Senser :: 13 oktober 2004, Botanique

Met een beetje verstand is elke ruzie uit te praten, en dus kwam het volledige Senser dit jaar opnieuw samen voor een derde album. Dat benaderde slechts van ver de kracht van hun geweldige debuut Stacked Up en de groep kon dus volstaan met de kleine Rotonde van de Botanique op haar Brusselse passage. En als je er dan niet voor gaat als groep, is het kalf natuurlijk verdronken. Bij momenten leek het alsof de groep zelf niet goed wist waarom ze eigenlijk nog optrad.

Wie Stacked Up nog eens in de cd-lader schuift, begrijpt meteen waarom de groep in 1994 zo’n impact had: in het zog van Rage Against The Machine maakte de groep een sublieme mix van rap en metal, maar ze voegde daar ethnische invloeden en sterke melodieën aan toe. Vooral de eerste vijf nummers waren een aanval van jewelste, een dreun voor je kanis: mokerslagen waar we met plezier voor plat gingen.

Dergelijke kwaaie rapmetal is echter een gevaarlijk genre om goed live te brengen. Is het te kwaad, dan wordt het potsierlijk (zie talloze slechte nu-metalgroepen), is het geen aanval dan verliest het onmiddellijk zijn spankracht en wordt het flets en routineus. Dit breng je niet op automatische piloot zonder lamlendig op je bek te gaan. En als het publiek er zoals in de Botanique met de neus héél erg dicht op staat, dan wordt zoiets natuurlijk nog pijnlijker.

Erg onwennig begon de groep en al vroeg in de set wordt met “States Of Mind” en “Switch” materiaal uit die geweldige eerste helft van Stacked Up opgedolven. En toch wil het niet lukken. Rapper Heitham Al-Sayed verstopt zich achter de klep van zijn pet, zangeres Kerstin Haigh staat er wat onwennig bij zolang ze geen inbreng heeft. De band lijkt er zelf niet in te geloven dat het publiek nog een boodschap aan hen heeft.

De klankman is blijkbaar ook vergeten dat één van de grootste troeven van Senser altijd al die vocale ondersteuning van Haigh was: tegenover het rappend geweld van Al-Sayed zorgde zij voor een melodisch tegengif. Vandaag is dat er nauwelijks. En dat ligt ook aan Haigh zelf die maar wat wegmompelt. Ondertussen staan Nick Michaelson en James Barrett er bij als zoutpilaren. Van een stevige band als deze hoort meer dreiging uit te gaan. Gaandeweg krijgt de band dan toch wat zelfvertrouwen en wordt al eens een schuchtere poging gedaan om het publiek mee te krijgen. In “No Comply” krijgen ze zelfs iets los, maar het blijft beleefd.

Ook de zwakte van Senser wordt op bepaalde momenten erg zichtbaar. Zo is “Resistance Now” gezegend met een refrein waar Zack De La Rocha groen van zou uitslaan, maar emmert het nummer daarrond nog een eind door met als bonus een nutteloze instrumentale break die in het ijle zwemt. En daar wordt ook “I Won’t Sit Silent By” mee opgescheept. Gelukkig dat “The End Of The World Show (Is A Rerun)” nog een lekker geinig en trashy nummer is.

En dan is het tijd voor dat waar iedereen op gewacht heeft, en eindelijk komt ook het publiek toch iéts in beweging. Uit één mond klinkt het mee met Al-Sayed: “check, check it out, bring it, bring it on, c’mon, c’mon”. Waarna “Age Of Panic” eindelijk toch een héél klein beetje de bom is die dit concert in zijn geheel had moeten zijn. Om zeker te zijn dat het niet blijft duren, voegt Al-Sayed er een tempo-brekende speech tegen Bush aan toe – alsof het publiek ook maar iets van invloed op de Amerikaanse verkiezingen kan hebben – en volgen er twee mindere nummers. En dan wordt nog één keer uitgehaald met een – eindelijk – verschroeiend “Eject”. Op de eerst rij kijkt een zeventienjarige verbaasd naar wat zijn oudere neef ooit geweldig vond, achter hem proberen een bikerstype en een well-dressed student een eenzame pogo.

Het was too little, too late: ontgoocheling was al lang troef. Senser is al lang niet meer de machtige aanvalsmachine die ze ooit was. De leeuw van weleer is een keffertje geworden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + zes =