The Decemberists :: Picaresque

Decemberists-frontman Colin Meloy is een intellectueel. Hij noemt de Russische schrijver Vladimir Nabokov een inspiratiebron en heeft net een honderd pagina’s dik boek geschreven over Let It Be van The Replacements. Faut le faire, hoe fantastisch die plaat ook is. Honderd pagina’s over Picaresque van the Decemberists vullen is misschien wat overdreven, maar we besteden met groot genoegen veertig regels aan de nieuwe plaat van het Amerikaanse folkpopvijftal.

Picaresque werd geproduceerd door Chris Walla van Death Cab For Cutie en opgenomen in een voormalige kerk in thuisstad Portland. The Decemberists staan geboekstaafd als het buitenbeentje in het indiepopwereldje. Ze houden van theater, getuige de vele verkleedpartijen op het podium en ook de bevreemdende hoes van Picaresque. Soms de ingetogenheid van Belle & Sebastian, dan weer de virtuositeit van The Arcade Fire: de vorige langspelers Castaways and Cutouts en Her Majesty zijn de echte popliefhebber niet ontgaan.

Zanger Colin Meloy kan als geen ander pakkend verhalen vertellen. "I am a writer of fictions" zingt hij met veel zelfkennis in het prachtige "The Engine Driver". Verhalen vertellen zit blijkbaar in de familie, want Colins zus Maile Meloy is een schrijfster die net haar debuutroman heeft uitgebracht. Op Picaresque pakt de zanger opnieuw uit met teksten vol tragiek en historische referenties. Up-tempo opener "The Infanta" gaat over Spaanse prinsessen. De tekst is zoals zo vaak op Picaresque meer een gedicht dan een liedjestekst en doet ons meermaals naar een vertaalwoordenboek grijpen (Phalanx? Palanquin? Iemand?). "We Both Go Down Together" is een van de pareltjes op Picaresque. Meloy doet wat hij het beste kan: de luisteraar raken met zijn teksten over verloren liefdes.

"Sixteen Military Wives" is een opvallend opgewekt klinkend anti-oorlogsnummer. Meer vrolijkheid vinden we in het negen minuten durende zeemanslied "The Mariner’s Revenge Song", waarin het theatrale van the Decemberists nog eens komt bovendrijven. Het nummer zit vol verwijzingen naar Moby Dick van Heman Melville. "The Sporting Life", over een jonge atleet die liggend op het grasveld nadenkt over zijn leven, is volgens de zanger het enige autobiografische nummer op de plaat.

Ook nog het vermelden waard is "Eli, The Barrow Boy", waarin de folkroots van the Decemberists naar boven komen. Picaresque gaat twee keer de mist in: "The Bagman’s Gambit" duurt enkele minuten te lang en afsluiter "Of Angels And Angles" is overbodig.

Het woord ’volwassen’ in de mond nemen zou iets te makkelijk zijn, maar the Decemberists slaan duidelijk een nieuwe, minder theatrale richting in. Al is Picaresque niet the Decemberists’ Transatlanticism, de plaat schittert genoeg om de nakende eindejaarslijstjes te halen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 19 =