Smog :: A River Ain’t Too Much To Love

Bill Callahan wordt al jaren bejubeld door verscheidene critici en heeft bij wijze van spreken een vaste stek in het alom geprezen Duyster. Samen met Bonnie ’Prince’ Billy was Smog echter een van de weinige Duysterartiesten waar we, toen nog jongelingen, helemaal niets van moesten hebben. Eentonige nummers, een irritante diepnasale stem en een countrysfeer waar we enkel een gevoel van afkeer voor konden opbrengen. Toch krijgt u nu een positieve bespreking. In de hemel is de vreugde voor deze ene bekeerde ongetwijfeld groot.

Gelukkig besloten we op die regenachtige dag in september naar de Botanique af te zakken om Joanna Newsom te bewonderen en Smog een kans te geven. Al na een halve minuut overtrof de ietwat vreemde lofi troubadour onze stoutste verwachtingen. Gewapend met zijn akoestische gitaar, zijn stem, bizarre danspasjes en zijn buitengewoon innemende persoonlijkheid wist hij te overtuigen met enkele fantastische nummers, die later op deze A River Ain’t Too Much To Love terecht kwamen.

We herinneren ons "The Well"; een lang, eentonig countrynummer dat, raar maar waar, bleef boeien. Iedereen roept wel eens iets in een waterput en Callahan vertelt zijn verhaal over wanneer hij er zo eens eentje tegenkwam. "Rock Bottom Riser" was een ander nummer dat toen schitterde, en nu zijn plaatsje heeft verworven op dit twaalfde album van Smog.

In vergelijking met zijn voorganger, Supper, klinkt A River Ain’t Too Much To Love kaler en persoonlijker. Callahan laat op een intieme en open manier een glimp van z’n ziel zien. Van de openingstonen van "Palimpsest" tot aan de finale woorden "Is there anything as still as sleeping horses" in "Let Me See The Colts" weet Smog te ontroeren, te boeien, te troosten en de luisteraar zich minder eenzaam te doen voelen.

De persoonlijke teksten dragen enorm bij tot de sterkte van de plaat. "Why is everybody looking at me / like there’s something fundamentally wrong" of, nog iets intiemer, "I lay on the bed in the dark / Laughing at things i think of / Getting off on the pornography of my past". Samen met de droge productie en de droeve sfeer zorgt dit voor een fantastisch beklemmend gevoel. Het is maar weinigen gegeven om een plaat te maken waarop elk nummer even geweldig is als het andere, maar we durven toch voorzichtig te stellen dat Callahan daarin geslaagd is.

Het is haast onmogelijk om een favoriet nummer te kiezen. We zouden vandaag voor "Rock Bottom Riser" kunnen gaan, maar volgende week zouden we wel eens "In The Pines", Smogs interpretatie van Leadbelly, kunnen ophemelen. Hoe het ook zij, A River Ain’t Too Much To Love is een fantastische plaat die we zeer warm kunnen aanbevelen. Een album van immense schoonheid dat ongetwijfeld ergens bovenaan ons eindejaarslijstje zal prijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − drie =