Dear Wendy




Dit moet de natte droom zijn van zowat elke arthouse
bioscoopuitbater: een film geregisseerd door Thomas Vinterberg
(heilig verklaard door filmcritici na ‘Festen’) en geschreven door
Lars Von Trier, die in Europa al zo lang vereerd wordt dat hij zelf
niet eens meer weet wanneer het precies begon. Vinterberg en Von
trier stelden destijds samen de geboden van Dogma ’95 op, de
kuisheidsregels voor de cinema, die een extreem minimalisme
oplegden: geen statief voor de camera, geen kunstmatige belichting,
geen make-up, geen sets enzovoort. Passend dan, dat deze twee in
hun eerste samenwerking aan dezelfde film, ook degenen zijn die hun
eigen manifest aan diggelen slaan met een eminent artificiële film,
boordevol pistolen, special effects, een uitgebreide set en liters
bloed.

Het verhaal speelt zich af in het mijnwerkersstadje Estherslope.
Dick (Jamie Bell, een flink stuk gegroeid sinds ‘Billy Elliot’), is
een eenzame jongen die het grootste deel van z’n jeugd zonder
ouders heeft moeten doorbrengen. Wanneer hij in een winkeletalage
een oud pistool ziet liggen, voelt hij zich onverwacht tot het
wapen aangetrokken, ondanks zijn pacifistisch gedachtengoed. Hij
koopt het ding, noemt het Wendy, en raakt hoe langer hoe meer
bezeten door vuurwapens in het algemeen – niet om af te vuren, en
al zeker niet om geweld mee te plegen, maar gewoon als concept, als
voorwerp van schoonheid.

Dick verzamelt een aantal andere ontevreden jongeren om zich heen
die zijn fascinatie delen – samen vormen ze de ‘Dandies’, elk van
hen symbolisch getrouwd met zijn of haar eigen wapen en elk van hen
vastbesloten om, geheel volgens hun vredelievende principes, nooit
de trekker over te halen voor iets anders dan schietoefeningen.
Wanneer Sebastian (Danso Gordon) deel gaat uitmaken van de bende,
beginnen de zaken echter uit de hand te lopen en is het nog maar de
vraag of pacifisme een kans maakt wanneer je met zoveel wapens in
één kamer zit opgesloten.

Enigszins in navolging van zijn eigen ‘Dogville’, heeft Von Trier van het scenario
van ‘Dear Wendy’ een frontale aanval gemaakt op de VS en de
mentaliteit die dat land tentoon spreidt tegen de rest van de
wereld. De waanzinnige liefde die de Amerikanen hebben met hun
wapens ligt voor de hand – de Dandies geven hun pistolen meisjes-
dan wel jongensnamen, “trouwen” ermee en wanneer Sebastian bij de
club komt, wordt Dick jaloers op hem. Niét omdat Sebastian zou
hebben geprobeerd Susan (Alison Pill), het meisje van de bende te
versieren, maar omdat hij met Wendy heeft geschoten. In elke andere
versie van dit verhaal zou Susan iets met Dick gehad hebben, maar
hier niet. Liefde en seks interesseert de Dandies schijnbaar in het
geheel niet – ze zijn meer bezig met vizieren, goed gesmeerde lopen
en exitwonden.

Dat wapenfetisjisme wordt in een expliciet Amerikaanse context
geplaatst door de setting waarin alles zich afspeelt. Estherslope
is niet zomaar een Amerikaans stadje, maar bestaat schijnbaar enkel
uit een Main Street die zó uit een western komt weggelopen. Aan het
einde van de film lopen de acteurs rond in ersatz-cowboykleren en
krijgen we zelfs een confrontatie met de plaatselijke sheriff (Bill
Pullman). Dit is geweld, Amerikaanse stijl. Alsof dat nog niet
genoeg was, krijgen we ook nog eens de raciale spanningen die
(zeker in de VS) steeds gelinkt worden aan het gebruik van wapens –
Sebastian is zwart – én wordt er gealludeerd op de absurde wens van
de Amerikaanse overheid om vrede en democratie naar vreemde naties
te exporteren door geweld te gebruiken. De Dandies vertrekken ook
vanuit een pacifistische beginsituatie, ze willen mensen helpen, ze
willen hun stadje een betere plek maken door hun eigen visie op te
dringen. En het eindigt in een bloedbad.

Had Von Trier ‘Dear Wendy’ zelf geregisseerd, dan was er onderhand
waarschijnlijk al lang een heftige discussie aan de gang geweest
rond de vraag of dit nu een anti-Amerikaanse prent is of niet. Von
Trier heeft nu eenmaal de gewoonte om extreme cinema te maken,
hetzij door hetgeen hij vertelt (‘Dogville’) of door de manier waarop hij dat
doet (het penetratieshot in ‘The Idiots’ ging niet bepaald
onopgemerkt voorbij). Vinterberg schijnt minder de behoefte te
voelen om iedereen voor het hoofd te stoten en maakt zijn satire
dan ook net iets subtieler. Een goede verstaander heeft natuurlijk
maar een half woord nodig, maar het is best mogelijk om ‘Dear
Wendy’ als niets anders te zien dan als een ietwat eigenaardig
actie-drama over vredelievende, goedbedoelende jongetjes die de
controle over hun speelgoed verliezen. Deze aanpak zorgt ervoor dat
Vinterbergs film allicht door méér mensen gesmaakt zal kunnen
worden dan de meer radicale benadering van Von Trier in ‘Dogville’. Maar het gevolg is ook dat ‘Dear
Wendy’ minder opwindende cinema is. Naar ‘Dogville’ keek je in de volle overtuiging
dat dit een film was waar ruzie van moést komen, waar een felle
discussie rond moést losbarsten. Vinterberg dekt zichzelf meer in
door zijn metaforen net onder de oppervlakte te leggen, in plaats
van vierkant er bovenop.

Want jawel, dames en heren, dit is een metaforische film. Het is
een parabel, en daar mag u gerust een artistiek verantwoord gezicht
bij opzetten (u weet wel: neus en wenkbrauwen lichtjes omhoog,
vingers gekruld van het niet in te houden dédain). Het enige
probleem daarmee, is dat de plot die Von Trier en Vinterberg
gebruiken om die metafoor mee aan de man te brengen, soms
gevaarlijk dicht tegen de grens van het lachwekkende komt te
liggen. We zien de Dandies het rituele huwelijk uitvoeren tussen
Sebastian en zijn pistool, we zien hoe Dick oprecht nijdig wordt
omdat iemand anders zijn wapen heeft aangeraakt en de absurditeit
van die situaties wordt bijna teveel om de film nog serieus te
kunnen nemen. Hier en daar is de lach natuurlijk duidelijk bedoeld,
zoals in de scène waarin het eerste slachtoffer valt. Het dode
lichaam valt op de grond en op de voice-over horen we Dick zeggen:
‘Dear Wendy. We were fucked.’ Maar voor het overige is dit
geen komedie en onbedoeld komische momenten kunnen fataal zijn voor
elke film die de intentie heeft om iets ernstigs te zeggen, zoals
deze.

Maar goed, dat neemt niet weg dat de acteurs het goed doen (vooral
Jamie Bell heeft in de vijf jaar sinds zijn balletdebuut meer dan
genoeg gravitas gekweekt om een film te kunnen dragen), dat de
soundtrack boordevol Zombie-nummers fantastisch is en dat de finale
shoot-out geweldig georchestreerd is. ‘Dear Wendy’ had misschien
iets meer lef en iets minder silliness mogen hebben, maar
het is een film die het eist om gezien en gehoord te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + zeventien =