Marian Engel :: Beer

Controverse is nooit los te zien van een specifiek tijdsgewricht. Wat vandaag voor ophef zorgt, is morgen immers vaak deel geworden van een aanvaarde subcultuur, en overmorgen misschien zelfs mainstream te noemen. Bestialiteit blijft echter een beladen thema, een onderwerp dat publiekelijk vooral op walging en dus afwijzing kan rekenen. Geen wonder dat Bear, midden jaren ’70 in Canada verschenen, onmiddellijk na publicatie werd verketterd. Anno 2021 blijkt de roman evenwel een fascinerend experiment, al moge duidelijk zijn dat auteur Marian Engel haar personage om allegorische redenen seks laat hebben met een beer.

Diegenen die leven en werk van kunstenaars graag in het verlengde van elkaar begrijpen, hebben weinig moeite om Bear te duiden. Engel ging door een moeilijke periode in haar leven – scheiding, alleenstaande moeder, mentale problemen – en droeg het boek op aan haar therapeut John Rich, “die weet hoe dieren denken”. De metaforische lezing ligt zo goed als voor de hand: net als de vereenzaamde bibliothecaris Lou wilde Engel het juk van het patriarchaat van zich afwerpen, en daartoe voerde ze een personage op dat een alternatieve seksualiteit ontwikkelde: het ontwaken van een dierlijk verlangen waarvoor de beer in het verhaal slechts een substraat, een middel tot projectie – vormt, zeg maar een noodzakelijke spiegel waarin Lou naar zichzelf leert kijken, terwijl de lezer over haar schouder meekijkt. Inderdaad ontvouwt Lou’s verleden zich gestaag als dat van een van zichzelf vervreemde vrouw, die zich geen blijf weet met haar seksuele energie, zeker niet nadat ze zich heeft laten gebruiken (lees: misbruiken?) in een klassieke verhouding tot een man die een relatie uitsluitend begrijpt in termen van het realiseren van zijn eigen verlangens.

Het is geen toeval dat Engel dergelijke contextuele duiding pas laat in de roman prijs geeft. In een wereld waarin een vrouw helemaal niet hoort te verlangen, maar integendeel – zoals Engel onderweg optekent – door de mannenwereld idealiter als huissloof wordt begrepen, is de ware revolutie in dit boek niet de langzame ontplooiing van een poging tot seksuele intimiteit met een dier, maar het gegeven dat Lou voor zichzelf een soeverein erotisch leven opeist, het bestaan van een verlangen dat als het ware ‘dubbel’ verboden is: eerst als vrouw, dan als vrouw tot een dier. Lou ervaart de beer waarmee ze een verder onbewoond eiland deelt niet als klassiek mannelijk, want hij heeft haar weinig te bieden dat met mannelijkheid van doen heeft, of het moeten de clichés ‘instinct’ en ‘kracht’ zijn. Lou maakt van de beer veeleer een concept, een omhulsel waar ze naar eigen believen wijsheid in stopt, begrip, mededogen, en uiteindelijk ook begeerte. De beer als kneedbare afspiegeling van een verborgen zelf?

Engel troont de lezer feilloos mee in de beleving van Lou, maar wie afstand houdt, krijgt niet bepaald het idee van de beer als vleesgeworden Godheid. Zo leest Beer, door Barbara de Lange nu eindelijk in het Nederlands vertaald, erg gelaagd: enerzijds als Lou’s portret van haar wedervaren op een afgelegen eiland, anderzijds – eerder subtiel doch meer wezenlijk – als een schets van de psychologie van een vrouw die door haar verleden afgesloten is geraakt van het bestaan zoals dat traditioneel wordt doorlopen. Niet zomaar leeft Lou in archieven, tussen de restanten van een lang vervlogen tijdperk. Tussen de oude kaften en verpulverde kaarten zoekt ze de ruïnes van haar eigen persoonlijkheid op, die ze paradoxaal genoeg pas kan vinden en verder cultiveren eenmaal ze afstand heeft genomen van haar zelfopgelegde kluizenaarschap. Ze heeft de ander nodig, al verdraagt ze deze ander niet in de gedaante van een mens, want mensen doen pijn. Liever een ander dus. Dier. Beer.

Engels’ stijl is adembenemend, de wijze waarop ze het eiland tot leven wekt zinderend, terwijl het omgevende landschap behalve bron van schoonheid ook kille onverschilligheid in zich draagt – de natuur als wetmatigheid waar niemand aan ontsnapt, het verscheiden der seizoenen als een onontkoombare klok. De vanzelfsprekendheid waarmee Engel een buitengewoon eigenzinnig karakter tot een kwetsbaar individu van vlees en bloed maakt verdient daarenboven het predicaat ‘virtuoos’. Bijna vijf decennia na de eerste druk is het nog steeds een beetje verdwalen op de zandbanken van dit proza, en in het moerassige hoofd van Lou. Misschien is de bestialiteit wat te letterlijk uitgewerkt, maar anderzijds pleit het voor Engels nietsontziende combo van cerebraal-literair estheticisme en driftmatige biologie dat ook vandaag de grenzen van een nog nauwelijks bestaande preutsheid schijnbaar overschreden worden.

Beer schudt dus immer wakker, al is dat anno 2021 wellicht meer door het lyrische meesterschap dan door de thematisering van de feminiene positie en de vrouwelijke seksualiteit binnen het maatschappelijke weefsel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − veertien =