Rock Werchter 2023 :: Een blije kleuter in een nieuwe speeltuin

, Bekijk Berichten Bekijk Berichten

Zondag 2 juli: ’t Is gewoon puree!

Op de laatste festivaldag laat De Schuer nog even een ongeziene headlinertandem aanrukken om ons te doen likkebaarden van plezier en die laatste potjes bier van een luchtdoop te voorzien: Queens Of The Stone Age! Arctic Monkeys! 

Zondag, rustdag? Te merken aan sommige levende lijken zou dat misschien geen slecht idee zijn. Drie dagen dartelen op de meest geliefde wei van Vlaanderen bij de start van de zomer laat sporen na. Sporen in het gras, in de modder, op de gegroefde gezichten. Tijd om deze eeuwigdurende muzikale loopgravenslag te verlaten? Geen sprake van, we vinden wel nog een verloren spiervezel die ons de dag door trekt. De landing zal des te harder zijn morgen, maar goed, het concept van ‘morgen’ bestaat niet echt op deze tijdloze grasvlakte. Geen rustdag dus; dan maar de dag des Heeren vieren met de ochtendmis?

Wel, zoiets. Niet dat we de kerk van Werchter gaan afbreken, maar van een spirituele ervaring zo vroeg op de ochtend is wel degelijk sprake met de beleving – dit slechts een optreden noemen zou de waarheid geweld aan doen – bij Amenra. Wat er precies aanbeden of uitgedreven wordt, we hebben er het raden naar, maar we worden er moeiteloos in meegesleurd. Zanger Colin H. Van Eeckhout – rug naar het publiek, zoals altijd – en de zijnen creëren in The Barn een draaikolk van gegil, intens dreunende gitaardrones en geselende drums. En dat smaakt zo vroeg op de ochtend wel degelijk; de keet zit goed vol. We zijn getuige van slechts een viertal beukende psalmen, verkondigd tegen een altaar van heidense taferelen uit de Westhoek. De finale, ingezet met prijsbeest “A Solitary Reign”, wordt afgesloten met een lange stilte, enkel begeleid door een ijskoud geprojecteerde slotvers: ‘door de stilte gegrepen’.

Uiteraard heeft dit festival voor ieder wat wils. Geen fan van afgebeten rattenkoppen en geitenschedels bij de zondagse brunch? Geen probleem, want op het hoofdpodium mogen de Ieren van Inhaler de benen losschudden. De band van Elijah Hewson en co. heeft duidelijk geen probleem met dit vroege uur. Het grote hoofdpodium zit hen als gegoten, vlotjes krijgen ze het publiek mee met hun perfect festivalfähige mix van Britpop en indie waarbij vlot meegezongen en -geklapt wordt als de radiohitjes “If You’re Gonna Break My Heart” of “Love Will Get You There” te berde gebracht worden. Bono junior zet de traditie van vader dus met verve voort. En ja, het gevoel bekruipt ons meermaals dat dit wel eens een show geweest kan zijn waar we achteraf van zullen zeggen: ‘weet je nog, toen ze ’s middags op het hoofdpodium stonden? Ik was erbij!’

Een uurtje later keren we terug naar die duivelse Barn van eerder deze ochtend voor Gabriels, wat zeker ook een zweem van spiritualiteit heeft, zij het wel op een andere manier: gospelgezangen worden prachtig vermengd met doo-wop en soul. De handen worden ten hemel geheven en aartsengel Gabriel wordt aanbeden door zanger Jacob Husk: the faith is strong in this one. Husk gaat getooid in bordeaux satijn, en dat geldt blijkbaar niet enkel voor de outfit: Wat. Een. Stem. Loepzuiver gaat hij aan de haal met de bekendste nummers uit debuutplaat Angels & Queens, Pt I: “Angels & Queens”, “Taboo”, en ook oudere winners als “Love And Hate In A Different Time” en “Blame”. Hij doorloopt het parcours met de allure van een echte diva, minus de onzin. Sassy handbeweginkjes, een intrigerende speech waarin hij oproept tot meer naastenliefde, en het eren van grote voorbeelden wijlen Tina Turner en Soul II Soul met respectievelijke covers van “Private Dancer” en “Back To Life”. Rock en roll moet vuil zijn, zeker en vast, maar we beseffen tijdens deze zalige vijfenvijftig minuten: echt mooi gemaakte muziek, gespeeld met zoveel liefde en plezier, kan zalven. Misschien nog wel meer dan dat tweede pintje bier.

En jawel, The Barn blijft vandaag dwepen met het aanroepen van hogere sferen. We dalen af van onze zachte soulwolk naar de donkerste krochten van de hel bij het soloproject van Tool-zanger Maynard James Keenan, Puscifer. Een industrieel postapocalyptisch carnaval siert het podium: denk stellingen, The Matrix-groene neonlichten, valse pruiken en kostuums als The Blues Brothers. En aliens. Aliens! Te pas en te onpas komen ze op om het op een holletje te zetten met zangers Keenan en Mahsa Zargaran. Zeker ook pluimen op de hoed van die tweede; het is heus geen pure one man show van Keenan: ze zingt, bespeelt gitaar en synths en doet mee met de malle dansjes zonder enige moeite. Beats en riffs die het midden houden tussen Nine Inch Nails en krautrock worden gefileerd door messcherpe gitaarlijnen. De nummers zijn veel korter dan wat we van Tool gewoon zijn, en door de royale portie ironie wordt soms vergeten de muziek echt intens te laten worden. Jammer, want tijdens onder andere “Bread And Circus” en “The Remedy” komt de grote klasse van de band naar boven: naar adem happende riffs en drumlijnen die ‘hartritmestoornis’ schreeuwen, wij eten het als zoete koek. En net als ze ons dan toch helemaal mee hebben, is de poppenkast gedaan – tien minuten te vroeg. Niet netjes.

Toch nog maar eens even de temperatuur aan het hoofdpodium gaan opmeten dan. R&B, trap en pop van het meest druiperige soort wordt ons om de oren geslagen door Lil Nas X. Onze heup-oog coördinatie heeft het jaren geleden al opgegeven, dus geen sensueel gekronkel ten zuiden van onze navel, maar wij zien wel: Montero Lamal Hill – of dacht je dat hij echt Lil Nas X op zijn identiteitskaart had staan – heeft het in elke spier van zijn lijf. Over de inhoud van de show gaan we kort zijn. Eigenlijk kijken we hier naar een langgerekte performance van The Greatest Dancer. Wat begint met twee meezingers – “Call Me By Your Name” en “Old Town Road” – ontaardt snel in een eurodance-videoclip die niet voor elven op MTV te zien was. Een medley waarin Beyoncé, Rihanna, Kanye West en – slik – Nirvana passeren is de modus operandi van het dozijn kronkelende lijven. We aanschouwen met grote ogen. Aan u om in te vullen of dit uit verbazing of afschuw is. Een kleine tip: alle antwoorden zijn juist.

Genoeg toeters en bellen, tijd om ons eens te begeven richting The Slope, een podium met een tribune zo scheef dat zelfs het huisorkest van de zinkende Titanic er niet ten dans zou spelen. Met een bang hartje gaan wij af op de Britse postpunk van Billy Nomates. We vinden haar muziek namelijk erg te smaken, maar de dame kreeg vorige week een stortvloed aan kritiek over zich heen wegens haar wanprestatie op Glastonbury. Groot is dan ook onze nieuwsgierigheid als we de kleine Britse alleen het podium zien bestijgen, enkel ondersteund door een mistroostig opgesteld cymbaal. Ze danst en springt rond als een dronken tiener in een karaokebar en heeft het eigenlijk perfect naar haar zin. Tussen de nummers door – zie bijvoorbeeld al vroeg in de set het bekende “No” en niet veel later het recentere “Blue Bones” – neemt ze de tijd om een praatje te slaan met het publiek. Er wordt een eind weg geluld over het mooie weer en de fijne organisatie. Het heeft haast iets ontwapenend. En als we eerlijk zijn: haar aanpak doet de misantrope muziek minder binnenkomen, misschien moet het allemaal wel wat lelijker en valser zijn. We begrijpen de kritiek vanop dat grofgebekte eiland dus ergens, al mochten de reacties wel wat meer gematigd. Jammer, want ze doet zo haar best.

En dan is het tijd voor de dubbele supernova van de avond. Ontploffend zwart gat nummer een: Queens Of The Stone Age. Een analogie die ook van toepassing is op hun laatste release In Times New Roman…, waarop frontman Josh Homme de demonen uit zijn persoonlijk leven van zich af mept. En al vanaf de eerste noot is duidelijk: hier staat een herboren man. Jazeker, hij heeft veel meegemaakt en doorworsteld, maar hij staat hier toch maar weer op de planken met tienduizenden likkebaardende fans voor de voeten geworpen. En wat doe je dan? Je staat stil en geniet.

Dat doen de Queens samen met ons: een set die strakker is dan we hen ooit hebben weten spelen waarin oude nummers uit hun aanzienlijk oeuvre moeiteloos mixen met de nieuwere. Opwarmen doen we met “No One Knows” en “The Lost Art Of Keeping A Secret”, wat vervolgens perfect overgaat in het recentere “Smooth Sailing” en “My God Is The Sun”. Ze zijn hier om te spelen, om ons te doen dansen, roepen en lachen, en dit zoals enkel zij dat kunnen: met de voorhamer. Drummer Jon Theodore is in bloedvorm en doet de herinnering van Joey Castillo of Dave Grohl even vergeten. Hij staat er, hij mept erop los, het nieuwe geheime wapen van de band. Tussendoor mag er ook wel even wat lol getrapt worden; tijdens “Make It With Chu” duikt Josh’ oude vriend Spiderman weer op uit het publiek. Hop, het podium op en even knuffelen met de reus Homme – hij is vlotjes twee koppen groter dan de in blauwrood spandex gehulde superheld.

Klein minpuntje vanavond: het geluid heeft wat last van de strakke wind. Sommige nummers waaien hierdoor letterlijk weg op de minder intense momenten. Zo is bijvoorbeeld “The Way You Used To Do” het onfortuinlijke kind van de rekening.

Maar dat laten we ons amper aan het hart komen: aan een rotvaart dendert de trein verder. Het midden van de set wordt opgespannen door “If I Had A Tail”, “Sat By The Ocean” en het heerlijk nieuwe anthem “Paper Machete”. Op naar de eindsprint dan, en ook daar maken de woestijnbrullers geen compromissen: wederom een prachtige mix van oud – “Little Sister”, “Go With The Flow” – met het livedebuut van “Straight Jacket Fitting” en een afsluitende circle pit bij festivalfavoriet “Song For The Dead”. We horen een jonge vader naast ons opmerken: “Ongezien, hoe ze ons die nieuwe nummers kunnen doen eten door ze te mengen met de bekendere. Het is zoals onze kleine een nieuwe soort groente te leren eten. Je moet zeggen: ’t is gewoon puree, manneke!”

Het slotakkoord is dan voor dat tweede hemellichaam, Arctic Monkeys. Alex Turner wist de afgelopen jaren geslaagd te vervellen van springerig britpop-opdondertje tot sensuele sixtiessoulrocker met iets te ver opengeknoopt hemd. En als je daarmee wegkomt en nog steeds elke wei, arena en muziektempel ter wereld aan je voeten kan laten liggen, weet je: dit is groots. Bowie-groots. Vraag is dus: kiest het viertal uit Sheffield vanavond voor de ‘fuck all, let’s dance’-attitude uit de begindagen, of wordt de wei getrakteerd op een anderhalf uur durende slow?

Opener “Sculptures Of Anything Goes” doet alvast het tweede vermoeden. Maar net als we de gelakte schoentjes uit de kast genomen hebben, deelt drummer Matt Helders de eerste niet-reglementaire schouderduw uit: “Brianstorm”, en het gras staat in lichterlaaie. Maar zingen kan hij ook met die ijle falset, zo bewijst hij in nummer drie “Snap Out Of It”. En Alex Turner? Die is zijn zwoele zelve. De Gainsbourg uit Sheffield legt steeds meer de focus op zijn onderkoelde performance: een subtiele heupzwaai hier, een knikje naar de zwijmelende tieners op de eerste rijen, het is allemaal zo beheerst en cool. Ook de inkleding van het podium draagt bij tot de act, met zijn sierlijk lange gordijnen en het centraal opgestelde cirkelvormige beeldscherm dat ons doet denken aan de openingsscène van een James Bondfilm: het werkt. En bindteksten passen daar amper bij: de obligate zinnetjes tussen de nummers zijn schaarser dan nog droog gebleven vrouwenondergoed bij de show. De gezelligheid van Josh Homme tussen de nummers nog indachtig komt het allemaal wat hautain over. Speaking of, wij zaten stiekem te hopen op een duet van beide heren bij “Knee Socks”, zoals het geval is op de albumversie. Maar helaas, no dice: het nummer zal vanavond de revue niet passeren.

Niet dat Turner geen gitaar meer speelt; het beukt nog altijd lekker op “Don’t Sit Down ‘Cause I Moved Your Chair”, “Crying Lightning” en “View From The Afternoon”. Wat ook opvalt: de Monkeys durven al eens wat met het tempo van de songs te spelen. “Cornerstone” of “505” worden van meet af in tempo opgeschroefd waardoor ze helaas wat van de opbouw verliezen, en bij nummers als “Arabella”, “Do I Wanna Know” en “Pretty Visitors” zingt Turner zo slepend dat het strakke ritme verloren gaat.

Maar goed, zelfs in hun net-niet-geweldige versies zijn die nummers nog altijd waanzinnig goed. De gerodeerde machine krijgt de wei dan ook moeiteloos mee in deze anderhalf uur durende publiekskaraoke. Na een wat zwoeler slotstuk met onder andere “Do I Wanna Know”, “There’d Better Be A Mirrorball” en afsluiter “Body Paint” zetten de heren de benen weer wat wijder open voor het slotoffensief in de bisronde. “Bet You Look Good On The Dancefloor” en “R U Mine”: dit is een festival en daar willen we toch vooral onze ledematen naar de filistijnen springen.

En zo eindigt deze editie van Werchter zoals verwacht: met tintelende tenen en knallend vuurwerk op de achtergrond. En struikelend over de uitstekende tentstokken van die verdomde Hollanders naast ons. Sommige dingen veranderen nooit, en dat is maar goed ook.

Beeld:
Jokko for Rock Werchter

aanraders

verwant

Rock am Ring, 7-9 juni

Op Rock Am Ring begin juni kunnen festivalgangers die...

Rock am Ring, 7-9 juni

Op Rock Am Ring begin juni kunnen festivalgangers die...

Queens of the Stone Age

12 november 2023Sportpaleis, Antwerpen

Misty Fields 2023 :: Een hitmachine van een andere planeet

Vorig jaar staken we er nog een teen in...

Queens Of The Stone Age :: In Times New Roman

Vijf albums en een gesmaakte liveplaat bracht Queens Of...

recent

Bridgerton – Seizoen 3 (Afl 1-4)

Wie wil, kan opnieuw zijn dagelijkse beslommeringen vergeten en...

Mdou Moctar :: Funeral For Justice

Mdou Moctar is boos. Er is niet alleen de titel...

Furiosa: A Mad Max Saga

In 1979 draaide George Miller – een spoedarts die...

Hit Man

De films van de Amerikaanse independent-regisseur Richard Linklater worden...

BLUES PEER 2024 :: Muddy Water

18 mei 2024Blues Peer

De Peerse zandgrond had de laatste tijd al heel...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in