Any Given Sunday




Elke film die Oliver Stone maakte na ‘JFK’, werd in essentie een lange strijd tussen stijl en inhoud. In die film introduceerde hij voor het eerst de visueel-technische trukendoos die later z’n handelsmerk zou worden: zwart-wit, snelle montages, 16 millimeter, archiefbeelden, noem maar op. U kent die stijl wel. In het beste geval kan zo’n stijl toevoegen aan de inhoud van het drama, zoals het dat deed in ‘JFK’ en – in mindere mate – in ‘Nixon’. Maar dan heb je ook films als ‘Any Given Sunday’, waarin de frenetieke visuele stijl de enige bestaansreden voor de film lijkt te worden – de visuele hoogvliegerij is er niet meer om de inhoud te ondersteunen, maar vice versa. ‘Any Given Sunday’ is de film die het clichébeeld van Stone bevestigd als egotrippende regisseur die meer bezorgd is om het verkrijgen van een geforceerde emotionele reactie, dan met het vertellen van een goed, geldig verhaal.

Al Pacino speelt Tony D’Amato, de coach van het football team Miami Sharks. Ze hebben de laatste vier wedstrijden verloren, en meedogenloze eigenares Christina Pagniacci begint zich zorgen te maken – wanneer dat soort mensen zich zorgen maken, wil dat zeggen dat er ontslagen gaan vallen, dat geldstromen afgesloten zullen worden en dat bitchy dialogen over en weer zullen vliegen. Zéker in een film van Oliver Stone.

Wanneer legendarische quarterback Jack ‘Cap’ Rooney (Dennis Quaid) geblesseerd raakt, krijgt onbekende nieuwkomer Willie Beamen (Jamie Foxx) een kans, en de jongen maakt indruk. Over de loop van de volgende weken wordt hij hoe langer hoe meer een ster – hij geeft de Sharks opnieuw een kans om het seizoen te winnen, wordt opgehemeld in de pers, en gaat zich dan ook navenant gedragen. Zijn ego zwelt zienderogen op, en D’Amato, die zich nog een tijd herinnert toen het allemaal nog om de sport ging, en niet om de poen, kan enkel toezien hoe zijn ploeg uit elkaar gescheurd wordt.

Stone raakt hier in feite grotendeels dezelfde thematiek aan als in ‘Wall Street’: een beroep dat ooit een zekere mate van eergevoel bezat, maar dat al lang verloren is in de drang naar meer geld. In plaats van om de sport, gaat het om kijkcijfers en de inkomsten die daaruit volgen. Wedstrijden moeten gewonnen worden, niet uit eergevoel, maar om de investeerders tevreden te houden. Hier zijn er al mensen die zeuren dat de rust tijdens een voetbalmatch gebruikt wordt voor reclame, ginder worden footballmatchen specifiek stilgelegd opdat de tv een blok reclame zou kunnen inlassen. Daar draait het allemaal om. De spelers weten dat ze na hun vijfendertigste uitgerangeerd zijn, en zorgen er dus voor dat ze binnen zijn voor de regen voor het zover is, met reclamefilmpjes, tv-optredens en zelfs muziekvideo’s. Alles is handel. Zelfs de artsen hebben dat begrepen, en we zien James Woods als een door en door corrupte dokter die maar cortisonen en andere rommel blijft spuiten om de spelers overeind te houden.

Net als Martin Sheen in ‘Wall Street’ krijgen we hier Al Pacino als een laatste gezant uit dat vroegere tijdperk, iemand die nog een tijd heeft meegemaakt toen de sport om het spel ging, en toen de oude gulden regel nog geldig was: elke zondag kan je winnen of verliezen. De vraag is: kan je winnen of verliezen als een man? Het einde van de film is typisch voor een Oliver Stone-film: in wezen is de regisseur altijd een idealist gebleven, die erin geloofde dat Charlie Sheens personage aan het einde van ‘Platoon’ of ‘Wall Street’ toch zou kiezen voor het goede, voor het eervolle. Dat een figuur als Richard Nixon uiteindelijk toch zichzelf bestrafte met z’n oneerlijkheid. De thematiek van ‘Any Given Sunday’ wordt dan ook afgehandeld op een manier die weinig consistent is met de gewoonlijke hang naar cynisme van de cinema van de laatste jaren.

Dat klinkt allemaal vrij boeiend, maar écht veel om over naar huis te schrijven is het niet – Stone heeft ons in feite hetzelfde al eens verteld met voorgaande films, en hier verpakt hij diezelfde boodschap in een film die ons een ellendige 150 minuten lang met z’n gepreek om de oren slaat. Stone gaat hier nog verder in wat hij “vertical cutting” noemt: dus niet alleen horizontaal, de scènes achter elkaar monteren, maar ook verticaal, verschillende lagen toevoegen aan de scènes. Zelfs een in opzet eenvoudige dialoogscène tussen Pacino en Foxx tijdens een etentje, wordt verhakkelt met beelden van een opzettende storm, fragmentjes uit de film ‘Ben-Hur’ en archiefbeelden van footballmatchen uit het verleden. En dàt krijgen we twee en een half uur lang voor de kiezen.

De soundtrack is al even chaotisch, met een wirwar aan hiphop- en heavymetalmuziek. Samen met zelfbewuste geluidseffectjes (één van de spelers doet alsof hij een machinegeweer afvuurt, en jawel, we horen er één op de soundtrack) en het feit dat de personages elkaar nooit op een normaal stemvolume toespreken, maar àltijd staan te schreeuwen (waarschijnlijk om boven de muziek uit te komen), zorgt dat ervoor dat ‘Any Given Sunday’ wellicht één van de meest overgeproduceerde films aller tijden wordt. Een eenvoudig verhaaltje met een eenvoudige moraal wordt hier opgeblazen buiten alle proporties, en het resultaat is een uitputtende filmervaring, die je maar weinig bijbrengt dat je toch al niet wist.

Stone gebruikt Al Pacino zoals de meeste regisseurs dat neigen te doen: hij onderneemt geen enkele poging om de acteur een beetje in te houden, laat hem zover over de top gaan als hij maar wilt. Dan kàn werken, wanneer zo’n prestatie enigszins wordt opgebouwd, zoals in ‘The Devil’s Advocate’ (een tamelijk leuk thrillertje), maar hier draagt hij enkel bij aan de hysterie van het hele gedoe. Dan zie ik Pacino toch liever wat meer ingehouden, à la ‘The Insider’ of ‘Insomnia’. Cameron Diaz heeft moeite om enige reële autoriteit in haar rol van harteloze zakenbitch te leggen, en andere, geweldige acteurs, worden vaak weggestouwd in onbetekenende bijrolletjes. James Woods heeft nog wel wat te doen als charlataneske dokter, maar waarom worden Matthew Modine, John C. McGinley en Lauren Holly gedegradeerd tot nauwelijk herkenbare, snel voorbijflitsende gezichten?

‘Any Given Sunday’ is een film met een onontkenbaar gevoel van energie, maar dat geldt dan ook voor alle films van Stone. Het punt is dat die energie ditmaal niet gericht is op een duidelijk onderscheiden doel. Het is een furieuze orkaan van een film die alles op z’n pad vernietigt en ons enkel achterlaat met een gevoel van leegte.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 1 =