Lhasa :: The Living Road

Zes jaar na haar alom geprezen debuut La Llorona doorbreekt Lhasa de Sela de stilte met haar nieuwe langspeler The Living Road. Het was het wachten meer dan waard, zo blijkt. The Living Road is een ruwe diamant vol doorleefde songs met weerhaken, die rijpen je oor.

Lhasa biedt geen soelaas aan hokjesdenkers die zich verknechten aan het catalogiseren van muziek in -ismen. Wat ze brengt, is op en top cross-over. Lhasa, zelf een Franstalige Canadese met een Mexicaanse vader en Amerikaanse moeder, zwerft als een nomade doorheen de rijke tradities van de wereldmuziek. Folk, Frans chanson, gitano, country, musette en zelfs mantra schemeren door op The Living Road. Haar muziek is dan ook een stoofpotje met een smakenpalet dat zich pas na intense proefbeurten volledig laat gelden. Zingen doet Lhasa met een lage sensuele stem, nu eens in het Spaans, dan weer in Björk-Engels, of in haar moedertaal: het Frans.

De magistrale opener "Con Todo Palabra" is een treurzang met een sluimerende ingehouden spanning. Het oosters getinte nummer is meeslepend en grijpt je recht naar de keel. Het is meteen het visitekaartje van Lhasa"s complexe, veelgelaagde muziek. "La Marée Haute" tapt eerder uit een Frans vaatje. Deze chanson pur sang schippert tussen musette, Ravels Bolero en de pathos van pakweg Adamo. Daar waar we ons bij "La Marée Haute" in een café-chantant waanden, neemt Lhasa ons op "Anywhere On This Road" in gebroken Engels mee naar het Oosten. Het nummer zweept je met een subtiel tribaal ritme op en zwelt aan tot een bezwerend mantra, verrassend gearrangeerd met een speelse xylofoon en een atonale trompet.

"Abro La Ventura" drijft op een atmosferische Sigur Ros-begeleiding, buiten de lijntjes ingekleurd met een country slidegitaar en Lhasa’s getormenteerde miststem. "La Confession" laat zich omschrijven als de geslaagde ontmoeting tussen een licht kitscherige mariachi-begeleiding en Erik Truffaz’ nevelige trompet. De titel "Small Song" doet vermoeden dat dit nummer een licht verteerbaar tussendoortje is. Niets is minder waar. Lhasa bouwt in dit kleinood zorgvuldig de spanning op met behulp van een gebroken walsritme en vreemde tegendraadse accenten van de xylofoon. "My Name" confronteert dan weer de duisternis van Radioheads "Climbing up the Walls" met een lieflijke vibrafoon. Kers op de eclectische taart is de afsluiter "Soon This Space Will Be Too Small". Lhasa"s parlando gaat in dialoog met een aftandse galmende piano die het nummer een claustrofobische sfeer geeft. Een beklijvende, haast filmische apotheose van een uniek album.

Kortom: The Living Road staat bol van geïnspireerde arrangementen uit de vier windstreken. Gitarist Yves Desrosiers en Vincent Segal scheppen voor Lhasa"s songs een perfect uitgebalanceerde sfeer die het midden houdt tussen melancholie en ingehouden extase, tussen de meeslepende spontaneïteit van een roes en verstilde onderhuidse emotionaliteit.

The Living Road is een verrassende plaat, die dieper graaft waar Nitin Sawhneys Beyond Skin of Oi-va-vois Laughter Through Tears blijven steken. Lhasas muziek doet je naar adem snakken en neemt je mee op een wereldreis naar ongerepte muziek. De invloeden zijn rijkelijk gevarieerd, zonder te vervallen in een pastiche. Het klankenpalet is kleurrijk, zonder al te bont te worden. De muziek is meeslepend, niet tergend; groots, niet grotesk; sierlijk, niet potsierlijk. Afsluiter "Soon This Space Will Be Too Small" is dan ook profetisch: Lhasa is een grote dame in wording, en met The Living Road bewijst ze dat ze dat ze meer dan rijp is voor tussenstops op de betere wereldmuziekfestivals deze zomer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =