Punch-Drunk Love



95 min. / USA

Er zullen niet veel mensen zijn die in Adam Sandler een groot
acteur vermoeden. De vreselijk irritante flauwe grappenmaker uit
films als ‘The Waterboy’ en ‘Big Daddy’, heeft tijdens de voorbije
jaren een twijfelachtige reputatie opgebouwd als de minst leuke
komiek die momenteel Hollywood onveilig maakt. Dat juist Paul
Thomas Anderson, regisseur van ambitieuze drama’s als ‘Boogie Nights’ en ‘Magnolia’, met hém een nieuw project zou
willen starten, leek aanvankelijk een onzalig idee. Maar soms weet
een filmmaker iets uit een acteur te halen waarvan we eerder niet
hadden kunnen vermoeden dat het aanwezig was. Kijk maar naar wat
Steven Soderbergh met Jennifer Lopez deed in ‘Out Of Sight’, of
Peter Weir met Jim Carrey in ‘The Truman Show’. Anderson neemt de
gebruikelijke maniertjes waar Sandler zo berucht om is geworden, en
gebruikt ze om één van zijn meest memorabele personages mee te
creëren.

Sandler speelt Barry Egan, een sullige groothandelaar in
toiletartikelen die zijn leven doorbrengt in zo goed als volslagen
eenzaamheid. Barry is een slachtoffer, zien we vanaf het begin. Hij
heeft zeven zussen die schijnbaar enkel leven om hem het leven zuur
te maken. Ze noemen hem een mietje, ze herinneren hem constant aan
de meest genante momenten uit zijn jeugd, en dat dan nog liefst
wanneer er vreemden bij zijn. En wat nog het ergste is – ze doen
het met de glimlach. Alsof ze absoluut geen kwaad in de zin
hebben.

Ondertussen heeft Barry het moeilijk om contact te leggen met
mensen. Confrontaties gaat hij uit de weg, en hoewel het nooit met
zoveel woorden wordt gezegd, valt het te betwijfelen of hij ooit al
wel eens met een vrouw is uitgeweest. Aan één van zijn schoonbroers
vraagt hij het nummer van een psychiater. Waarom? Omdat hij
zichzelf niet zo graag mag.

Dit alles zorgt ervoor dat Barry een emotionele tijdbom is
geworden, die op elk moment kan afgaan. Af en toe zien we voorbodes
van de vreselijke agressie die hij continu onderdrukt – Barry trapt
een verandadeur in, slaat het toilet van een restaurant aan
diggelen, enz… We krijgen de indruk dat hij een man is die zich
wanhopig vastklampt aan de schijn van een normaal leven, met een
normale job – hij is het soort mens over wie we lezen in de krant,
nadat hij ofwel zichzelf, ofwel anderen van kant heeft gemaakt uit
pure frustratie met zijn leven.

Maar er is – misschien – hoop voor hem, wanneer hij Lena ontmoet
(Emily Watson), een vrouw die geen vragen stelt, die hem niet
kleineert en hem schijnt te willen aanvaarden voor wie en wat hij
is. De vraag is natuurlijk of Barry ondertussen te ver weg is
gezakt in zijn sociaal isolement om van de gelegenheid tot liefde
gebruik te kunnen maken.

Paul Thomas Anderson begon zijn carrière met een zeer
kleinschalige film, ‘Hard Eight’, vooraleer hij zijn twee beter
bekende, opera-achtige epossen ‘ging maken, en het is naar die
traditie van zijn eerste film dat hij terugkeert voor ‘Punch-Drunk
Love’. In wezen is dit een karakterschets van één man en zijn
zoektocht naar een normaal leven. Anderson kent zijn hoofdpersonage
door en door, en zonder te veroordelen, schetst hij een pijnlijk
eerlijk portret van hem. Tegen het einde van de film, heeft het
publiek het gevoel dat ze hem ook kennen, en reken maar dat u van
hem zult gaan houden. Niet ondanks zijn neuroses of zwakheden, maar
juist daardoor, gaan we écht om hem geven.

‘Punch-Drunk Love’ is een romantische komedie, maar dan wel op
z’n Andersons. De licht surrealistische toon wordt vanaf het begin
gezet wanneer Barry een harmonium op straat vindt. Voorzichtig
probeert hij een paar noten te spelen, maar hij krijgt er enkel wat
onsamenhangend gejengel uit. Kijk naar Sandlers gezicht tijdens
deze eerste scènes – heel even is hij alleen, heeft hij rust.
Daarna zal de hel van zijn dagelijks leven losbarsten.

Wat is het probleem met de doorsnee romantische komedie? Wel,
doorgaans worden de hoofdrollen in zo’n dingen gespeeld door Meg
Ryan of Julia Roberts, mensen die er zo ongelooflijk mooi en
succesvol uitzien, dat we ons nooit zorgen maken over de uitkomst
van het verhaal. Het is gewoon een absolute zekerheid dat de
aantrekkelijke hoofdfiguren elkaar voor het einde in de armen
zullen vallen, en al wat er daarvoor komt, is enkel tijdvulling.
Ook de humor in dergelijke films is routineus, getimed naar
sitcom-standaards, zodat we netjes drie grappen per minuut krijgen,
en niet één meer of minder.

‘Punch-Drunk Love’ daarentegen, gooit die conventies vrolijk
overboord – de personages zijn zo geschreven dat we nooit zeker
kunnen weten wat er gaat gebeuren, en de uitkomst van hun relatie
is alles behalve gegarandeerd. Barry en Lena worden niet gedicteerd
door de één of andere lamlendige plot; hier is het niet het verhaal
dat de personages leidt, maar omgekeerd. En de humor wordt eerlijk
verdiend – Anderson weigert Barry uit te lachen, maar verdient zijn
geestige momenten door de interactie tussen zijn hoofd- en
nevenpersonages op een genadeloos logische manier uit te spelen.
Let bijvoorbeeld op de scène aan het eind, waarin Sandler, gewapend
met de hoorn van een telefoon, het gaat opnemen tegen een heerlijk
slonzige Philip Seymour Hoffman. Als je er even bij stilstaat, is
dat een hilarische scène, maar het volgt zo logisch uit wat we
eerder hebben gezien, dat het een eerlijk verdiende lach is, en
niet een gemakkelijk punt dat Anderson even wilde scoren door er
snel een bitsige one-liner tussen te steken.

Ik had nooit gedacht dit te zullen zeggen, maar Sandler is
uitstekend als Barry. De man had duidelijk een enorm vertrouwen in
zijn regisseur, en is bereid om al zijn tics en vreemde
eigenschapjes te gebruiken, niét om grappig te zijn, maar om een
man te spelen die wanhopig wenst dat mensen niet om hem zouden
lachen. Sandler begrijpt perfect dat er een enorme angst aan de
basis van zijn personage ligt – hij is al zo lang de risee van
zoveel mensen, dat zijn eigenwaarde een gigantische knauw heeft
gekregen, en wanneer mensen eisen aan hem stellen, van hem
verwachten een actieve sociale rol te spelen, kruipt hij in zijn
schelp. Let bijvoorbeeld op een telefoongesprek dat Barry voert in
zijn flat met een vrouw die hem om geld vraagt – kijk hoe hij zich
geïntimideerd voelt, en langzaam maar zeker achteruit schuifelt,
tot hij letterlijk met z’n rug tegen de muur staat. Dàt is subtiel
acteerwerk. Misschien is er nog hoop voor Sandler, als hij wat
vaker kan samenwerken met een regisseur van het kaliber van PT
Anderson.

Dit is een romkom die niet draait rond Hollywoodsterren waar de
glamour vanaf spettert, maar over gewone mensen, waarvan ééntje dan
nog zwaar beschadigd is. De tour de force van Sandler en de o zo
lieve gevoeligheid van een alweer verrukkelijke Emily Watson,
zorgen ervoor dat je oprecht begaan bent met hun lot. Nog nooit was
een kusscène zo’n opluchting – ik wilde spontaan rechtspringen en
beginnen applaudisseren, onder het luid scanderen van “Go Barry!”,
maar dan krijg je weer van die boze blikken in het publiek,
natuurlijk. Tegen de tijd dat ze elkaar voor de tweede keer –
letterlijk – tegen het lijf lopen op Hawaï, merkte ik dat ik
verdomme met een krop in m’n keel zat. Kom dàt tegen!

Anderson is één de meest humanistische regisseurs die vandaag
aan het werk zijn. Hij schrijft over mensen van vlees en bloed, en
doet dat keer op keer met een intens, en schijnbaar oprecht,
medeleven. Op het einde van deze film zien we Sandler opnieuw aan
zijn harmonium zitten. Hij begint te spelen, en het melodietje dat
we horen, heeft veel weg van een liefdesliedje. Een poëtisch einde
voor een hartverwarmend mooie film.

Home

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =