Peter Slabbynck :: ”We voelen ons goed in de WC-pot”

Sinds het begin van de jaren tachtig leidt hij zijn troepen door het woelige Vlaamse rocklandschap. "I Can’t Live in a Living Room" maakt al twintig jaar deel uit van het Vlaamse kollektieve geheugen. Peter Slabbynck, zanger van Red Zebra en De Lama’s, is niet voor één gat te vangen. Vlak na de verkiezingen van 1999 was hij zelfs even woordvoerder van de Vlaamse minister van Cultuur, Stedelijk- en Jeugdbeleid Bert Anciaux. Na enkele maanden hield hij het daar voor bekeken om terug te keren naar zijn oude job als copywriter. In de eerste plaats blijft hij echter een gepassioneerde muziekbeoefenaar én -liefhebber.

Peter Slabbynck: "Ik ben een kind van TopPop. Wij spurtten na de studie naar huis om TopPop te zien, dat was ons programma. Onlangs kocht ik nog een handig boek waarin een lijst staat met al de clips die in het programma zijn geweest. Het was de periode van de wegwerppop: The Rubettes, Mud, The Sweet,… Toen had ik geen geld om singles te kopen maar nu probeer ik die allemaal vast te krijgen, al is het dan de grootste kitsch of romantiek. Op rommelmarkten kun je die nog vinden."
     "Ik kijk absoluut niet neer op die periode, maar daarna kwam de punk en dat was uiteraard een enorm kontrast. Bij optredens in TopPop was het de gewoonte dat een aantal danseressen mee op het podium kwamen. Toen Iggy Pop kwam en on stage planten begon rond te slingeren, zagen die dat niet langer zitten en vluchtten ze weg."
     "Plots kwam er dus iets helemaal anders. Als adolescent trok mij dat toch wel enorm aan. Onlangs ben ik mijn oude platen opnieuw gaan beluisteren. Nu merk ik bij het bekijken van bijvoorbeeld de platenhoezen verbanden op die mij toen niet opvielen: dezelfde producers die naar voren komen en dergelijke zaken. Het is een heel toffe oefening."

enola: Ook Studio Brussel viert twintig jaar "I Can’t Live in a Livingroom" mee. Zij hebben een vijftal jonge Belgische groepjes gevraagd een eigen bewerking van het nummer te maken
Slabbynck: "Het is een nummer dat geleidelijk aan deel is gaan uitmaken van het Belgische rockarchief. Daarom ook dat we Studio Brussel gevraagd hebben of het niet mogelijk was om daar iets mee te doen. Dat nummer is een eigen leven gaan leiden. Blijkbaar — maar dat weet je niet als je die tekst schrijft — gaf dat nummer zeer goed het gevoel weer van een aantal mensen in die periode."
     "Het is de eerste keer dat een van onze nummers door andere groepen wordt gebracht. De versie van Janez Detd heb ik gemist maar die zal ik wel op cassette krijgen. Wat Fence en Kolk er van gemaakt hebben, vind ik wel maf. Ooit hebben we er eens op gezwoegd om zelf iets anders met de plaat te doen, maar het ging niet. Je zit zodanig vast in wat je brengt dat het je zelf niet lukt. In het najaar willen we een aantal optredens in culturele centra doen."
     "We zijn een rockweekend aan het organiseren in Brugge en we gaan dan optreden in de Stadsschouwburg. Naar aanleiding van dat optreden zijn we een aantal oudere nummers opnieuw gaan bekijken. Een nummer als "Mice and Men" hebben we veranderd en klinkt nu veel beter. Soms heb je van bepaalde nummers het gevoel dat het niet klopt wat we daar spelen, hoewel we het al twintig jaar brengen. Van andere nummers, zoals "TV Activity", dat ook in de set zit, merk je dat het niet te veranderen valt."

enola: Waar liggen de roots van Red Zebra?
Slabbynck: "We zijn echt gegroeid uit het niet-kunnen-spelen. Onze eerste drummer sloeg bijvoorbeeld gewoon de slagen van de gitaar mee. Het eerste nummer dat we ooit speelden was "Mongoloid", een nummer van Devo en we hebben daar nog cassettes van: we spelen dat vijf keer te traag maar je hoort de bassist wel klagen dat hij niet meekan. Waarom ben ik de zanger geworden? Gewoon omdat ik er niet in slaagde om ook maar één instrument te bespelen. We komen echt uit de zogenaamde DIY, de Do-It-Yourself-cultuur."

enola: Wat is de toekomst van Red Zebra? Is er nog plaats voor een groep als jullie in Vlaanderen?
Slabbynck: "Onlangs gaf ik een interview op Radio 21. Mijn Frans is redelijk goed dus ik ging er een beetje te veel voor en vol vuur verklaarde ik ‘tant qu’on se sent bien dans le peau, on continue’ Ik bedoelde: ‘goed in ons vel’. De presentator begon echter onbedaarlijk te lachen. Het moest natuurlijk ‘la peau’ zijn, nu klonk het als ‘le potœ: bleek dat ik had gezegd: ‘zolang we ons goed voelen in de wc-pot gaan we door.’ Misschien is dat wel de conclusie."

enola: In die twintig jaar dat jullie bezig zijn, heeft de rockmuziek in Vlaanderen een enorme vooruitgang geboekt. Waaraan is dat volgens jou te danken?
Slabbynck: "Je hebt nu gasten die zich van bij het begin zwaar op muziek toeleggen. Dat was bij ons ondenkbaar. Guy Swinnen van The Scabs heeft bijvoorbeeld nog lang in een drukkerij gewerkt om zeker te zijn van zijn inkomsten. Nu heb je jonge mensen die er alles voor doen en zich bepaalde dingen des levens ontzeggen om met muziek ergens te geraken. Je moet het maar doen. De druk is enorm groot want er zijn grote voorbeelden. Dat is enerzijds een heel positieve evolutie maar anderzijds legt het heel wat druk op die gasten. Die willen het onmiddellijk in het buitenland maken. Ze zien immers dat dEUS en Soulwax daar in slagen."
     "Er was vroeger ook een heel ander circuit van jeugdhuizen en parochiezalen. Daar kon je à volonté gaan spelen. Vroeger gingen TC Matic, The Scabs, Twee Belgen en wij in een jeugdhuis spelen en daardoor had zo’n jeugdhuis gedurende een paar avonden een zeer goede recette. Dat konden ze dan weer besteden aan andere groepen. Dat bestaat nu niet meer. En dat is dan weer een negatieve evolutie: nu hebben die jeugdhuizen het moeilijk, want dEUS zal niet meer in een jeugdhuis komen spelen. Zo’n jeugdhuis is voor hen te klein, te onbelangrijk geworden. Zij willen enkel nog de Ancienne Belgique en de Vooruit."
     "Financieel is het echter een ander plaatje. Die groepen hebben het vaak zeer moeilijk. Zo vind ik de laatste cd van Evil Superstars ongelooflijk. Als je dan hoort dat die cd ondanks alle positieve besprekingen toch nog flopt, dan sta je daar met je fantastische muziek. Het blijft vaak kantje boordje. Ik merk dat aan die Antwerpse bands. Die zijn vaak terug te vinden in allerlei projecten, denk maar aan Mitshubishi Jackson. Dat heeft veel te maken met een economische noodzaak."
     "Ik zou niet van de muziek willen leven want dan moét ik teksten schrijven, moét ik optreden. Ik schrijf ook kinderboeken, maar ik wil geen schrijver worden want dan word ik verplicht om te schrijven. Ik doe liever allerlei verschillende dingen. Ik ben nu wel copywriter, maar als ik tijd heb probeer ik kinderboeken te schrijven, treed ik eens op, dj ik wat,..… Dat is veel amusanter en gevarieerder en er zit geen druk op. Ik moet niet elke dag mijn boekingsagent bellen om te vragen of er nieuwe optredens vastliggen."

enola: In hoeverre kunnen subsidies daar een mouw aan passen? Moet er eigenlijk Überhaupt een popbeleid zijn?
Slabbynck: "Chokri Mahassine, SP-parlementslid en organisator van Pukkelpop, is heel hard met de uitwerking van een popbeleid bezig. Ik vind dat wel goed. In Limburg zijn er veel aanzetten. De JongSocialisten hebben bijvoorbeeld een brief naar de Limburgse burgemeesters gestuurd met de vraag om op de wachtband van de gemeentelijke telefoons jonge Limburgse groepen te draaien. Dat heb ik trouwens ook op het kabinet van Bert Anciaux voorgesteld: laat toch niet de hele tijd opera horen. Iemand zei mij ooit dat het klonk alsof er op het kabinet Vestaalse Maagden werden verkracht. ‘Als je kunt raden wie verkracht wordt, krijg je een cd’, heb ik toen geantwoord. Het bleek echter veel te ingewikkeld."
     "Ik denk enerzijds dat er een zekere chaos, een zekere DIY-attitude moet zijn. Anderzijds zou het inderdaad niet slecht zijn dat een aantal zaken in goede banen geleid werden. Het is goed dat er een aantal initiatieven komen, maar de staat mag niet bepalen hoe het moet."
     "Ik hou niet van subsidies in de aard van Vlaanderen 2002. Dat gaat meestal als volgt: ‘U houdt uw festival in de buurt van 11 juli: hier is een som, maar hang wel Vlaamse leeuwen aan het podium.’ Op een bepaald moment was het zo dat je de helft van de gage terugbetaald kreeg als je een Nederlandstalige groep programmeerde. We hebben daar van geprofiteerd met De Lama’s. Ik wist niet dat zo’n systeem bestond, maar achteraf stel je vast dat je redelijk wat festivalletjes hebt gedaan in een bepaalde zomer. Dat is toch raar: dan pusht men een bepaalde cultuur. Daar hangt een enorm sterk geurtje aan. In zulke gevallen moeten we eigenlijk niet te veel zeggen over Oostenrijk."
     "Een ander mooi voorbeeld: in Brugge wou men het Olympiastadion renoveren maar ‘Olympiastadion klinkt niet erg Vlaams, mijne heren. Is het niet mogelijk om dat tot Jan Breydelstadion om te dopen?’ Ik vind dat gevaarlijk. Zo sluipt het binnen, een inmenging in cultuur. Daar moet de staat met zijn poten van afblijven."

enola: Deze zomer zagen we plots een andere kant van jou, je werd woordvoerder van minister Bert Anciaux. Hoe kwam je daar terecht?
Slabbynck: "Ik ben al twaalf jaar bezig met communicatie dus dacht ik dat het wel leuk zou zijn om dat eens te doen. Ik heb toen contact gezocht met iemand die op jeugdbeleid werkte. Ik had me voorgenomen om het na een aantal maanden te analyseren. Het was niet mijn cup of tea. Ten eerste heb ik — zonder dat ik daar verder op wil ingaan — toch wel een aantal vragen bij de persoon van Bert Anciaux, vragen die ik voordien niet had. Daarenboven was de communicatie tussen ons erg gebrekkig wat de externe relaties betrof."
     "De politiek biotoop viel echter redelijk goed mee. Ik beklaag me die stap absoluut niet. Het was een interessante kijk achter de schermen: ik kan het iedere burger aanraden."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in