We Are Scientists

Het Depot, Leuven, 9 november 2010

‘Barbara’, de jongste albumtelg van de energieke Amerikaanse
indiepoprockers We are Scientists (om het even omslachtig te
omschrijven), zag vijf maanden geleden het levenslicht. Hoog tijd
dus om de Belgische harten te veroveren, moesten Murray en co.
gedacht hebben. Deze zomer probeerden ze dit al, in de vroege
donderdagmiddagzon op Pukkelpop. Het festivalpubliek kon hun catchy
nummers toen best wel pruimen, al overtuigde het trio niet
volledig. Tweeënhalve maand later krijgt We are Scientists hun
Belgische herkansing, ditmaal in het Depot in hartje Leuven.

De beginnoten van ‘Nice guys’ uit het gloednieuwe ‘Barbara’ worden
meteen herkend en zo wordt een avondje vrolijk meespringen ingezet.
Zowat elk liedje kan door het overweldigende percentage
die-hardfans in Leuven worden geïdentificeerd aan de hand van een
eerste riff, met luid gejoel bij iedere halve hitsingle tot gevolg.
De uitbundige nummers laten zich dan ook gemakkelijk meebrullen.
Ieder lied is vrijwel op dezelfde manier opgebouwd zonder ruimte
voor veel variatie of improvisatie en de refreinen bevatten vaak
herhalingen, die desalniettemin verdomd aanstekelijk op de
dansspieren inwerken.

De volledige discografie van We are Scientists bekeken, kunnen we
er niet van onderuit dat ‘Barbara’ het zwakke broertje vormt van
‘Brain Thrust Mastery’ en (vooral) klasbak ‘With Love and Squalor’.
Het optreden van dit trio bewees echter dat een geslaagde mix van
oud en nieuw materiaal de positieve kanten van ‘Barbara’ placht in
de verf te zetten. Een aantal goedgekozen nieuwtjes hielden zeker
stand, denk maar aan ‘Rules don’t stop’, ‘I don’t bite’ en ‘Break
it up’. Natuurlijk is het niet ontkenbaar dat oudere hits op heel
wat meer bijval konden rekenen. Zo vormden ‘Nobody move, nobody get
hurt’, ‘This scene is dead’ en ‘The great escape’ zonder twijfel de
hoogtepunten van de avond, op de voet gevolgd door het minder
vrolijke ‘Tonight’.

Ambiance was met kleppers als deze optimaal verzekerd, zeker met
een dusdanige chemie tussen gitaristen Murray en Cain. Ondanks een
totaal gebrek aan inspirerende bindteksten – we herinneren ons een
zeer boeiend gesprek over zweet op het voorhoofd van Keith Murray –
spatte het kinderlijke enthousiasme van het podium af. Soms zelfs
letterlijk. Tijdens ‘Textbook’ werd hun New Yorkse vriend Darren de
gitaar van Murray in de handen gedrukt. Het showbeestgehalte van de
frontman ging steil de hoogte in met een sprong in het publiek, tot
groot jolijt van de in het midden geconcentreerde fanschare. Zijn
stem begeeft het bijna, maar zijn gretigheid zwakt allerminst af.
Tijdens het verdere verloop van het concert zien we dat hij zich
nog meer in zijn sas begint te voelen. Ook het publiek werd (indien
mogelijk) nog onstuimiger, al was hun trek- en duwpartij eerder wat
rondhuppelend geweld dan een daadwerkelijke moshpit.

De energieke riffs van We are Scientists zijn onmogelijk te
temperen. Tegelijk zorgt nu net dit feit na verloop van tijd voor
de meeste aversie in deze anderzijds best wel te smaken vertoning.
Nummer na nummer horen we overdreven veel hitpotentieel. Er wordt
amper van de drieminutennorm afgeweken en enige improvisatie is ver
te zoeken. Een concert van We are Scientists geeft de facto weinig
meerwaarde aan wat we al eerder op plaat konden horen. Het klinkt
allemaal te braaf, veel te poppy en absoluut niet baanbrekend.
Vooral dat laatste zit ons dwars: dit concert bevatte welgeteld
geen enkele verrassing – tenzij je de sprong van Keith Murray
helemaal niet zag aankomen. De volstrekte afwezigheid van wat
speelruimte tijdens en tussen de nummers door liet ons op onze
honger zitten. In nood van vrolijk indiegedruis leg ik vanaf nu het
magnifieke ‘With Love and Squalor’ louter op tijdens huiselijke
onderonsjes; ervoor afzakken naar Leuven bleek niet meteen nodig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in