Daša Drndić :: Belladonna

Ze is niet meer, de Kroatische schrijfster Daša Drndić. Op 71-jarige leeftijd kwam ze inmiddels drie jaar terug te overlijden na een strijd tegen kanker. Is het toeval dat ze in Belladonna, haar voorlaatste boek, een academicus op pensioengerechtigde leeftijd opvoert die worstelt met, jawel, kanker? Uiteraard niet. Feit in fictie, waarheid en verdichting gaan bij Drndić hand in hand. Ze vormen een onontwarbaar kluwen, een vlechtwerk waar de lezer nauwelijks doorheen kan zien.

Centraal in Drndić’ oeuvre staat het idee dat achter iedere naam een verhaal schuil gaat, een leven dat het vertellen waard is. Waar het in de geschiedenisboeken dikwijls de slechteriken zijn wier doen en laten herinnerd wordt, tekent de Kroatische via haar literatuur protest aan tegen het monopolie van de daders. De stemloze slachtoffers roept Drndić met andere woorden tot leven, en wel door flarden uit hun bestaan op te dissen uit de vergetelheid, of door alleen al hun namen af te drukken, te boek te stellen, en dus te gedenken. Concreet deed ze het in Zonneschijn, allicht haar belangrijkste roman, en in Belladonna doet ze het nog een keer. Het levert huiveringwekkende pagina’s op, een gedenkmuur opgetrokken uit letters en letters alleen, een ijskoud in memoriam dat de alledaagse feitelijkheid van de lezer even helemaal overhoop gooit.

Naweeën van de Joodse deportaties overheersen de realiteit zoals protagonist Andreas Ban, een met fictieve elementen aangevuld alter ego van Drndić, haar beleeft. Hoezeer deze door borstkanker getroffen intellectueel ook probeert los te komen van het fascisme in de Balkan tijdens Hitlers bewind, steeds weer haalt het hem in. Op vele plaatsen waar hij komt, gluurt de Holocaust namelijk om de hoek. Ban, en dus Drndić, fulmineert tegen de onverschillige houding van het staatsapparaat ten aanzien van de catastrofale fouten die destijds zijn gemaakt, en die tijdens het uiteenvallen van Joegoslavië zijn herhaald. Nog los van de historische feiten trekt de auteur van leer tegen de onverschilligheid en historische onnauwkeurigheden die de instituten ostentatief in stand houden, waarbij ook collega’s zoals Jonathan Littell eraan moeten geloven. Voor Drndić is de idee dat iedereen een dader zou kunnen zijn onder dezelfde omstandigheden, een giftige gedachte. Laat zij immers niet de deur op een kier voor een herhaling van de verschrikkingen die in de naam van zuiverheid en authenticiteit zijn gepleegd?

Bovenstaande lijkt het misschien te insinueren, toch is Belladonna geen filosofische roman. Zonneschijn kreeg ten tijde van het verschijnen het label “documentaire roman” en “documentaire fictie” opgekleefd, maar Drndić hield niet van dergelijke termen. De gedachte dat werkelijkheid en verzinsel van elkaar te onderscheiden zouden zijn in de context van de voltooid verleden tijd, lijkt immers een regelrechte illusie. Daarenboven is dit boek structureel opgevat als een postmoderne roman, dat wil zeggen als een boek waarin de narratieve textuur het gemoed van de protagonist op de voet volgt. Gezien Ban zijn leven ten gevolge van melancholie, ziekte en vooral ontgoocheling uit elkaar ziet vallen, vormt ook Belladonna hoe langer hoe minder een sluitend geheel. Zo voert het personage denkbeeldige gesprekken met overwegend dode schrijvers, en trekt Drndić zich weinig aan van de traditionele opvatting rondom vertelde tijd. Haar Andreas Ban maakt almaar meer associaties en sprongen in tijd en ruimte, zodat Belladonna doelbewust de uitstraling krijgt van een nog niet bijgevijld manuscript.

Drndić brengt inhoud en stijl ontzettend dicht bij elkaar, en onder andere daarin blijkt haar literair meesterschap. Artistiek vakmanschap van de hoogste orde, maar prettig om lezen? Nou. Hoe intrigerend ook het opzet, Belladonna zwelgt in een onaantrekkelijke sfeer van negativiteit. Ban lijkt zowat de hele kosmos af te zweren, zijn manieren om zich te handhaven blijven onderbelicht en het geëxperimenteer met afbeeldingen voegt niets toe aan een boek dat de lezer wegduwt van wat blijvend en van waarde zou kunnen zijn. Natuurlijk heeft een aanklacht tegen de geschiedenis zoals ze verhaald wordt zin, en uiteraard is het nodig dat intellectuele stemmen luid en duidelijk waarschuwen voor fascistoïde elementen binnen het huidige nationalistische discours. Vraag is alleen of de roep weerklank zal vinden daar waar er weerklank nodig is. Vergelijk het met een monument dat zich in onherbergzame ijlte situeert. Wie zal het daar op eenzame hoogte willen bezoeken?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 6 =