Bill Callahan :: Sometimes I Wish We Were An Eagle

Geluk in de liefde leidt niet altijd tot betere platen, getuige Woke On A Whaleheart dat Bill Callahan, voorheen gekend als Smog, schreef terwijl zijn relatie met Joanna Newsom nog pril en gelukkig was. Dat die relatie in tussentijd op de klippen is gelopen, valt op Sometimes I Wish We Were An Eagle duidelijk te horen.

Deze nieuwe worp van Callahan is immers — in tegenstelling tot zijn voorganger — een hele rustige plaat. De lo-fi sound waarvoor hij als vanouds bekend staat, is ingeruild voor een helder geluid dat haaks staat op ’ondergeproducete’ opnames zoals die te vinden zijn op vroegere Smog-albums. De gitaarmelodieën bestaan voor het grootste deel uit repetitieve fingerpicking-stukjes die door producer Brian Beattie van strijkers- en blazersarrangementen voorzien zijn. Die productie draagt bij tot een album dat balanceert op de rand tussen mature ballad en levensbeschouwelijke singer-songwriter.

De algemene sfeer op de plaat is fris en gemoedelijk, rustig kabbelend als een vriendelijk beekje, zij het nooit frivool. Daar zorgt Callahans stem voor, een zwaarmoedige bariton die zelfs het meest lichtvoetige wijsje als een ball-and-chain om de voeten hangt. Want ook al klinkt hij als een tot rust gekomen zanger die komaf heeft gemaakt met oude illusies ("It’s time to put God away" klinkt het in "Faith-Void"), toch wordt hij af en toe toch nog geplaagd door onaangename fantomen.

Zo zijn er de pijnlijke herinneringen in "Eid Ma Clack Show" waar "Show me the way to shake a memory" bezwerend herhaald wordt en het gevoel van beklemming in "Jim Cain", dat het verhaal vertelt van de Amerikaanse schrijver James M. Cain, een tragische figuur, die opvallende parallellen met Callahan zelf vertoont. "I used to be dark, then I got lighter, then I got dark again", klinkt het zeer treffend.

Dat Callahan graag over de natuur zingt, bleek al uit het nog onder de naam Smog uitgebrachte A River Ain’t Too Much For love. Ditmaal wordt die natuur ook muzikaal geëvoceerd in "The Wind And The Dove", een eerder weemoedige ballad waarbij men in het gezongen "wooo-oow" als het ware de wind hoort blazen. In "Rococo Zephyr" is een fris briesje op te merken. Het is een zeldzaam lieflijk liefdesliedje dat een beetje verloren loopt tussen zijn plechtstatige collega’s.

Want waar het op Sometimes I Wish We Were An Eagle wat aan ontbreekt, is afwisseling. Nagenoeg de hele plaat kabbelt voort op hetzelfde drumritme, dat nog het meest doet denken aan een wiegeliedje, en ook qua sfeer hebben de nummers wat te veel in dezelfde vijver gevist. Opener "Jim Cain" zet dan ook meteen de toon voor het hele album: wat pastoraal getokkel, een dromerige drumbeat en in de verte een ijle strijker.

Naar het einde van de plaat toe durft Callahan vooralsnog de blauwdruk van de plaat te verlaten met enkele meer uptempo nummers als "My Friend" en "All Thoughts Are Prey To Some Beast". De échte spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt is evenwel het instrumentale "Invocation Of Ratiocination", dat met zijn spooky sound helemaal breekt met de warme sfeer van de plaat.

Wars van alle detailkritiek toont Callahan zich op zijn nieuwste plaat opnieuw een mature songschrijver, die het zich kan permitteren om een eerder ingetogen plaat uit te brengen zonder noemenswaardige hoogtepunten. Sometimes I Wish We Were An Eagle klinkt als toegankelijke easy listening van degelijke kwaliteit, maar bevestigt vooral dat Callahan ook onder eigen naam weet te ontroeren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vijf =