Jaimie Branch Fly Or Die

13 juli 2021 KAAP, Oostende

Generositeit is het sleutelwoord bij Jaimie Branch. Blonken albums Fly Or Die (2017) en Fly Or Die II: Bird Dogs Of Paradise (2019) uit in compactheid, dan waren concerten gebeurtenissen zonder opgetrokken handrem. Branch & co. geven steevast het volle pond, combineren de vrijheid van de jazz met de energie van de punk en de urgentie van een straatvechter. Dat was ook niet anders voor hun tweede bezoek aan KAAP, dat meteen kon gelden als voorstelling van de kersverse dubbelaar Fly Or Die Live.

Die knoert van een attitude zorgt in combinatie met die begeestering steevast voor concerten die kloppen als een open wonde, te driftig zijn om zich aan de regels te houden of in de pas te lopen. Branch voert – gehuld in het bekende petje en een gescheurde kamerjas die ook de hoes van het nieuwe album siert – koortsige kampvuurdansjes uit, schreeuwt het uit, moedigt haar band aan, neemt haar tijd om twee albums voor te stellen als een suite in een suite, want net als bij vorige passages (en op het nieuwe album), kreeg je die twee albums zowat integraal horen, al werd deze keer nog wat meer uitgeweid, waardoor het kwartet bijna twee uur vulde.

Met cellist Lester St. Louis, bassist Jason Ajemian en drummer Chad Taylor beschikt Branch alleszins over kleppers die wendbaar genoeg zijn om haar grillen te volgen en zelf ook genoeg karakter bijdragen om hier zoveel meer van te maken dan een begeleidingsband. Dit is een hecht kwartet, dat het elastiek van de vrijheid durft te vieren, maar nu en dan ook uithaalt met een verschroeiende eenheid en ophitsende groove. Taylors gortdroge kop staat dan ook haaks op zijn spel, dat deze muziek aandrijft met een onweerstaanbare stuwing en groove, terwijl St. Louis en Ajemian al net zo behendig in de weer zijn met catchy motiefjes, vinnige Q&A en allerlei textuurspelletjes.

Idem bij Branch. Lester Bowie lijkt een evidente invloed, maar ze laat zich vermoedelijk inspireren door muzikanten uit verschillende windhoeken én bedient zich regelmatig van allerhande elektronische effecten. Koppel het aan een rauwe benadering van de trompet, en je krijgt een lillende expressie die niet altijd even zuiver is, maar wel even intens is als de uitgestoken middelvinger die Leopold II, nog altijd fier op z’n paard vlak naast KAAP, te beurt viel. Het concert volgde daarbij het traject van het live-album en dus ook de vorige passages in België. Ze nam haar tijd om op gang te komen en wisselde strak gestructureerde songs af met zijsporen die duidelijk zonder handleiding kwamen, maar zo wel voor spontaniteit zorgden.

En wat ga je ook klagen met een prijsbeest als “Prayer For AmeriKKKa, Pt. 1 &2”, een song op maat van deze tijden, vooraan in de set. Het Gele Gevaar mag dan van z’n troon gestoten zijn, maar Branch beseft goed genoeg dat er van een nieuwe wereldorde geen sprake is. Dus: verketteren, een diepe duik in de blues, uithalen met emotioneel er in hakkende solo’s. Het zette meteen ook de toon voor de rest van het concert, dat rauw botste, grillig danste en regelmatig schuurde, maar net zoals Branch al bewees dat ze zwarte periodes te boven kan komen, zo is het weefsel van deze muziek en deze band bestand tegen die rafelige randen. Meer nog: ze maakt er een sterkte van. Leven en muziek in elkaars verlengde.

Solomomenten waren geen epateerspelletjes, maar ingebed in een groter verhaal, met Branch die haar muzikanten aanmoedigde om elkaar van weerwoord te dienen of te blijven doorgaan. Het maakte van stukken als “Theme 002” en “Simple Silver Surfer” onweerstaanbare brokken energie, terwijl een etherischer getint “Leaves Of Glass” een gretige verkenning van galmeffecten was. En net als je dacht dat ze de rode draad zouden verliezen, sloegen ze eensgezind terug. Verderop was “Love Song” met z’n meezingmoment de verwachte afsluiter van de set, en als vorige Belgische concerten gekleurd werden door een stukje Monk in de bisronde, dan kwam ze nu op de proppen met een verrassend ingetogen “Stardust”, waarmee ze liet horen dat ze ook over de nuance (en een knappe stem) beschikt om een kapotgespeelde standard nieuw leven in te blazen. En dan volgde nog “Theme Nothing”, een laatste explosie van uitbundige groothartigheid.

En zo verklaarde dat opdondertje uit Chicago het nieuwe concertseizoen nu al voor geopend (want van iets als dit maak je geen dessert bij het vorige). Niet op een van de grote zomerfestivals, maar waar deze muziek het best gedijt: in een fantastische club die de unieke sound, stijl en attitude van deze artieste en haar band nog eens in de verf zet. Kan tellen qua vitamineboost. 

De cd-versie van het album is beschikbaar, op de vinyl-editie is het nog even wachten.
Later dit jaar is Branch terug, wanneer ze een paar concerten speelt als gast bij het Dave Gisler Trio; op 27 oktober in KAAP en 28 oktober in kunstencentrum nona.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − negen =