Spencer

Met Neruda en Jackie, draaide de Chileense regisseur Pablo Larraín al twee heel opvallende ‘biopics’ die afweken van de geijkte formules. Ondanks die veelbelovende voorgangers, was het toch afwachten of de regisseur van El Club, Post Mortem en Ema niet zou struikelen over een prent die inspiratie haalt uit het leven van de Britse prinses Diana Spencer, een onderwerp dat riskeerde aanleiding te geven tot ofwel overdreven melodrama, ofwel netjes geïllustreerde maar zielloze biografische feiten. Spencer is echter een verrassing van formaat en zowel inzake toon als stijl een uitdagende en gedurfde film die op alle vlak breekt met de conventies van het genre.

Kristen Stewart – ondertussen uitgegroeid tot een van de grootste acteertalenten van haar generatie – zet een grandioze vertolking neer als Diana in een film die ook helemaal opgebouwd is rond het persoonlijke perspectief van de in 1997 omgekomen prinses van Wales. We volgen de drie dagen rond Kerstdag die de koninklijke familie spendeert op het Sandringham landgoed in Norfolk, net wanneer de pers lucht gekregen heeft van de affaire tussen kroonprins Charles en zijn minnares Camilla Parker-Bowles. Anders dan wat we zouden verwachten is dit evenwel geen dramatische confrontatie tussen de partners of familieleden, wel een afstandelijke observatie van een steeds verder escalerende persoonlijke tragedie. De statige diners en kerstmaaltijden domineren de structuur van de plot, waarin we vooral zien hoe Diana ronddwaalt in de kille kamers van het landgoed, praat met haar kinderen en een enkele keer een koud en kort gesprek aangaat met haar echtgenoot. Alle andere conversaties worden gevoerd met bedienden of vertrouwenspersonen, of in de fantasie van de gekwelde protagoniste die zichzelf steeds meer gaat vereenzelvigen met de tragische figuur van Anna Boleyn (die onthoofd werd omdat haar man Hendrik VIII een minnares op de troon wou). Tijdens een panelgesprek op het filmfestival van Telluride waar Spencer in Noord-Amerikaanse première ging, vertelde Pablo Larraín dat toen hij plannen opvatte voor zijn eerste film rond een bestaande historische figuur (Neruda) hij voor zichzelf uitmaakte dat je nooit iemands leven echt kan vatten in film en dat je dus noodgedwongen een fictie opbouwt, een benadering die de film hier absoluut ten goede komt.

De vreemde narratieve lijn die dat oplevert is op zich al opvallend, maar ook de manier waarop ze wordt aangebracht doorbreekt de verwachtingen: dit is een gejaagde, rusteloze film, die bestaat uit flarden en momenten en slechts af en toe de tijd laat voor scènes die ademen en tot rust komen. Ook in de beeldtaal zit dat idee vervat: Claire Mathon (fotografieleidster voor onder andere Portrait de la Jeune Fille en Feu, Petite Maman en L’Inconnu du Lac) drenkt alles in een adembenemend mooi zacht kleurenpalet, maar opteert ook voor een agressieve cameravoering waarin het gebruik van een Steadicam niet zorgt voor vloeiende beelden, maar voor een gevoel van radeloosheid in de doorgedreven ‘zwevende’ bewegingen doorheen gangen, kamers en velden.

Ook wat de toon betreft is Spencer een vreemde film: er zijn de te verwachten plechtstatige momenten, maar die worden voortdurend doorbroken door exuberante invallen of ingetogen contemplatie. Die vreemde tonale mix, werkt echter perfect en vermijdt dat dit gewoon een portret wordt van ‘een prinses in crisis’. Dat de film opent met de woorden ‘A fairytale based on a true tragedy’ is in dat opzicht veelzeggend: Spencer leunt inderdaad dichter aan bij Luis Buñuels Belle de Jour of Yorgos Lanthimos’ The Favourite dan bij The Crown.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + drie =