordt geflankeerd
door een ongezien ergerlijke Renée Zellweger (kan iemand dat mens
eens afschieten?) en door een ongezien vermakelijke Paul Giamatti
(kan iemand die meneer eens een oscar geven?). Giamatti steelt
eigenlijk elke scène waar hij inzit, als Braddocks trainer. De
energie en de komische timing die de man schijnbaar moeiteloos
onder de knie heeft, zorgt ervoor dat deze 144 minuten durende film
af en toe een broodnodige geut frisse lucht krijgt.

‘Cinderella Man’ is een oerconventionele biopic, sterk geacteerd
door de twee mannelijke hoofdrollen en met een aantal geweldige
boksscènes. Alleen jammer dat Zellweger hier mee in opdraaft en dat
de dramatische momenten tussenin zo clichématig zijn uitgewerkt.
Een slechte film kun je dit nauwelijks noemen, daarvoor is hij te
professioneel in elkaar gestoken, maar het is bij uitstek
voorspelbare Hollywood-eenheidsworst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =