Rodney Hunter :: Hunter Files

Ik had nog nooit gehoord van deze Rodney Hunter. Ik heb me alleen
laten strikken door het feit dat deze plaat verscheen op het
exquise Weense label G-Stone, dat jarenlang winst maakte dank zij
de producties van het legendarische duo Kruder & Dorfmeister.
Dat kan gewoon niet tegenvallen, dacht ik, en als een volleerd
detective stortte ik me in de ‘Hunter Files’…
Wanneer je dus op dat label je plaat mag uitbrengen, dan ben je
voorwaar geen sukkelaar. En ook al is het zo dat deze Rodney Hunter
een ouwe schoolmakker is van Peter Kruder, hij komt er ook wel
zonder de steun van zijn beroemde vriend. Hij verdiende zijn sporen
trouwens al in het verleden. Op zijn dertiende werd hij als bassist
ingelijfd in een hiphop-band, later startte hij een eigen label en
stortte hij zich op de fameuze Weense house-, groove- en
downbeat-scene. Het waren trouwens de heren Kruder en Dorfmeister
zelf die hem in 2001 contacteerden met de vraag of hij alsjeblieft
voor hun label een plaat wilde maken.
Die plaat is er nu, en ze is goed. Geen verrassende, vernieuwende
plaat, maar ook geen recyclage of ‘overzichtstentoonstelling’ van
de teloorgegane ‘Wien Scene’. Wat we te horen krijgen is een
smakelijk, feestelijk allegaartje van sexy en funky tunes,
midtempo-beats, downbeat-grooves, blazers, soulvolle vocalen en
hiphop. En de luisteraar? Die wordt van het kastje naar de muur
gestuurd, of beter: van de sofa naar de dansvloer en weer terug.
Afwisseling troef, met andere woorden.
Natuurlijk heeft Hunter af en toe een graai mogen doen in de
rekwisieten die K & D lieten rondslingeren in de studio, en mag
hij een beroep doen op de diensten van enkele gasten die ook al op
de platen van Tosca (het andere duo waar Dorfmeister deel van
uitmaakt) de kop opstaken, toch lijdt het geen twijfel dat we hier
te maken hebben met een artiest met een eigen smoel, een eigen
smaak en een eigen geluid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 3 =