The Rifles + The Young Knives


Dinsdagavond stonden in de Rotonde van de Botanique twee groepen
op het podium, die worden beschouwd als exponenten van de huidige
punkrenaissance. Toch springen eerder de verschillen tussen The
Rifles en The Young Knives in het oog dan de gelijkenissen. The
Rifles komen uit Londen, dragen de ‘juiste kleren’, en brachten
deze zomer een plaat uit met vlot in het gehoor liggende songs over
uitgaan, relaties en jong zijn in de 21ste eeuw. The Young Knives
daarentegen wonen in het landelijke Ashby-de-la-Zouch
(Oxfordshire), zien er uit als nazaten van Jomme Dockx en hullen
hun soms lichtjes absurde teksten in grillige, quasi slordige songs
die neigen naar XTC, Pixies en The
Futureheads
.
Hoewel The Young Knives hun eerste ep al uitbrachten nog vóór The
Rifles werden opgericht, was het niet meer dan logisch dat zij
openden voor het Londense kwartet en niet omgekeerd. De eerste
langspeler van The Rifles verscheen immers vorige zomer al, en in
tegenstelling tot de Knives scoorden Joel Stoke, Luke Crowther,
Robb Pyne en Grant Marsh ook bij ons intussen enkele stevige
radiohits met ‘She’s Got Standards’ en ‘Peace and Quiet’.

Eén van de weinige dingen die de twee groepen wél gemeen hebben, is
dat zij dinsdag voor het eerst voor een Belgisch publiek speelden.
Omstreeks kwart over acht verschenen The Young
Knives
op het podium, voor een concert dat voornamelijk
bestond uit songs van het onlangs verschenen debuut. Henry Dartnall (zang, gitaar), broer The House
of Lords (bas, zang) en Oliver Askew (drums) begonnen eraan met
anderhalve song: een half ‘Half Timer’ en een heel ‘Part Timer’
werden vakkundig aan elkaar gelijmd, en vormden het startschot van
een bij momenten snelle en felle set. De drie hielden er van meet
af de vaart in en trakteerden ons op sterke versies van
(huisfavorieten) ‘Weekends and Bleak Days (Hot Summer)’, ‘Mystic
Energy’, ‘Loughborough Suicide’, ‘Coastguard’ en vooral ‘She’s
Attracted To’.

Geen nummers dus van oudere ep’s, wel het opvallend rustige, folky
‘Brochures’ en het vinnige ‘Life to the Letter’, twee b-kantjes van
hun recentste single ‘The Decision’. (Eén van die songs zou
trouwens een geheime boodschap bevatten die leidt naar een door de
groep verstopte ‘schat’.)
De broers verdeelden de lead vocalen onder elkaar (al nam Henry wel
het merendeel voor zijn rekening), en af en toe werd er wat over en
weer gegrapt. Daarbij moest vooral bassist House of Lords het
ontgelden, omdat hij te dik zou zijn om in een band te spelen en
lang niet zo goed kan zingen als zijn broer. Kortom, een optreden
dat smaakte naar meer.

Bij The Rifles waren we vooral benieuwd naar hoe
de cleane sound van de plaat ging vertaald worden naar het podium,
want producer Ian Broudy had de elf tracks van ‘No Love Lost’ nogal
grondig aangepakt met schuurpapier en vernis. We hoopten dan ook
dat de band in de Rotonde een pak vuiler voor de dag zou
komen.
Teleurstellen deden The Rifles allerminst, ook al zijn ze dan niet
meteen de origineelste groep van het moment. Niet alleen hun naam
danken ze aan The Jam, ook de muziek is voor een stuk schatplichtig
aan het powertrio van Paul Weller. Maar er zit nog veel meer
(Britse) rockgeschiedenis in The Rifles, want wie goed luisterde,
ving ook flarden Beatles, Libertines, Smiths of Buzzcocks op.
Gelukkig maakte de band dat ook dinsdag ruimschoots goed met veel
overgave, spelplezier en een positieve attitude. Al deze dingen
samen maakte dat hun concert een meer dan aangename verrassing
werd.
Bovendien maken de jongens niet de fout zelfvertrouwen te verwarren
met verwaandheid, want zanger-gitarist Stoker en gitarist Crowther
(met onafscheidelijke hoed) voelden zich allerminst te beroerd om
af en toe een babbeltje met het publiek. (Zo leerden we ondermeer
dat Stoker het Maes-bier van de Botanique maar niks vond.)

Ook The Rifles speelden ongeveer drie kwartier. De singles
‘Repeated Offender’, ‘Peace and Quiet’, ‘Local Boy’ en ‘She’s Got
Standards’ zaten netjes verdeeld over de setlist, en tussendoor
zoefden andere prijsbeesten als ‘Home Town Blues’, ‘She’s the Only
One’, ‘One Night Stand’ en ‘Robin Hood’ aan een rotvaart voorbij.
Een paar keer ging de band op de rem staan, voor ‘Spend a Life
Time’ en ‘Narrow Minded Social Club’, en werden er enkele songs
gespeeld die de elpee niet haalden. Vooral het knappe ‘Fat Cat’
was sterk (klinkt ook iets anders en donkerder dan de andere
Rifles-songs), maar ook de cover van The Specials (‘Rat Race’)
sloeg aan bij de fans.

Hoewel The Young Knives op minder bijval konden rekenen dan The
Rifles, vonden wij beide optredens zeker even sterk. Of om het met
een cliché te zeggen (zelf gezocht, dan hadden ze maar andere namen
moeten kiezen): The Young Knives stonden scherp, The Rifles schóten
met scherp. Hopelijk blijft het dan ook niet bij deze eerste
doortocht!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in