Jean-François Marmion (red.) :: Domheid, een menselijke gave

Het is een klassiek uitgangspunt om domheid te beschrijven als bepaalde gedachten of handelingen van iemand met wie je het niet eens bent, maar aan wie je ook geen al te grote kwaadwilligheid of naïviteit wil toeschrijven. In essentie is domheid dan niet meer dan een niet-kunnen waarvan de actor zich vaak niet eens bewust is. In de resem essays en interviews die Jean-François Marmion bundelde in Domheid, een menselijke gave komt deze visie dan ook ruimschoots aan bod, wat helaas ook vooral tot gemeenplaatsen leidt.

De inleiding van Marmion mag in zekere zin als tekenend gelden, met een zwierige Franse slag strooit hij clichés in het rond waarbij uiteraard enige zelfspot aanwezig is, maar ook gepronkt wordt met weetjes en citaten die toch lijken te willen benadrukken dat de auteur wel degelijk belezen is en niet dom. Het is vermakelijk uiteraard, maar het biedt weinig meerwaarde voor een thema dat sowieso al te kampen heeft met vooroordelen en platgetreden paden. Daarnaast lijkt de keuze voor gastacteurs vaak ingegeven door wie Marmion kent, eerder dan door hun expertise. Zo ontbreekt onder meer Matthijs van Boxsel, nochtans een autoriteit in het gebied, wat des te jammerlijker is aangezien net hij een andere visie en definitie hanteert.

Gelukkig zijn er ook zonder de Nederlandse morosoof nog relevante stemmen te horen die verder kijken dan de algemeenheden die in zoveel variaties over domheid gedebiteerd worden. Een van de interessantere stemmen is uiteraard Nobelprijs-winnaar Daniel Kahneman, die met Ons onfeilbare denken uit 2011 zijn theorie van de twee denksystemen verder uitwerkte in een populair-wetenschappelijk werk en deze hier in een kort interview nog eens mag toelichten. Ook de bijdrage van Ewa Drozda-Senkowska mag er wezen, al rijst de vraag in hoeverre ze werkelijk over domheid spreekt wanneer ze relevante zaken over vooroordelen en denkfouten aanhaalt en daarbij banale voorbeelden geeft om aan te tonen hoe diepgeworteld ze zijn. Ook Yves-Alexandre Thalmann en Brigitte Axelrad slaan een gelijkaardige richting in wanneer ze erop wijzen dat wie als intelligent beschouwd wordt soms net heel domme beslissingen neemt of zich laat vatten door bepaalde vooringenomen ideeën. Dat Kahneman bij hen en andere auteurs in het boek opduikt, is dan ook geen verrassing.

Een aantal andere bijdragen in de bundel richten zich op bepaalde personen en karaktereigenschappen zoals narcisme en klootzakkerij of hoe om te gaan met eikels. De link met domheid lijkt hier ondanks de waarde van de bijdragen op zich ver te zoeken. Bij de eikels gaat het bijvoorbeeld over hoe om te gaan met pestgedrag terwijl de klootzakkerij vanuit een evolutionair perspectief (en haar overlevingswaarde) bekeken wordt. In die optiek zijn de reflecties op sociale media, manipulaties en fake truth getrouwer aan de opzet, maar valt opnieuw op hoe breed het gegeven gedefinieerd wordt en hoe ruim het ingevuld wordt. Bij de sociale mediareflecties komt dan weer kritiek op de bullshit die bijna automatisch leidt tot fake news en het feit dat men volhardt in de eigen overtuiging, liever dan feiten kritisch te bekijken.

Het blijft allemaal vrijblijvend en wordt gelukkig nergens zo tenenkrullend als de visie dat sociale media vaak leidt tot halve scheldpartijen, waarbij de auteur ietwat denigrerend veronderstelt dat het hier om jeugdige domheid zou gaan alsof met grijze haren ook wijsheid zou gepaard gaan. Het getuigt van een arrogantie die ook terugkeert in een pleidooi voor vegetarisme waarbij een “moreel hoogstaander dan jij”-attitude continu aanwezig is en de aangedragen argumenten weinig onderbouwd worden. Gelukkig weten de meeste auteurs, zelfs als ze zich er eerder badinerend van afmaken, hun stellingen beter te onderbouwen, zoals in het artikel over nationalisme en collectieve domheid. Toch rijst de vraag naar hoe deze zich tot het overkoepelend thema verhouden, een vraag die zelfs nog relevanter is bij het stuk over dromen.

Domheid als fenomeen heeft denkers, filosofen en zowat de hele maatschappij al eeuwenlang gefascineerd waarbij de ene net iets dieper groef dan de andere, in een poging een antwoord te vinden op wat domheid is en hoe men zich er tegen kan bewapenen. Auteurs als van Boxsel en Kahneman hebben er elk op hun manier een antwoord op gevonden, Marmion onderneemt een halfslachtige schuchtere poging en geraakt bijgevolg niet ver. De voornaamste reden daarvoor is dat hij vooral een hoop kennissen, vrienden en collega`s de vraag lijkt gesteld te hebben iets neer te schrijven over domheid, vanuit hun eigen ervaring of kennis zonder er verder veel mee aan te vangen. Als redacteur gooit hij het hele boeltje bij elkaar en tracht hij het weliswaar wat thematisch te groeperen, maar een overkoepelende reflectie is er niet.

Domheid kan, zoals mag blijken uit deze bundel, in veel verschillende vormen voorkomen en verklaard worden. Er is dan ook geen eenduidige theorie mogelijk, elk perspectief is in die zin dom te noemen, maar dat geldt evenzeer voor de beslissing om heel veel visies te bundelen en het aan de lezer over te laten zelf maar te bepalen wat voor hem of haar relevant is. Domheid, een menselijke gave is hierdoor een heel onevenwichtige bundel geworden waarbij niet alleen de ene auteur net iets meer moeite doet dan de andere om een onderbouwd betoog te brengen, maar waarin ook nauwelijks een lijn te vinden is. Marmion lijkt er zich op een drafje vanaf gemaakt te hebben waarbij het afwisselen van langere essays, interviews en korte tussenstukjes geen echte meerwaarde vormt.

Het ontbreken van elke vorm van synthese zorgt voor frustratie, in het bijzonder omdat het zijn ondertitel De psychologie van de stupiditeit niet waarmaakt. Een aantal van de bijdrages zijn meer dan lezenswaardig, waarbij zelfs kan gesteld worden dat het merendeel de lezer iets kan bijbrengen dan wel verwijst naar meer relevante werken. Marmion heeft bij de keuze van zijn gastacteurs met andere woorden zeker een aantal goede keuzes gemaakt, maar als hij werkelijk zijn opzet had willen realiseren, dan had hij zelf de pen continu in de hand gehouden en op basis van de inbreng van anderen een coherent geheel gebracht. Nu blijft Domheid, een menselijke gave hinken op meerdere gedachten en is het vooral als tussendoortje vermakelijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =