Matthijs Van Boxsel :: Deskundologie

"Zwei Dinge sind unendlich: Das Universum und die menschliche Dummheit. Aber bei dem Universum bin ich mir noch nicht ganz sicher." Einsteins onsterfelijke uitspraak komt ook nu nog van pas. Maar terwijl er bibliotheken volgeschreven zijn over het universum, verstomt men zodra dat andere ter sprake komt. Alsof er niets te vertellen valt over de menselijke domheid.

Matthijs Van Boxsel is het daar alvast niet mee eens. In 1986 verscheen voor de eerste keer de driedelige reeks De Encyclopedie van de Domheid. Toen de reeks geen herdruk meer kreeg, werd het weer stil rond Van Boxsel, tot hij in 1999 het thema nieuw leven inblies door een nieuw boek uit te brengen, eenvoudig De Encyclopedie van de Domheid getiteld, alsof de vorige drie nooit verschenen waren.

In zijn nieuwe encyclopedie verloor Van Boxel zich op een heerlijk badinerende wijze in de vele exploten rond de menselijke domheid. Korte lemma’s konden worden geproefd als scherts, luim of kwaadaardige opmerkingen naargelang de eigen stemming. Van Boxsel was niet meer dan een chroniqueur die doelbewust enkele speldenprikken uitdeelde en zijn materiaal slechts met mondjesmaat vrijgaf. De domheid, zo beloofde het boek, was een schier onuitputtelijke bron voor al wie zich al schaterlachend of droef te moede over de mensheid buigen wou.

In 2001 volgde een tweede deel met als (onder)titel Morosofie. Dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen. Het encyclopedische gedeelte in de ware zin van het woord trachtte een zo volledig mogelijke lijst te geven van alle morosofen en hun theorie(ën) in Vlaanderen en Nederland, maar een inleiding kon er gelukkig wel van af. Morosofen zijn immers literaire gekken, wetenschappers bij wie kennis vervangen werd door fantasie en absurditeit. Met een scherpe maar ook milde pen leidde Van Boxsel ons deze maal in een nieuwe wereld in, al tolde het hoofd om zijn eigen as wanneer de lezer meer dan twee theorieën na elkaar las.

En nu is er het derde deel, dan wel het zesde: Deskundologie. Domheid als levenskunst. De deskundologen, een bonte groep uit de jaren zestig, wilden doelbewust de wereld op zijn kop zetten. Toen hij aan het tweede deel werkte, verbande Van Boxsel hen nog wegens opzettelijk humoristisch bedoeld, maar eigenlijk heerst de domheid overal en dus ook hier. Maar eer de eerste deskundologen hun zegje mogen doen, komen andere vreemde vogels en idioten aan bod. Na een kort maar heerlijk intermezzo over de wereldmachine wiens enige bestaansreden lijkt te zijn dat ze bestaat, staat Van Boxsel stil bij de Darwin-awards.

De Darwin-awards zijn ondertussen al berucht genoeg: alleen zij die door hun eigen domheid een einde aan hun leven maken en zich zo uit de genenpool verwijderen, komen in aanmerking. Maar voor Van Boxsel reikt het verder: het wezen van de mens en de aard van zijn intelligentie — die onmetelijk dom is — worden zoals het hoort onder de loep genomen, gewogen en gemeten, waarna de auteur en de lezer zich vragend in het haar krabben. Ook de patafysici en deskundologen krabben in ieders haar, maar de spot is nooit ver weg.

Van Boxsel kan zijn sympathie voor hen nauwelijks verbergen, vooral daar hij ondertussen zelf lid van het clubje uitmaakt. Maar voor de loftrompet te hard zou schallen, klinken de juiste valse noten weer en zet de auteur zichzelf te kijk. Een tweede — en uitgebreidere — keer wordt de idiotie van gelijk welke encyclopedie genadeloos geregistreerd en in zijn hemd gezet. Zo hoort het ook.

Drie verkrijgbare delen telt De Encyclopedie van de Domheid nu, ondertussen zijn al vier nieuwe delen aangekondigd. De domheid is immers oneindig en in Van Boxsel heeft ze niet alleen een uitstekende discipel gevonden maar ook een scribent die getrouw neerschrijft wat hij hoort, ziet, leest en bedenkt of vergeet. De Encyclopedie van de Domheid zal niet alleen uw kennis van het triviale vergroten maar u ook op de waarde van de domheid wijzen. En dat is nog niet eens zo stom bedacht, uiteindelijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in