Lipstick Traces :: De spagaat van de Manic Street Preachers

Met de b-kantjes en coververzamelaar Lipstick Traces: A Secret History bieden de Manic Street Preachers hun fans een tegengewicht voor de kapitalismevriendelijke Greatest Hits van vorig jaar. Meer nog dan die collectie geven de verzamelde b-kantjes een idee van de uitersten waartussen de groep zich al die jaren bewoog. Je vraagt je bovendien onwillekeurig af of er op de achtergrond geen strijd woedt tussen liedjesschrijver James Dean Bradfield en de punky huisvrouw Nicky ("Ik hou van stofzuigen") Wire over welke richting de muziek uitmoet.

Net als bij hun grote voorbeeld The Clash, was het punklabel dat aanvankelijk op het voorhoofd van de Manic Street Preachers werd geplakt slechts ten dele terecht. Vroege singles als "Suicide Alley" en "Motown Junk" mochten dan al furieuze songs zijn die meer dan één blik van bewondering wierpen richting "White Riot", hun debuutplaat Generation Terrorists telde evenzoveel poppy momenten, met het duet "Little Baby Nothing" als uitschieter.

Die hitgevoelige kant stak op elk album meer dan eens de kop op. De muzikale tandem van de Manics, zanger-gitarist James Dean Bradfield en drummer Sean Moore, wist hoe ze een deugdelijk popnummer ineen moesten steken, en de shock and awe-tactieken van tekstschrijvers Richey Edwards en Nicky Wire werden op elk album van genoeg melodieus tegengas voorzien. De beste Manics-tracks waren dan ook steeds een combinatie van punkse tegendraadsheid en een ongelofelijk gevoel voor melodie.

Dat de roots van de jongens toch eerder in Clash-geïnspireerde punk lag, spreekt uit de vroege b-kantjes. De groep schreef wel een klassieker als "Motown Junk", een b-kantje als "Sorrow 16" stamt duidelijk uit een tijd toen hun song-schrijfkunsten nog een stuk rudimentairder waren. "Democracy Coma" en "We Her Majesty’s Prisoners" gaan in dat straatje verder, maar hinten al naar de meer hardrockgerichte inslag van Generation Terrorists.

Voor de opvolger wordt een meer mainstream-rockgeluid uitgeprobeerd, als wilde de band het feit dat ze hun initiële belofte ("we verkopen van onze debuutplaat 16 miljoen exemplaren en dan splitten we") niet had gehouden tot een statement ombuigen. De plaat kreeg dan ook de titel Gold Against The Soul mee, en de groep speelde in het voorprogramma van Bon Jovi, goed wetende dat daar niet het publiek stond dat op hen zat te wachten.

Hoewel de plaat achteraf onderschat lijkt, werd de koerswijziging niet goed onthaald, en ook de Manic Street Preachers wilden een andere kant uit. Op het b-kantje van "Life Becoming A Landslide" werd een andere richting uitgeprobeerd en goedgekeurd. Zelden was een b-kant zo’n keerpunt als "Comfort Comes". Brutaal, kortaangebonden en kaal, heeft het weinig meer te maken met de sologretige metal van Generation Terrorists en zijn opvolger.

"Dat is nog het fijnste aan in een band spelen", zegt Nicky Wire, "dat je nummers kunt opnemen zonder dat je onder druk staat of het nu het album haalt of niet. B-kantjes opnemen of een remix maken is soms leuker dan een album opnemen"."Comfort Comes" is zo’n nummer. Het is alles wat de gladde a-kant, "Life Becoming A Landslide", niet is. Het resultaat is meer Joy Division dan Guns ’n Roses, en kondigt meesterwerk The Holy Bible aan.

Bradfield mag zich op Gold Against The Soul dan ontpopt hebben tot een meesterlijke songschrijver, voor de opvolger maken zijn tekstleveranciers het hem niet gemakkelijk. Er wordt afgesproken dat Bradfield geen letter aan de teksten zou wijzigen en de muziek zich rond de onmogelijke lappen tekst van (voornamelijk) Edwards zou plooien. Het levert een erg spannend resultaat op. Dat Edwards ondanks zijn eigen muzikale onkunde (hij ging er prat op geen noot te hebben gespeeld op hun debuut) zich toch met de muziek bemoeide, bleek ook uit een briefje dat na zijn verdwijning in februari 1995 werd gevonden: "idee voor volgend album: Nine Inch Nails meets Pantera, meets Screamadelica."

Met Edwards’ verdwijning kantelt het evenwicht in de groep in het voordeel van Bradfield: op Everything Must Go uit 1996 stokt de muzikale evolutie die de groep tot dan doormaakte en kiest de band resoluut voor een toegankelijk episch geluid dat mooi in de heersende Britpop-tijdsgeest past. Die lijn wordt doorgezet met het erg ontgoochelende This Is My Truth, Tell Me Yours.

Vreemd genoeg staan enkele van de beste nummers uit die tijd niet op die laatste plaat. "Prologue To History" en "Socialist Serenade" worden op b-kantjes weggemoffeld. Beiden zijn het epische nummers, met een stevige upbeat-feel, en Bradfield die eindelijk nog eens zijn keel opentrekt. Dat was lang geleden, want hij leek langzamerhand meer en meer geïnteresseerd in pure popsongs, zoals hij er ondertussen had geschreven voor Kylie Minogue en voor Tom Jones’ Reload-album.

Know Your Enemy, het laatste album tot nu toe, gaf de slinger echter weer een duw in de andere richting: Bradfield mocht nog wel gaan voor het songschrijvers-walhalla met parels als "Let Robeson Sing", "Ocean Spray", of het net iets te Spectoriaanse "So Why So Sad", Wire kreeg zijn trashy inbreng met onder andere "Wattsville Blues" en "Dead Martyrs". Het was dan ook geen toeval dat er twee singles werden uitgebracht als voorloper van de plaat. Zowel het stevige "Found That Soul" als "So Why So Sad" hadden hun voorstanders, en Bradfield gaf het ruiterlijk toe: "Dat we twee singles uitbrachten, had er vooral mee te maken dat we het niet eens werden wat de eerst single moest worden. Als we één song hadden gekozen was die niet representatief geweest, het moesten er twee zijn aangezien het zo’n zwart-witte plaat is."

Bradfields voorkeur voor de songschrijftraditie blijkt nog meer uit de Lipstick Traces-cd met covers. De groep covert gezamenlijk The Clash, McCarthy, Chuck Berry en de Happy Mondays, de helft van de cd bestaat uit solo-momenten van Bradfield terwijl hij de echte canon aansnijdt: "Raindrops Keep Falling My Head" en "Bright Eyes", maar ook moderne klassiekers als "Last Christmas" van George Michael. Als hij dan al eens een Nirvana-nummer als "Been A Son" vertolkt, is het op zo’n manier dat je aandacht meteen meer naar de tekst wordt getrokken dan bij het origineel van Cobain.

Al in 1993 schreef een recensent van The Times na een concert van de Manic Street Preachers: "die last-gang-in-townhouding kan hen misschien geholpen hebben in het verleden, dit optreden bewijst vooral dat Bradfield een getalenteerde muzikant is die minder attitude en een betere band achter hem nodig heeft." Toch lijkt hem dat geen optie, net als splitten: "Ik had het er onlangs nog over met Nicky. Elke groep die we in onze jeugd goed vonden — Echo And The Bunnymen, The Sex Pistols — kwamen jaren later terug bijeen. Zelfs The Velvet Underground deed dat op een bepaalde manier. Ik zie geen reden in een split als die bands terug samen komen en ik zie er ook absoluut geen graten in als het enige waar ik op zit te wachten nieuwe teksten van Nicky zijn, dat ik terug muziek kan beginnen schrijven."

De Manics zijn een groep met twee gezichten. Nog steeds. Als een muntstuk dat steeds maar rondtolt, maar soms toch plat op één van zijn beide zijdes valt. Het ene moment spelen ze voor een zaal vol wuivende aanstekers "The Everlasting", het volgende ogenblik slaan ze terug met een verzengend "Masses Against The Classes". Voor de Manics gold al vroeg de vraag "From Despair To Where?", het antwoord was: naar nog meer wanhoop. Eenmaal de overblijvers zichzelf hadden bijeengeraapt na de verdwijning van Edwards was het antwoord: naar nummer één, om vervolgens muzikaal te gaan zwalpen. Met de Best Of en deze Lipstick Traces is naar verluidt geen periode afgesloten, maar enkel een gat gevuld tussen twee LP’s. In de lente van 2004 moet de opvolger voor Know Your Enemy uitkomen en naar Wire’s zeggen zal die tien nummers "elegische pop" bevatten. Het klinkt alsof Bradfield terug aan zet is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − twee =