Misery




‘Misery’ betekende voor horror-maestro Stephen King in elk opzicht
een belangrijke nieuwe stap in z’n leven: hij was net van de drugs
afgeraakt, en gebruikte dit verhaal over een schrijver die gevangen
gehouden wordt door een psychopatische lezeres als een metafoor
voor de manier waarop de dope hém gevangen had gehouden. En ook
wilde King stilaan wel eens iets anders gaan doen dan enkel horror
schrijven – het was in die periode dat we boeken kregen als
‘Dolores Claiborne’ en ‘Gerald’s Game’ – nog steeds thrillers, maar
dan met een minder uitgesproken bovennatuurlijk aspect, die
daarenboven meer en meer geïnteresseerd waren in het onderzoeken
van de vrouwelijke psyche. Die wens om een andere richting in te
slaan met z’n carrière vond ook z’n weg naar ‘Misery’. Het
resultaat was één van z’n beste boeken, een razendspannende,
claustrofobisch gestructureerde thriller over de pijn van het
schrijverschap.

Rob Reiner regisseerde in 1990 de filmversie, en ook voor hem was
dit verhaal een belangrijke nieuwe ervaring. De filmmaker was tot
dan toe voornamelijk bekend voor z’n komedies, zoals ‘When Harry
Met Sally’, en voor een paar dramatische films, zoals de vroegere
Stephen King-verfilming ‘Stand By Me’. Toen hij aankondigde
‘Misery’ te willen verfilmen, verklaarde iedereen hem voor gek,
niemand geloofde dat hij zo’n duister verhaal tot een goed einde
kon brengen. Maar het lukte hem.

‘Misery’ is het verhaal van Paul Sheldon (James Caan), een
succesvol auteur van pulpromannetjes rond hoofdpersonage Misery
Chastain. Sheldon is het echter beu geworden dat iedereen z’n naam
steeds maar associëert met diezelfde titels – hij wilt zijn grenzen
verleggen en bijgevolg besluit hij Misery in haar laatste roman te
laten sterven. Dan echter, raakt hij betrokken in een auto-ongeluk.
Paul wordt gered uit het wrak door Annie Wilkes (Kathy Bates), een
verpleegster die schijnbaar helemaal alleen ergens op een verlaten
boerderij woont. Annie is, naar eigen zeggen, Pauls ‘number one
fan’ – een bekwame ziekenzuster, dat lijdt geen twijfel, maar
misschien mentaal niet al te stabiel. Wanneer er in zijn nieuwe,
niet-Misery roman wat teveel wordt gevloekt naar haar smaak, kan ze
zich daar buitenmatig over opwinden. Haar humeurwisselingen zijn
extreem. Wanneer Annie erachter komt dat Misery sterft in het
laatste boek, blijkt echter pas hoe waanzinnig de dame werkelijk
is. Ze verplicht Paul ertoe om haar heldin terug tot leven te
wekken.

Het is opvallend, voor een man die nooit eerder thrillers had
gemaakt, hoe goed Rob Reiner hier is in het opbouwen van
suspensevolle situaties. Er zit een scène in de film waarin Paul
uit z’n kamer ontsnapt terwijl Annie weg is naar het dorp. Hij
verkent het huis, zoekt naar een telefoon, eender wat om uit z’n
benarde situatie te ontsnappen. Dan keert Annie onverwacht thuis en
moet Paul zorgen dat hij op tijd terug in z’n kamer is, zodat ze
niets zou merken. Daar krijgen we een segment van vijf minuten, dat
wordt uitgespeeld zonder enige dialoog en zonder contact tussen de
personages – we zien Annie thuiskomen, haar sleutels nemen, de
voordeur opendoen en ondertussen krijgen we Paul die wanhopig
probeert om z’n kamer te bereiken en de deur op slot te doen. De
enige manier waarop je zo’n situatie spannend kunt maken, is door
de timing ervan helemaal juist te krijgen – en Rob Reiner zet
nergens een stap verkeerd. Nog zo’n voorbeeld is een scène waarin
Annie te weten komt dat Paul uit z’n kamer is geweest – wanneer de
schrijver wakker wordt, blijkt dat ze hem aan z’n bed heeft
vastgebonden. Ze heeft een hamer vast, waarmee ze zodadelijk z’n
enkels zal breken. Reiner rekt die scène eindeloos uit – Annie legt
rustig uit wat ze plan is en wat haar redenen zijn, ze wandelt
kalmpjes door de kamer en dàn pas doet ze het
onvermijdelijke.

Reiner wordt geholpen in z’n visie door zijn chef camera Barry
Sonnenfeld (een goeie cameraman die later een slechte regisseur
werd) – Sonnenfeld werkt hier met diepe schaduwen voor het huis van
Annie, die op een zeer mooie manier contrasteren met het heldere
licht en het wit van de eeuwige sneeuw buiten. Annie is een
kwaadaardig, diep gestoord personage, en de donkere fotografie
versterkt dat gevoel, evenals de manier waarop Sonnenfeld hier
gebruik maakt van close-ups. Telkens wanneer Annie aan het kookpunt
komt, wanneer haar krankzinnige woede de overhand neemt, krijgen we
een extreme close-up van haar te zien, waarin de lens ervoor zorgt
dat haar gezicht bijna onmerkbaar vervormd wordt – het resultaat is
een griezelig effectje, waarvan we niet meteen kunnen zeggen waarom
we er kippenvel van krijgen. Maar zo is het wel.

Kathy Bates beleefde haar doorbraak als Annie Wilkes – de dame won
een oscar voor haar rol, en terecht – de manier waarop ze hier de
overgang kan maken van kinderlijk geluk wanneer Paul erin slaagt om
Misery terug tot leven te wekken, naar dodelijke waanzin, is diep
indrukwekkend. Vooral omdat Bates Annie nooit speelt als een
eenvoudige zottin, maar als een volledig uitgediept personage, met
waarschijnlijk een zeer moeilijk verleden.

James Caan, van zijn kant, maakte een (kortstondige) come-back als
Paul Sheldon, een rol die voor hem zwaar tegen zijn natuurlijke
karakter inging. Caan is een zeer uitbundig, fysiek acteur, die
graag gesticuleert en veel energie in z’n rollen legt. En hier
moest hij een man spelen die de hele film lang aan een bed of een
rolstoel gekluisterd is én regelmatig onder de dope zit die hij
door Annie toegediend krijgt. Het gevolg is dat er op den duur een
reëel gevoel van wanhoop op z’n gezicht te lezen staat – hij wil
daar wég, hij wil kunnen bewegen, vrij zijn.

Reiner en scenarist William Goldman volgen Kings boek vrij getrouw,
en waar ze dan toch afwijken, doen ze dat met wisselend succes. In
de roman kregen we nooit een ander personage te zien dan Annie en
Paul, wat voor een zeer claustrofobische sfeer zorgde. In de film
krijgen we toch nog een aantal nevenpersonages, inclusief een oude
sheriff (Richard ‘Straight Story’
Farnsworth), die de verdwijning van Paul Sheldon onderzoekt. Zijn
rol in de film doet verdacht denken aan die van de kok uit Kubricks
‘The Shining’ – een man die een hele
film lang zichzelf de spreekwoordelijk pleuris werkt om de held te
komen helpen, en dan, wanneer hij de plek van het onheil bereikt,
summier wordt afgemaakt door de slechterik. Géén deus ex machina’s,
vergeet het maar. Hoe het ook zij, die nevenplot wordt goed
aangepakt en prima geacteerd, maar ze onderbreekt ook de
claustrofobie van de situatie tussen Annie en Paul. Het zou
interessant zijn om te zien hoe de film het zou doen zónder die
scènes. Een andere wijziging van het boek is de manier waarop het
geweld werd getemperd – in het boek hakte Annie Pauls voet af,
waarna ze de wonde dichtschroeide met een Bunzenbrander. Hadden ze
dat in de film geprobeerd, dan zou de hele zaal ofwel zijn
weggelopen, ofwel hebben zitten lachen omdat het zo obsceen
was.

‘Misery’ is een uitstekende thriller – retestrak in elkaar
gestoken, goed geschreven en fantastisch geacteerd. Een kleine
film, maar wel een pareltje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 16 =