Nid & Sancy :: Talk to the Machine

Nid & Sancy – jaja, u leest dat goed, het is geen lapsus van de
Verenigde President van Amerikaanse Staten – is de naam van een
Gents duo dat dit jaar wel eens serieuze potten zou kunnen breken
in eigen land en ver daarbuiten. Of beter gezegd: serieuze potten
zou moéten breken. Vaste klanten van Pukkelpop en Ten Days Off,
trouwe luisteraars van Luc Janssen, concertgangers die graag op
tijd komen om ook het voorprogramma mee te pikken of fijnbesnaarde
lieden die af en toe eens een theatervoorstelling bezoeken, kennen
Tania Gallagher en Bart Demey misschien al. Het duo draait dan ook
al meer dan een decennium mee in de muziekwereld, in de jaren ’90
als Biack, vervolgens als Galacticamendum en nu dus ook als Nid
& Sancy.
Als Biack maakten ze nog lofi-dingen die wel eens werd vergeleken
met goed volk als Beck, maar de bal ging eigenlijk pas echt goed
aan het rollen toen het duo eind jaren ’90 als Galacticamendum de
neus aan het venster kwam steken. Luc Janssen, de popgoeroe van de
lage landen, hapte meteen toe, draaide hun vervreemdende, energieke
elektronica op StuBru en nodigde hen uit in zijn Chateau Crapule op
Pukkelpop. Sindsdien ging het snel: het tweetal kreeg opdrachten om
de scores te verzorgen van theaterbewerkingen van romans als ‘The
Painted Bird’ van Kosinski en ‘Poes Poes Poes’ van Paul Mennes.
Daarnaast stortten Gallager en Demey zich op het maken van mashups,
waarbij dance-, hiphop- en andere elektronica-nummers van vroeger
en nu met elkaar werden vermengd. Het is dankzij dit project dat
Demey en Gallagher (voor het eerst als Nid & Sancy) ook de
aandacht trekken van buitenlandse radio- en tv-stations.
In 2003 verschijnt dan de eerste volwaardige
Galacticamendum-langspeler: ‘Medic Royale’, een album die de
etiketten elektropunk en digital hardcore kreeg opgekleefd. ‘Talk
to the Machine’ is de opvolger van ‘Medic Royale’, maar dan wel in
die zin dat de plaat vol eigen nummers staat. Voor het overige gaat
het er iets minder heftig en hectisch aan toe dan bij
Galacticamendum.
‘Talk to the Machine’ is een plaat met veel potentieel. Een handvol
songs die geknipt zijn voor de radio, heerlijk voer voor de
dansvloer, voor in de wagen en zelfs in de huiskamer. Op het eerste
gehoor klinkt het allemaal nogal vlakjes en eentonig, maar na
meerdere luisterbeurten geeft deze plaat haar ware identiteit
prijs; dit is dance van een hoog niveau, hier is lang en hard aan
gewerkt, tot alles klopte. Meer nog: hier is over nagedacht. Dit is
zeer de moeite. Met pompende bassen, stevige beats, scheurende
gitaren en onderkoelde vocals wordt hier gedemonstreerd hoe dance
hoort te klinken.
Het broeierige, aanzwellende ’69 Record Machine’ mag de poorten van
de danstempel openen: rook vult de zaal, de temperatuur stijgt
gestaag, het aantal decibels gaat langzaam de hoogte in tot plots
de cd echt losbarst met beginselverklaring ‘No Fuck All’, een
fuck you naar al wie zegt dat er in elektronische muziek
geen kloppend hart schuilgaat. Andere heel fijne dingen zijn
‘Jambalaya’ (met Karen Carpenter-lyrics!), ‘Anorak Nervosa’ en
‘What You Want / What You Get’. Dit laatste maakte in een vorig
leven al furore als ‘Sleazeboogie’, en is zeker even goed als het
origineel.
Demey en Gallagher blijken fans te zijn van het legendarische
Suicide, en brengen middels ‘Misunderstood’ een niet mis te
verstane ode aan hun New Yorkse idolen. Het nummer klinkt inderdaad
als een 21ste eeuwse versie van ‘Ghost Rider’, uit de debuutplaat
van Alan Vega en Marty Rev, maar daar gaan we vandaag nou eens niét
moeilijk over doen. ‘So Where’s Your Acid Brother?’ mondt uit in
een techno-orgie van de bovenste plank, en afsluiter ‘Ender’ leert
ons hoe je een cleane, melige triphoptrack kunt omturnen tot een
rauwe, hypnotiserende brok muziek die als een velcrostrip aan je
hersenpan blijft plakken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 13 =