
Geen hond die ‘m ooit heeft gezien, maar het is wel één van de
betere films van de jaren zeventig: ‘Sleuth’, gemaakt in 1972, was
de laatste film van eens groot regisseur Joseph L. Mankiewicz (‘All
About Eve’), en mag gerust de geschiedenisboeken ingaan als één van
de meest spetterende acteerduels die ooit op film werd vastgelegd.
Het spel van Laurence Olivier en Michael Caine lijkt hier wel het
equivalent van een professionele tennismatch tussen twee kampioenen
in topvorm: continu proberen ze elkaar de loef af te steken,
proberen ze om de ander te overklassen, maar telkens blijkt dat ze
elkaars ritme perfect kunnen volgen, dat ze in niets voor elkaar
moeten onderdoen. Het is een genot om hen bezig te zien.
Olivier speelt hier de stinkend rijke Andrew Wyke, een auteur van
misdaadverhalen die geobsedeerd is door spelletjes. Hij woont in
een privé-kasteeltje dat bezaaid is met bordspelen en waar
intellectuele uitdagingen en raadsels als decoratie worden
gebruikt. Zijn tuin bestaat uit een gigantisch doolhof.
Op een dag nodigt hij Milo Tindle (Michael Caine) uit voor een
gesprek van man tot man – Milo heeft al enige tijd een affaire met
Wyke’s echtgenote (die we overigens nooit te zien krijgen), maar in
plaats van de furie van de oudere man over zich heen te krijgen,
blijkt Wyke maar al te graag zijn overspelige wederhelft kwijt te
willen. Het enige waar hij zich zorgen over maakt, is dat ze op een
dag terug naar hem zou komen wanneer blijkt dat Milo niet in staat
is om haar te onderhouden in de stijl waaraan ze gewend is geraakt.
Om ervoor te zorgen dat hij voor eens en voor altijd van haar af
is, stelt Wyke aan Milo voor om een diefstal te ensceneren: Milo
blaast Wyke’s kluis op en gaat lopen met het geld, Wyke strijkt de
premie van de verzekering op en iedereen is gelukkig.
Dat is niet de plot van ‘Sleuth’ – dat is het uitgangspunt, en
vanaf dat punt zijn we vertrokken voor meer dan twee uur
ongefilterd kijkgenot. En dat bedoel ik in de meest letterlijke zin
van het woord: ‘Sleuth’ is een film waar je grààg naar kijkt, een
prent die in de eerste plaats amuseert, zodat die 138 minuten
voorbij lijken te vliegen. Een deel van die fenomenale
entertainmentswaarde zit ‘m in de plot, die over de loop van de
film wel tien keer een andere wending neemt en als een slang op
speed verschillende richtingen inkronkelt. De meeste van dat soort
films – films met een labyrinthachtige plot die je om de twee
minuten met iets anders om de oren slaan – gaan algauw geforceerd
lijken, ongeloofwaardig, maar ‘Sleuth’ heeft voldoende discipline
om eerst z’n personages glashelder te tekenen, en vervolgens niets
te doen dat inconsequent is met hun karakter.
Wyke is een upper class gentleman die met een onvoorstelbaar
dédain neerkijkt op iedereen die niet tot “zijn soort”
behoort – iedereen die niet zoveel geld heeft als hij, iedereen die
zijn wijnkelder niet kan waarderen of die niet begrijpt waarom
verlichte geesten genoegen dienen te scheppen in misdaadlectuur en
spelletjes. Wanneer hij Milo z’n huis ziet binnenkomen, ziet hij
niets meer dan een onderkruipsel – het probleem is niet zozeer dat
iemand z’n vrouw heeft afgepakt. Het probleem is dat het iemand van
een lagere sociale klasse is die dat heeft gedaan. Milo,
daarentegen, is iemand die net zo goed blijkt te zijn in het
spellen van wrede spelletjes als Wyke – alleen reageert hij met het
venijn van iemand die op straat heeft leren vechten, iemand die
niet geïnteresseerd is in de ideeën van fair play waar Wyke
zich aan vasthoudt. Als je die karakters voor ogen houdt, dan
vallen alle plotwendingen netjes in hun plaats, want jà, die
personages zouden echt in staat zijn tot wat we hen zien
doen.
Zeer opmerkelijk voor een dergelijke film is echter dat ‘Sleuth’
ook genietbaar blijft bij herhaalde visies, terwijl je al weet wat
er gaat gebeuren. De reden daarvoor zijn de dialogen, zoals ze
werden geschreven door Anthony Schaffer, en bovenal de manier
waarop ze gespeeld worden door Olivier en Caine. De hele prent
wordt gedragen door de tekst, die van begin tot eind klinkt als een
bel (Olivier: ‘Sex is the game, marriage is the penalty!’).
De beide hoofdrolspelers zijn hier perfect op elkaar ingespeeld,
hun timing is simpelweg vlekkeloos. Let op een scène waarin Wyke de
inbraak in z’n huis geloofwaardig wil maken door met een revolver
hier en daar wat geassorteerde schade aan te richten. Hij schiet
een theepot kapot die Milo in z’n handen heeft – let op Caine’s
reactie op dat moment, terwijl hij daar staat met enkel nog het
handvat in z’n vingers: dàt is komische timing zoals Jim Carrey er
alleen maar van kan dromen. En zo gaat dat de hele film door:
terwijl de personages elkaar uitdagen en bedreigen met
intellectuele spelletjes, doen de acteurs hetzelfde met hun
prestaties – ze geven zichzelf helemaal, alsof ze elkaar willen
toesneren: ‘Kijk maar eens of je dààr nog aankunt!’
‘Sleuth’ werd gebaseerd op een toneelstuk en in feite is het dat
ook gebleven – de actie wordt veelal beperkt tot een paar kamers in
Wyke’s huis en ook het tijdverloop wordt beperkt gehouden. Die
theatraliteit heeft wel als voordeel dat we de gelegenheid krijgen
om die locatie zeer goed te leren kennen – Wyke’s huis is tot in de
details afgewerkt met subtiele aanwijzingen die een inzicht geven
in z’n karakter. Neem bijvoorbeeld de manier waarop de kluis
verscholen gaat achter een dartsbord. Of “Smiling Jack”, een
geautomatiseerde pop die begint te lachen wanneer je op een knop
drukt. Het ziet er niet alleen goed uit, het is ook een zeer
gepersonaliseerde set die is opgetrokken rond de persoonlijkheid
van Andrew Wyke.
Een diepzinnige of belangrijke film is dit niet – ‘Sleuth’ is een
heerlijke ode aan de kracht van goeie dialogen en een monument van
geraffineerd acteerwerk. En meer moet dat niet zijn.
Nota: ‘Sleuth’ is moeilijk te vinden in videotheken, maar kan wel
besteld worden op video en dvd over het internet. Het is de moeite
om ‘m te zoeken.



