The Kids

Ancienne Belgique, Brussel

Zo energiek als een twaalfjarige die net, na beluistering van The Sex Pistols en The Ramones, vastberaden zijn gitaar vastpakt, de volumeknip op tien zet en de ene moordgriet van een riff na de andere de wereld in slingert. Het moge duidelijk zijn: The Kids hadden er voor hun unieke jubileumconcert in een behoorlijk gevulde AB-box kilometers zin in.

Trof dat even want ook het publiek – een heerlijke mix van jong en oud en zichtbaar opgelucht dat die ellendige mondmaskers eindelijk af mochten – wou maar al te graag een knalfeestje in voorpaginaletters bouwen. Maar first things first natuurlijk; en dus mocht de band Beuk er – opgelet: extreem flauwe woordspeling in zicht – alvast de beuk in gooien. Dat deden ze zonder al te veel kapsones, vrij goed en met een bonte mix van invloeden; maar geef ons toch maar liever de pretpunkers van Rusty Spoon. Niet te beroerd om zichzelf in hun hemd te zetten, speelden zelfs wat dan heet een power ballad die ons in een onbewaakt ogenblik even deed denken aan Iron Maiden (!) en wisselden elkaar even vaak af met instrumenten als dat u en ik een drankje bestellen. Leuk!

Toch bleek het hoofdgerecht van de avond nog steeds het lekkerst om te consumeren. The Kids openden hun set heel verrassend met ‘No Work’, een nummer dat in 1978 net niet hun legendarische debuutplaat had gehaald maar anno 2021 zo enthousiast en welluidend gespeeld werd dat je het tot in je kleinste aders voelde: dit zat helemaal juist. Ook de klankman van dienst deed zijn job redelijk, al kwam de sologitaar van gitarist Luc Van De Poel niet genoeg boven die heerlijke geluidsmuur door. Want vergis u niet: Ludo Mariman en de zijnen waren nog steeds een pletwals, een aha-erlebnis, een staaf  dynamiet met een beangstigend kort lontje en een dozijn kettingrokers daarrond.

Al vroeg in de set keilde de band klassieke punkkleppers als “Bloody Belgium”, “Do You Wanna Know”, “For the Fret” en “Money Is All I Need” (die heerlijke modulatie!) aan een rotvaart de zaal in. Ook iets dat altijd geheid werkt: de zaallichten even laten aanfloepen, bijvoorbeeld bij de tijdloze Wire-cover “12 For You”. “There Will Be No Next Time”, verrassend genoeg al halverwege de set en destijds de hymne van een hele generatie, was dan ook het moment voor de eerste stagediver om de zaal in te zwemmen. Puike versie trouwens, compleet met een Mariman die als vanouds brulde alsof zijn leven aan een zijden draadje hing, heerlijke staccato, opbouwende gitaren na de break en ook wel een pluim voor de prima bassist Yves Vanlommel waar zo precies een oeroude dreiging van uitging die doet denken aan de betere horrorprent. Jawel, punk moet, ook in 2021, nog steeds een tikje gevaarlijk klinken meneer!

En zo bleef het muzikale lekkers maar als manna uit de hemel en vooral uit de boxen knallen. Mooie versnellende akkoorden in “I Wanna Get A Job In The City”, een luidkeels door het publiek meegebruld “Fascist Cops”, het uiterst melodieuze “This Is Rock’n Roll” en de vanzelfsprekende ‘Oh no’s‘ in “Do You Love The Nazi’s?”. De als vanouds uiterst  enthousiast gespeelde Sham 69-cover “If The Kids…”, het orgelpunt van het reguliere concert, herbergde nog een fraaie verrassing. Plots stond het podium immers vol tieners, adolescenten, kortom jong grut dat heftig meedanste, stagedivede en zelfs meezong en zo het feestje compleet maakte. Geen flauw idee of dit vooraf gepland was of juist niet maar dat heeft ook geen belang: je kon niet anders dan kamerbreed glimlachen bij dit tafereel. The Ramones’ “Blitzkriegbob” vormde een meer dan waardig slotakkoord in de bissen bij wat al bij al een mokerslag van een concert was. Punk is anno 2021 nog steeds levend en wel, getuige de bonte mengelmoes van leeftijden in het publiek. Voorwaar, er zijn slechtere concerten om na anderhalf jaar wachten in miserabele coronatijden heen te trekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × drie =