Paul van Ostaijen :: Bezette stad

Een nieuwe oude uitgave van Bezette stad, allicht de beroemdste en misschien ook de belangrijkste bundel van wijlen Paul van Ostaijen: daar hoort een woord uitleg bij. Nieuw? Omdat Boom Uitgevers de honderdste verjaardag van de oorspronkelijke eerste druk luister bijzet met een heruitgave. Oud? Omdat deze editie er niet zomaar een is, maar een facsimile van het een eeuw geleden verschenen embleem van de avant-gardistische dichtkunst.

Bij verzamelaars doet alleen al het woord ‘facsimile’ harten sneller slaan. In het leeuwendeel van de gevallen gaat het om dure collector’s items waarvan het authentieke aspect voor de doorsnee lezer nauwelijks iets toevoegt. Als het op de gedichten van Paul van Ostaijen aankomt, ligt dat evenwel anders.

Zijn zogeheten ‘ritmiese typografie’ bepaalt mee de sfeer en de intensiteit van zijn gedichten. Meer nog: zonder de op het eerste gezicht chaotische bladschikking, schreeuwerige dan wel speelse lettertypes en enorme variëteit aan lettergroottes, zijn de schrijfsels nauwelijks leesbaar, althans ze laten zich quasi niet meer interpreteren. Om die reden is het evident dat de typografie in principe nooit wordt losgelaten, ook niet in de Verzamelde gedichten.

Wie naast de in de negentiger jaren verschenen integrale uitgave van Prometheus en Bert Bakker deze facsimile legt, staat echter een volledig andere leeservaring te wachten. Alleen al het A4-formaat, dat haast brutaal-weerspannig in de hand ligt, waarbij de verrassingen nog wervelender binnenkomen, paginagroot en dus in vol ornaat: het werpt de lezer ver terug in de tijd, niet zozeer richting 1921 als wel ruim vijf jaar daarvoor, toen Antwerpen onderhevig was aan de Duitse bezetter.

In een interessant nawoord legt Erik Spinoy, zelf meervoudig bekroond en werkzaam als dichter, essayist en hoogleraar, uit dat het pas sinds eind de 20ste eeuw is dat Van Ostaijens poëzie in historisch verband wordt gelezen en begrepen. Tot daarvoor staarden zowel kenners als leken zich meestal blind op het expressionistisch en dadaïstisch karakter van de schrijfsels, waardoor de gedichten weliswaar naam en faam verwierven, maar toch eerder geschikt leken voor een museum dan voor een literaire editie. Meer dan bij de betekenislagen lag het accent van de collectieve perceptie op de ongecensureerde woordkramerij en de vernieuwende tendens op zowel talig-associatief als typografisch vlak. Van Ostaijen had dat vanuit Berlijn niet alleen aangevoeld maar ook mee aangezwengeld.

Spinoy breekt een lans voor een ander begrip van deze poëzie, een begrip dat alleen tot stand kan komen wanneer de intertekstualiteit voldoende tot de lezer doordringt. Verwijzingen naar reclame, liederen, courante gezegden van ruim een eeuw geleden: uiteraard is dat alles bij een hedendaags publiek niet verondersteld bekend. Om die reden lanceert Spinoy een website waarop de teksten van Van Ostaijen geannoteerd worden, waardoor de diepere gelaagdheid in het maatschappelijke weefsel van de Eerste Wereldoorlog zowel als het interbellum inzichtelijk en invoelbaar worden.

Verdraagt Van Ostaijens ringelorende poëzie dergelijke aantekeningen? Het antwoord luidt niet gewoon ‘ja’, men moet een stap verder durven gaan: de gedichten hebben die contextuele verbreding echt nodig. Bezette stad is als facsimile absoluut een duizelingwekkende ervaring op basis van onder andere de klaterende klanken, de ongenadige ritmiek van een onstuitbaar modernisme dat zichzelf met de minuut en met de bladzijde lijkt te hernieuwen, de haast obscene durf die Van Ostaijen inhoudelijk én visueel etaleert, enzovoort.

Anderzijds ervaart de lezer, precies omdat de uitgave piekfijn verzorgd is en de beeldenrijkdom haast figuratief op het netvlies wordt geprojecteerd, hoeveel dimensies er mettertijd verloren zijn gegaan. De overlevering leert dat Bezette stad het Antwerpen oproept zoals het was tijdens en na de bezetting: onderdrukt, gedrenkt in angst, langzaam heroplevend en uiteindelijk bevrijd, zij het nog altijd ronddobberend in een existentiële leemte. Wie een dergelijk academisch discours, dat ongetwijfeld raakt aan de essentie van Van Ostaijens gedichten, naast de eigen ervaring legt, kan niet anders dan besluiten dat het publiek vandaag bij de hand moet genomen worden. Na deze bijzonder fraaie facsimile dus een lijvige geannoteerde uitgave, als het even kan?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =