Schroothoop #1

Vreemde tijden brengen vreemde ideeën voort. Na een koortsige brainstorm van achter onze computerschermen, besloot de redactie dat enola een chronisch tekort heeft aan vette riffs, donderende drums en waanzinnig geschreeuw. Dat we de laatste tijd te weinig metal, hardcore en aanverwanten aan bod laten komen.

Daar doen we nu iets aan met Schroothoop. Met voortaan elke maand een overzicht van interessante, obscure en ronduit geflipte releases die onze oren hebben doen flapperen. Geen Metallica, Slipknot of Maiden hier, maar de dingen die niet de voorpagina’s van de metalboekskes haalden, en zeker ook uw aandacht verdienen. Black, dark, doom, death, metal- en grindcore, sludge of iets dat alles tegelijk is… Alle vormen van zwart lawijt zullen aan bod komen. Gewoon omdat het kan, mag en moet. Want geef toe: wat gaat u de komende weken ánders zitten doen?

Deze maand: Loathe, Garganjua, Giver, Asgrauw, Konvent en Malokarpatan.

Loathe :: I Let It In and It Took Everything (SharpTone Records)

Deze Liverpoolse band staat in eigen land aan de rand van de doorbraak, wordt door lezers van het toonaangevende Revolver Magazine tot een van dé beloftevolle acts uitgeroepen en heeft recentelijk zelfs – geloof het of niet – een recensent van Pitchfork enthousiast gemaakt. Het geheim van dit vijftal? Ze blazen een verfoeid subgenre als metalcore nieuw leven in.

Het begint eigenlijk al goed – nee, zeer goed! – bij opener “Aggressive Evolution”, dat moderne hardcore koppelt aan djent-metal. Kent u djent nog? Dat is het metalsubgenre dat met groovende ritmes en onconventionele gitaarriffs ooit het metalgenre vernieuwde. Uiteraard is dat vandaag niet meer origineel, maar Loathe slaagt er wel in een originele twist aan te geven. De gitaristen hebben sowieso goed beluisterd naar Fredrik Thordenal – gitarist van Meshuggah die als wegbereider van djent wordt gezien -, maar evengoed naar Deftones (het lijkt alsof Chino Mereno meezingt) en de etherische, duistere sound van pakweg Slowdive.

“New Faces in the Dark” koppelt zelfs een Smiths-achtige riedel aan djent-achtige riffs. Welke band kan die elementen op een vloeiende, organische manier dat combineren met metalcore? Ook in “Two-Way Mirror” en “A Sad Cartoon” doen de vocalen aan Moreno denken, maar het zou te weinig eer zijn om enkel Deftones te vernoemen. De prachtige melodieën in beide nummers blijven net als de meedogenloze passages nazinderen. Wat een contrast met “Gored”, het extreemste nummer van de plaat. We horen een industrial sfeertje zoals bij Code Orange, alles versplijtende vocalen, wel zeer laag gestemde gitaren en ongemeen harde drumpartijen.

Doet Loathe wat Deafheaven op meesterlijke wijze met black metal deed? Nog niet, I Let It In and It Took Everything is niet altijd even geniaal als een Sunbather, de plaat duurt ook iets te lang. Misschien mag Loathe bij een volgende worp wel het rijtje van Code Orange vervoegen. Toch heeft I Let It In and It Took Everything genoeg nekbrekende topnummers om de band tot een van dé moderne metalbeloftes uit de roepen. (lh)

Garganjua :: Toward The Sun (Holy Roar Records)

Om met de deur in huis te vallen: deze band uit Leicester is verplicht luistervoer voor fans van YOB, Baroness en Pallbearer. Garganjua maakt heerlijke slepende melancholische metal met progressieve melodieën, die het hart raken én je onwaarschijnlijk hard doen headbangen (“Transcendence”), en prachtige cleane vocalen (“Light Bearer”) als basisingredïenten.

Maar er is nog meer. Het atmosferische “The New Sun” is niet alleen een prachtige albumopener, het koppelt majustueuze postrock aan woeste doom in de beste Britse traditie -denk aan My Dying Bride, Paradise Lost en de vroege Anathema. “Controlling Waves” is dan weer een nummer dat Pallbearer had kunnen maken. In de grootse riffs en de vocalen schuilt er massaal veel duisternis, je kan ze vooral prachtig noemen. Heerlijk toch, een band die Britse aan Amerikaanse kneedt met epische passages?

Ook “To Ascend (Awakening)” vindt een ideaal evenwicht tussen brute kracht en mooie melodieën. Nog een talent van deze band: rijke texturen en gitaarlaagjes die soms aan Baroness doen denken laten uitmonden in een sonische storm.

Lang geleden dat we nog zo onder de indruk waren van een nieuwere (post)metalband. We durven Toward The Sun zelfs een meesterwerkje noemen. Nu het livecircuit op zijn gat ligt, is het aan u om ook deze band te steunen door gewoon de plaat zo snel mogelijk te bestellen. (lh)

Garganjua

Giver :: Sculpture of Violence (Holy Roar Records)

Giver is een getalenteerde hardcoreband uit Duitsland die zich duidelijk laat inspireren door Converge en Modern Life Is War, maar ook fans van het Franse Birds In Row en de vroege Oathbreaker (van debuut Mælstrøm) zullen deze band zeker appreciëren.

Op zijn tweede plaat weten de Duitsers wel zeer interessante elementen op vlotte wijze samen te gooien: traditionele hardcore, blackgaze (de hippe benaming van mix van shoegaze en black metal), doomy passages en metalachtige punk. “Night Season” is daar meteen een excellent voorbeeld van. Niet alleen de verschroeiende riffs, ook meebrulvocalen die afgewisseld worden met de woeste, gemene uithalen van Robert Anderson komen hard, zeer hard aan.

Een van de hoogtepunten van Sculpture of Violence is ongetwijfeld “Every Age Has Its Dragons”, zoals de albumtitel het zegt, lijkt het nummer wel een prachtig beeldhouwwerk van een gewelddadige scène. Het voelt aan als een punch in het gezicht die desondanks deugd doet.

Ook “The Same Stream” is meeslepend, meedogenloos en uiterst intens. Net als “These Worlds Are Rain” – ook weer zo donker en meeschreeuwbaar – is “Longing for Death” geen titel om happy van te worden, maar wat zijn het allemaal sterke staaltjes van melodieuze hardcore. “Built In The Difference” is een finale mokerslag. Als u nu nog overeind zit: proficiat. Nu we toch voor een tijdje geen optredens kunnen doen: bekijk zeker de Sunsetter-sessie met Giver waar het gezelschap zich van zijn meest energieke en intense kant laat zien. Exact hoe het er ook live aan toe gaat. Sculpture of Violence is niet alleen een must-hear voor elke liefhebber van melodische hardcore, maar ook de perfecte afreageerplaat voor deze frustrerende coronatijden. (lh)

Giver

Asgrauw :: IJsval (Deatk Kvlt Productions)

Black metal is springlevend, dat zal u de komende maanden in deze Schroothoop meermaals ondervinden. In talloze landen zijn er uiterst boeiende black metal scenes, waarvan het kruim bijlange niet moet onderdoen voor de grote Noorse voorbeelden. Een onderbelichte scene is de Nederlandse, en dat is jammer. Want daar worden pareltjes gemaakt die het genre zowaar relevant houden.

Een uitstekend voorbeeld daarvan is het triumviraat Asgrauw, dat dit jaar z’n tiende verjaardag viert. Dat doen Vaal (gitaar en vocalen), Kaos (bas en vocalen) en Batr (drums, synths & bas) met alweer een vierde plaat, die stevige stappen zetten tegenover directe voorgangers Gronspech (2018) en Krater (2016). De voorbeelden zijn nog steeds de Noorse bands die het genre begin jaren negentig tijdens de tweede golf van black metal op de kaart zetten (vooral Emperor, Thorns en Carpathian Forest), maar de composities zijn uitgewerkter, de productie helderer, de ijzige klank uitgepuurder en de melodieën gewoonweg vele sterker.

Het zorgt voor een even inbeukende als meeslepende plaat, waarin vaak weemoedige melodieën uitgehuwelijkt worden aan een waanzinnig tempo. Tegen die solide gletsjer schreeuwen en debiteren (soms Nederlandstalige!) vocalen verhalen over een wereld die uitgeput is door ziekte, natuurrampen en angst. Méér 2020 kan een plaat niet zijn, met z’n bosbranden in Australië en met z’n corona. Subtiele keyboardpartijen maken het effect totaal.

Wanneer alles samenkomt in bijvoorbeeld het beukende “Nevel” en vooral de tweede helft van het titelnummer “IJsval” (een moderne black metal classic als we niet oppassen), haalt Asgrauw het niveau van hun grote voorbeelden. Zonder in gratuite kopieerdrang te vervallen, daarvoor voegen ze teveel eigenheid toe aan een genre dat door platen als deze zieltjes zal blijven winnen. IJsval is mee van het beste dat de afgelopen maanden in de black metal wereld verschenen is. IJzingwekkend is het woord. (pn)

Asgrauw

Konvent :: Puritan Masochism (Napalm Records)

Het Deense death doom kwartet Konvent doet wat stof opwaaien in metalland. Op basis van een demo konden ze tekenen bij het grote Napalm Records, dat recent hun uitstékende debuut Puritan Masochism uitbracht. Dat het een all female band is, maakt dat het marketingverhaal zichzelf schrijft.

Maar laat ons duidelijk zijn. De naar misogynie ruikende commentaren à la “Was het een gewone mannelijke band geweest, was er nooit zoveel stampij rond gemaakt” katapulteren we recht naar de beerput. Bullshit. Want Puritan Masochism is gewoon, los van alles, een uitermate sterk album. Dat komt mede door de aardedonkere grunts, die weliswaar verrassend genoeg van de vrouwelijke Rikke Emilie List komen. Ze drukt hiermee zo de stempel op Konvent, wat de band al meteen boven het doom maaiveld plaatst.

Maar los daarvan zijn er de heerlijk zompige én melodieuze riffs van Sara Helena Nørregaard en vooral de moddervette groove van Heidi Withington Brink (de baslijn op “Trust” is moordend sterk), die samen met Julie Simonsen op drums de songs het tempo uitstuurt dat zíj wilt. Dat wordt al duidelijk in het openings- en titelnummer dat je in al z’n strakheid bij het nekvel grijpt en drie kwartier niet meer lost. In het dubbelluik “Ropes” aan het einde van de plaat komt alles briljant samen, doordat de perfecte combinatie van neerslachtig en opstuwend gevonden wordt.

Groove en riff liggen lepeltje op uitermate perfecte wijze en zorgen ervoor dat u de quarantaineweken niet met té gebogen hoofd doormaakt. Al is er voor de rest geen spatje licht op deze plaat te bekennen. Of Konvent daadwerkelijk het death doom genre reanimeert, zoals het persbericht hijgt, is overdreven en vooral irrelevant: waarom deze plaat in hokjes willen plaatsen als ze zelf hokjes overstijgt – op zoveel gebieden tegelijk zodat Konvent wel degelijk een witte raaf in metalland is. (pn)

https://konvent666.bandcamp.com/

Malokarpatan :: Krupinské Ohne (Invictus Productions)

Ze zien er een beetje uit als een bende verslenste worstelaars met een flink alcoholprobleem, maar onderschat Slovaken van Malokarpatan niet! De verzamelde metalwereld trok collectief een wenkbrauw op toen deze kerels vijf jaar geleden uit het niets verschenen met debuutplaat Stridžie dni. Hun mix van traditionele heavy metal met old school black metal en Slavische folk was hoogst eigenzinnig, maar tegelijkertijd ook vreselijk aanstekelijk. In 2017 volgde het al even leuke Nordkarpatenland, en de derde worp Krupinské ohne belooft minstens even interessant te worden.

Zoals alle platen van Malokarpatan, is Krupinské ohne ook weer een conceptplaat geworden. De plaat vertelt het, euh, waargebeurde verhaal van een groep heksen die in de 17de eeuw het dorp Krupina terroriseerden, en daarvoor op de brandstapel belandden. Het verhaal wordt verteld in slechts 5 nummers, die in totaal een kleine 50 minuten duren. Dat is wat anders dan we van de band gewoon zijn, maar het levert een hoogst interessante luisterevaring op, die soms meer aan een psychedelische rockplaat doet denken, dan aan een metalplaat van de oude stempel.

Begrijp ons niet verkeerd: de liefde voor bands als Bathory, Hellhammer en Mercyful Fate zijn wel degelijk zeer sterk aanwezig op Krupinské Ohne, maar de invloeden van folk en psychedelica mengen zich prominenter in de mix. Dat mag je gerust letterlijk nemen: akoestische instrumenten en percussie worden soms los over stevige metalriffs gemixt, zoals in openingstrack — adem happen — “V brezových hájech poblíž Babinej zjavoval sa nám podsvetný velmož”. Dat klinkt heel erg raar (is het ook), maar geeft een onconventionele toets aan de plaat. Fijn ook om vast te stellen dat deze heren ook ouwe platen van Magma en King Crimson in hun kast hebben staan.

Krupinské Ohne is in alle opzichten een onconventionele plaat, maar is daarom ook een enorm leuke luisterevaring. En het is misschien ook wel waar dat naar de lange nummers de vaart wat uit het geheel halen, maar de muziek is de hele plaat lang zo aanstekelijk en interessant (dat Middeleeuws stukje klassiek op het eind van – wacht even – “Filipojakubská noc na Štangarígelských skalách”!) dat je zonder veel moeite deze keer op keer opnieuw op wil zetten. Rare jongens, die Karpaten! (bvp)

Malokarpatan

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 2 =