J.M.H. Berckmans :: Ass op jazzwoensdag

Vreemd boekske, dat As op jazzwoensdag van Jean-Marie Berckmans. Autobiografie of autobistrografie? Niets is duidelijk in het spetserke of in Biotoop Zero, behalve dan de dood van de moeder, de moeder te weten van het hoofdpersonage, de Meest Moderne Bizarre Man. En de ellende, die is overal, als de keutels van de hond Charlowie. Jaja, wreed vreemd boekske.

Met deze inleiding is meteen — in de mate van het mogelijke — de stijl geschetst van As op jazzwoensdag, een van de meest opmerkelijke kenmerken van deze korte roman. Je hebt schrijvers die woorden plaatsen in een deftig rooster, zoals moleculen in vaste toestand. Je hebt ook auteurs die wat verder gaan en waarbij de woorden door elkaar beginnen te glijden als in een vloeibare toestand. Berckmans gaat schijnbaar nog iets verder. Bij hem beginnen de woorden en zinnen rond te zweven, is de samenhang vaak even vluchtig als bij materie in de gasfase.

J.M.H. Berckmans (1953) is altijd een buitenbeentje geweest in de Vlaamse letteren. Hij leefde en leeft een beetje aan de zelfkant van de maatschappij, bij zijn ouders en bij de drank. Zijn boeken zijn daar voor een groot stuk de neerslag van. In As op jazzwoensdag – de nieuwe herwerkte versie van zijn strafste roman – beschrijft hij de dood van zijn vader en moeder, het afscheid van zijn vrienden, de spoken in zijn hoofd, het algemene verval. Teloorgang is het centrale thema.

Het boek is opgedragen aan de in het jaar 2000 overleden kunstenaar Albert Szukalski. Szukalski vormt een van de hoofdpersonages, samen met de ik-persoon de Meest Moderne Bizarre Man en diens kennissen De Brees, Leoski Leon, het Witgekalkt Ros Krapuul, Akaki Akakjewitsj, Anatol Anatoljewitsj, Ilja Iljitsj Marikk’n en nog anderen van wie het niet steeds duidelijk is om het gaat om medetooghangers in het spetserke (zonder hoofdletter) of afsplitsingen van zichzelf, enfin, van de Meest Moderne Bizarre Man dus. Het boek opent met een indrukwekkende, vreselijk warrige en daardoor dronken-oprechte evocatie van het spetserke en zijn passanten. Maar dan – met de dood van moeder — trekt het hoofdpersonage zich terug in zijn huis, Kontainer I in Biotoop Zero. Hij is er overgeleverd aan de drank, zijn vrienden die hem al eens bezoeken en zijn eigen demonen. Alles wordt op zijn beloop gelaten en Kontainer I gaat ten onder in vuiligheid en de keutels van de hond Charlowie, het arme beest.

Berckmans beschrijft dit alles op een ongeëvenaarde manier. Literaire hoogstandjes zal de ene zeggen, onsamenhangend gezwam de andere. Feit is dat Berckmans op een heel eigen en compromisloze manier zijn ding doet. Bij momenten heeft hij geweldige invallen – getuige daarvan alleen al de titel van het boek. Vaak vergt het van de lezer ook wel een bijzondere inspanning want zoals gezegd: warrig kan het allemaal wel eens zijn. Voorbeeld daarvan is de jazz die her en der opduikt en waarvan de songs, titels en uitvoerders schijnbaar gratuit worden meegegeven, als was het de achtergrondmuziek van het verhaal. Muziek die er goed zou bij passen, want de taal van Berckmans heeft veel van jazz: schokkerig, vol improvisatie, associatief en met een flits van het genie. Een omschrijving waarmee Berckmans waarschijnlijk wel vrede zou kunnen nemen. Als die uitdrukking tenminste bekend is in zijn eigen, neen eigenzinnig woordenboek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =