Quel bordel!
Dag Drie was op zijn Lokerse Feesten: de metaldag. Aanloopje met Testament, Epica en nog wat, en dan: de reuzen, de titanen, de helden der helden van de New Wave of British Heavy Metal. Want als Iron Maiden het dan toch gezellig vindt om zowat elk jaar naar ons land af te zakken, laat ons ze dan eens een nieuw hoekje leren kennen; veel nieuws bood hun show anders immers niet. Op één nummer na brachten het zestal dezelfde setlist als vorig jaar op Graspop.
Dat is niet erg. Iron Maiden is nu eenmaal een band van en voor gewoontedieren. Zo wordt er al jaren afgetrapt met het dubbeltje “Doctor Doctor” van UFO en hun eigen “The Ides Of March” van op tape, en zo ging het ook maandagavond op Linkeroever. Het is een lange aanloop, maar tijdens een volgende intro verschijnt dan toch drummer Simon Dawson achter zijn kit, en met een knal zijn we vertrokken met een “Murders In The Rue Morgue” dat raast met de vinnigheid van een punksong.
“Wrathchild” volgt, en is even donderend. “Killers”, daarna, bestaat uit ruw geschat tachtig procent galopperende gitaren, negentien procent krijsende Bruce Dickinson, en dan nog wat; een eerste hoogtepuntje, net als de Franstalige bindteksten van de zanger die volgen. “Mais quel bordel!”, stelt hij tevreden vast.
Aah, Dickinson. Wat een frontman, is dat toch. Achtenzestig is hij ondertussen, even oud als – pak-hem-beet – Tom Lanoye, maar aan energie en longcapaciteit ontbreekt het hem nog altijd niet. En ook gitarist Dave Murray, nog twee jaar ouder, staat te soleren met een air dat hij heel wat jonge broekjes wel eens een poepje wil laten ruiken.
“The Number Of The Beast” is de eerste keer dat het vat hits open mag, in deze verder meer op het vroege werk gerichte show. “Six! Six! Six!” galmt een flink gevulde wei, en de vlammen achter Dickinson schroeien net niet de sticks van Dawson. Dickinson heeft er ondertussen schik in, is begonnen aan zijn dagelijkse verkleedpartij. “Powerslave” brengt hij met een soort verenmasker op dat niets te maken heeft met de Egyptische sfeer die op het scherm wordt opgeroepen, maar dat maakt niets uit. Het zal overigens lang duren voor de beelden achter de band een beetje gaan werken. Pas als het duister langzamerhand indaalt, werken de 3D-effecten echt. Dat gebeurt het beste in het dertien minuten durende “Rime Of The Ancient Mariner” waarin we ons bij momenten in scenes uit Black Sails bevinden.
Net daarvoor was “2 Minutes To Midnight” zowat het meest opwindende moment van de eerste helft; weer maar eens draven aan hoog tempo, Dickinson die gilt als een prettig gekeeld varken. Dat maakt het ook zo lollig. In “Run To The Hills” horen we hoe iedereen probeert mee te zingen in een falset die niet de zijne is, en je kijkt wat je er zelf van kunt maken. De zanger is het gewoon, en gebruikt “Seventh Son Of A Seventh Son” om even die hele longinhoud te showen. Yup, daar kun je op de Grote Markt van Sint-Niklaas een paar ballonnen mee de lucht in krijgen.
Verder in de verkleedkoffer van Dickinson? Een legeruniform voor “The Trooper”, een vliegeniersmuts voor “Aces High.” In “Fear Of The Dark” sluipt de frontman met een lantaarn over een knekelveld terwijl hij het meezingen dirigeert. En daar is een modulatie; een Iron Maidenconcert heeft meer gemeen met Eurosong dan je zou denken.
Het eindigt zoals het gaat als je oud bent, met “Wasted Years”, je gaat vertwijfeld op zoek naar waar het fout liep, maar je kunt niet anders dan concluderen dat dat geen zoden aan de dijk zet. “Don’t waste your time always searching for those wasted years”, galmde Dickinson een laatste keer, en dat was dat. “See you in 2027” toeterden de schermen links en rechts, en dat kwam van Live is Live, niet de band.
Het ziet er naar uit dat ze het toch nog maar eens gaan proberen.




Nick Cave was top. De organisatie was een flop. Als men geen “Gouden Cirkel” kan organiseren, vraag dan gewoon een eenheidsprijs. Na elk concert het publiek dat een duur kaartje betaalde uit de cirkel verdrijven is gemeen en respectloos. De organisatie behandelde zijn publiek als vee. Jammer dat uw recensent dit onbehandeld laat. Alhoewel men iedereen toeliet bij Johnny Marr en voorgaande stond de cirkel nooit vol omdat wie dicht wou staan bij Nick Cave de cirkel niet mee betrad maar aan de kant bleef.
Wel jammer dat er geen woord werd geschreven over Benjamin Clementine!!!