Het diner (2009) van Herman Koch kende kort na zijn publicatie al verschillende herdrukken, vertalingen en zelfs vier verfilmingen – met naast de Nederlandse in 2013 ook een Italiaanse (2014), Amerikaanse (2017) en Zuid-Koreaanse (2023). Ondertussen zit zijn doorbraakroman aan zijn honderdste herdruk. Voor de eeuwigheid of het geld hoeft Koch dus al lang niet meer te schrijven en dat maken zijn laatste twee romans nogmaals duidelijk.
In zekere zin lijkt Het diner de definitieve blauwdruk voor bijna al zijn latere romans te zijn. Maar al te vaak zijn de protagonisten weinig sympathieke figuren die lak hebben aan maatschappelijke conventies en morele principes, en zich vooral door hun eigen opvattingen laten leiden. Daarbij zijn ze opvallend neerbuigend voor hun medemens, al is het moeilijk niet met hen in te stemmen wanneer ze de hypocrisie en kleinburgerlijkheid als dusdanig benoemen. Tezelfdertijd zijn het ook geen helden – daarvoor zijn ze net iets te narcistisch en zelfingenomen. De scherpte waarmee ze de ander fileren, passen ze niet toe op zichzelf, en maar al te vaak creëren ze drogredeneringen voor hun eigen egoïstisch, onbehouwen en zelfs crimineel gedrag.
In zijn voorlaatste roman Luchtplaats, verschenen in het kielzog van Kochs open reflectie op zijn kankerdiagnose en schrijverschap (Ga je erover schrijven?, 2024) wordt die rol opgenomen door Derek L, een zware crimineel die aan de schrijver Simon Hanson enkele verhalen doorstuurt, waarna de bal aan het rollen gaat. Hanson ziet in Derek een nieuw talent en slaagt er zowaar niet alleen in Dereks verhalen te publiceren, maar neemt hem ook onder zijn hoede tijdens een weekendverlof waarbij Derek zijn boek promoot.
Voor Derek is respect duidelijk belangrijk en hij aarzelt niet om geweld te gebruiken om dit ook af te dwingen. Maar Derek heeft, zo wordt snel duidelijk, ook een kort lontje en is finaal niet meer dan een crimineel die pretendeert principes te hebben. De schrijver Hanson is echter onder de indruk van de ruwe Derek en fantaseert hoe die hem kan helpen met enkele “probleempjes”. Hansons vrouw Hanna is een politierechercheur, die nuchterder staat tegenover het idee van de ruwe bolster, blanke pit-crimineel, maar (zo wordt gaandeweg duidelijk): Derek is geen onbekende voor haar en hun gemeenschappelijk verleden gaat wel heel ver terug in de tijd.
Behalve naar het slot toe vinden in Luchtplaats geen opzienbarende of spannende dingen plaats. Het weekend waarin Derek “vrij” is, wordt grotendeels ingenomen door de nodige presentatiemomenten en interviews waar Derek zich charmant genoeg weet te gedragen om sympathie te winnen zonder ooit zijn onderhuidse dreiging te verbergen. Koch weet de spanning in de roman te houden door afwisselend Derek, Hanna en Simon aan het woord te laten en daarbij evenzeer een inkijk in hun persoonlijke levens en gedachten te geven als het verhaal naar een logisch en bevredigend einde te brengen.
In De overbodigen neemt de hoogleraar Herbert de rol van typisch Koch-personage op zich. Hoewel hij tot het type intellectueel behoort waar Derek een broertje dood aan heeft, lijkt hij op zijn manier eenzelfde gedachtegoed aan te hangen. Als bioloog hecht Herbert weinig waarde aan de mensheid op zich en laat hij zich geregeld als een moderne vorm van de sociaal-darwinist kennen die niet zozeer van mening is dat sommige mensen superieur zijn vanwege hun ras, maar louter om hun gedrag en persoonlijkheid. En hoewel hij niet openlijk voor moord of enige vorm van ‘verdelging’ pleit, lijkt hij intellectueel of ethisch ook weinig moeite met het principe ervan te hebben.
Koch start zijn roman met de vier hoofdpersonages: Herbert en zijn vrouw Yvonne, alsook het koppel Martin en Alicia, die – zo blijkt – een moord gepleegd hebben en nu met de consequenties ervan in het reine trachten te komen. Martin en Alice zijn de ouders van Ruben, de vriend van hun dochter Marianne, en hoewel Herbert weinig opheeft met Ruben of zijn ouders aanvaardt hij de situatie met enige tegenzin. Eigenlijk zou hij zijn dochter liever samen zien met Mark, de jongere broer van Ruben, die hij hoger (en mannelijker) inschat.
Doorheen de roman blijft Herbert nadenken over hoe hij zijn dochter, die hij haast verafgoodt, kan koppelen aan Mark, terwijl hij ook de andere drie ervan moet overtuigen niet naar de politie te stappen of naar huis te keren. Volgens hem moeten ze vooral hun geplande wandeltraject door het zuiden van Engeland verderzetten, want de politie weet ook wel dat ze langs de verlaten boerderij gewandeld hebben waar de moord plaatsvond en nu vertrekken zou pas echt de aandacht op hen vestigen.
De wandeltocht is echter psychologisch zwaar, waarbij Herbert continu tracht in te schatten hoe iedereen er mentaal aan toe is en of hun gespeelde onschuld zal standhouden. Daarbij heeft hij het steeds moeilijker om sympathie op te brengen voor Martin, die in zijn ogen ook een ‘overbodige’ is. Wanneer ze terugkeren naar het plaats van het delict om een verloren knoop (en dus bewijsstuk) op te halen en Martin gewond geraakt, verergert de situatie. Herbert weet vooralsnog iedereen op eenzelfde lijn te houden, maar vreest voor barsten. Wanneer politie-inspecteur Calvin Rushmore hen op de laatste etappe van hun tocht (en de roman) ondervraagt, lijken ze ermee weg te komen, al voelt de lezer ook aan dat Koch nog niet uitverteld is en de inspecteur wel eens belangrijke laatste rol kan spelen.
De vakman Koch weet met De overbodigen opnieuw de juiste elementen aan te reiken om een roman lang de interesse erbij te houden. De overpeinzingen van Herbert (de hele roman wordt vanuit zijn perspectief verteld) tonen de intussen klassieke misantropische en maatschappijkritische bedenkingen die Koch zelf ongetwijfeld in mindere mate heeft. Maar Herbert is, zoals alle Koch-personages, ook geen held, zijn machinaties en obsessie voor zijn dochter en de geschikte partner verraden hoezeer hijzelf ook vasthoudt aan bepaalde ideeën en een tunnelvisie heeft. Door lang te wachten met de onthulling van wat net gebeurd is en hoe, houdt hij de lezer bovendien tot het einde geëngageerd.
Toch mist De overbodigen dat iets wat de betere Koch-romans zo goed maakt. Het verhaal mist een diepgang of reflectie die andere latere werken als Geachte heer M en Een film met Sophia zo boeiend maken. Ook Luchtplaats steekt net iets positiever af tegen deze roman, al blijft dit finaal detailkritiek waarbij Kochs werken gerangschikt worden tegenover elkaar en zelfs Het diner niet bovenaan prijkt. Want ook al blijft dat de populaire roman waaraan zijn latere werk sowieso getoetst zal worden, toch heeft Koch zijn metier steeds verder verfijnd.
Wie Koch minstens sinds Het diner volgt, zal in Luchtplaats noch De overbodigen nieuwe of verrassende inzichten ontwaren, maar dat is ook nooit zijn doel geweest. Als romanschrijver heeft hij zijn niche en stijl gevonden, en daarbinnen weet hij steevast kwaliteit te leveren. Wie eerder afhaakte, zal door deze werken niet overtuigd worden, maar fans van Kochs stijl worden opnieuw op hun wenken bediend.



