Pukkelpop-zaterdag

Er valt veel te zeggen over het fenomeen festivals. Bij deze:
blablablageluidblablabla
teveelblablablazelfdeblablablapackagedealsblablabla
geldblablablakuddeblablablashoppenblablablaoverkillblablablaelkwatwilsblablabla.
Zo.
Maar het ene festival is het andere niet. Hierbij verslag van een
Pukkelpopzaterdag van een liefhebber van muziek. Rise and
shine!
Madensuyu
kreeg een half uurtje in de Wablieft-tent om zich te bewijzen. Geen
probleem, het duo (gitaar, drums, zang, wat muziek-uit-een-doosje)
kon met zijn krachtige, postrockende sound het publiek moeiteloos
overtuigen. Die zien we zeker terug.
2 minuten later in de Marquee (die eerst vrij leeg was): het
echtpaar Robinson. Viva Voce zou in hun homebase Portland
zijn uitgeroepen tot beste band ooit, maar moet in Europa van 0
beginnen. Op plaat klinken hun sterk gelaagde popsongs eerder
ingetogen. Live brengen ze die nummers met dezelfde beperkte
middelen als Madensuyu en de nummers worden er alleen nog intenser
door: Kevin erg energiek drummend en frèle Anita verlegen zingend
en daarbij bijzonder snedig in de gitaarsolo’s. Een heel knap
concert en de ondertussen volgelopen tent reageerde dan ook erg
enthousiast.
The Raveonettes. Een groep die onder het journaille flink
wat aanhang heeft: een tiental fotografen verdrong zich om de Denen
(of was het toch alleen die ene blonde?) vast te leggen. Muzikaal
gezien kon de band nauwelijks boeien. 50’s- en 60’s-geïnspireerde
popmuziek met hier en daar een 80’s-geluidje: zo zijn er wel meer
groepen en deze steekt niet uit boven de middelmaat.

In de Wablieft-tent mochten De Brassers ongegeneerd
nostalgisch klinken: authentieke donkere punk-wave. De mannen
maakten in de jaren ’80 een aantal sterke nummers (méér dan alleen
‘En toen was er niets meer’) en kunnen die nog spelen zonder een
karikatuur van zichzelf te worden. Een groep om op een ander moment
op een andere plaats eens terug te zien, want op het hoofdpodium
was de groep van James Murphy al een tijd bezig.
Zijn LCD Soundsystem was
erg overtuigend. Zo goed als alles live én met een erg goede klank.
Opvallend trouwens (en groot verschil met bepaalde andere
festivals): op alle podia quasi perfect geluid. Een knap concert
dat verder ging dan het dance-hitje ‘Daft Punk is Playing at my
House’. Make Up The Breakdown van
Hot Hot Heat is een plaat die bij ons regelmatig onder de
naald geschoven wordt. Hun concert in de Marquee was echter een
ontgoocheling. De heren uit Victoria, British Colombia zagen er
patent uit in hun witte kostuums, maar waren muzikaal bijzonder
rommelig. Op Pukkelpop is het aanbod groot, dus als je geen
kwaliteit te bieden hebt: “Ander en Beter”. En dat vonden we in de
Club-tent.
Sons and Daughters zorgden daar voor een eerste
superhoogtepunt. Nijdige gitaar, Nijdige blikken. Mag je eigenlijk
bang worden van popmuziek? Of houdt het dan op popmuziek te zijn?
De mix van pop met rock folk blues country kwam in ieder geval aan
als een stomp in de maag. ‘The Repulsion Box’ (uit op Domino
Records) is een schitterende plaat en op een podium is de
uitstraling van de groep haast voelbaar. Sons and Daughters komen
dan ook niet uit de (Schotse) lucht gevallen, drummer David Gow en
zangeres Adèle Bethel zaten bij Arab Strap, een groep die mij
ontgaan is en ik nu, met terugwerkende kracht, ga moeten
ontdekken.

Even uitblazen op de bossavolleytribune en ondertussen wat
Johnny Panic meegepikt. Woehaha! Is dit het resultaat van
zo’n packagedeal? Man, man: slechte punkrock! Een Blondie-cover om
te tonen dat hij zijn klassiekers kent (maar saai, zo saai) en een
ballad om te tonen dat hij eigenlijk wél kan zingen (maar saai, zo
saai).
Hardrock zal nooit mijn ding worden, maar dat ligt niet aan
The Datsuns. Ze hebben erg
hard geprobeerd. Ze speelden moeiteloos de rest van de zaal plat en
daar stond ik dan. Alleen.
Dan maar nog eens Kortrijk checken op het hoofdpodium. Ozark Henry boeit mij minder met
iedere nieuwe plaat. Ook live zijn er te weinig weerhaakjes om te
blijven hangen. Het klonk allemaal wel goed en de zachtwiegende
massa slikte het met plezier, maar het mocht voor ons toch wel wat
feller.
Een stukje South San Gabriel meepikken: rustige, zéér
rustige, nummers à la akoestische Neil Young. De zang kreeg wat
echo zoals bij Jim James (My Morning Jacket) maar slaagt er niet in
om zo door merg en been te snijden. Misschien dat dit op een
intiemere plaats beter tot zijn recht komt, maar op Pukkelpop
werkte het niet.

Geknipt voor dit soort festivals: Juliette & The Licks.
Felle rock’n’roll met (actrice) Juliette Lewis die er zich (soms
letterlijk) helemaal voor smijt. Beter dan in Petrol, eerder dit
jaar, zat de haar hese stem perfect in het geluid. Een krachtig
concert met de heftigste songs uit hun album (en gelukkig maar 1
ballad) en als logische afsluiter een Iggy & The Stooges-cover:
‘Search & Destroy’. Respect voor de Ig-father moet zijn!
Juliette (voor de trendspotters: gekleed in een rood spandex pakje
met volleybal-knielappen en witte laarsjes) ging nog even
crowdsurfen terwijl de ander Licks hevig uitfreakten.
!!! knalde er nog een
superhoogtepunt tegenaan. Het lijkt een wat pretentieuze bandnaam,
maar hij laat ook vrijheid. Je mag immers om het even welk
eenlettergrepig percussief geluid 3 maal herhalen, al houden de
meesten het bij “chk chk chk”. De Amerikanen vierden op Pukkelpop
het laatste concert van hun tournee en by god, wat een
viering! Zanger Nic Offer, een gezant van The Ministry of Silly
Dances, werd qua gekte nog overtroffen door de drummer, die zich
met ware doodsverachting op, over en van het podium gooide. Hun
bijzonder ritmische postpunk werkte perfect in de Clubtent:
Dansen!

Met dalende interesse volg ik de releases van Nick Cave en live kon
hij mij nog nooit écht overtuigen. Vandaar de keuze om Vincent
Gallo
te gaan zien. Misschien een verkeerde keuze. Maar het
doet toch ook wel iets om op een paar meter te staan van de man die
verantwoordelijk is voor heerlijke momenten in ‘Buffalo ’66’,
‘Arizona Dream’ en ‘Trouble Everyday’. Maar dat zijn films en dit
was een concert. Wellicht dat Gallo in zijn homestudio perfect het
geluid kan genereren dat hij in zijn hoofd heeft, maar live lukte
dit duidelijk niet. En slecht karakter Gallo kon daar niet mee om.
Al bij de soundcheck konden we al liplezen “I’m not playing
waarna hij 10 minuten in de coulissen verdween. Uiteindelijk werd
er dan toch gespeeld, maar het geluid kwam nooit goed. De songs
tussen slaapkamerminimalisme en progressieve rock kwamen er niet
uit. Een belevenis dit concert, dat wel, …maar geen muzikale.

Al bij al een ongelooflijke Pukkelpopzaterdag die mij nog lang zal
heugen. En ik hoop voor u hetzelfde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 4 =