Cécile McLorin Salvant :: Dreams And Daggers

Sinds haar entree, een jaar of zeven geleden, is de nog maar 28-jarige Cécile McLorn Salvant bezig aan een artistieke zegetocht waar voorlopig geen einde aan komt. Amper twee jaar na het uitstekend onthaalde For One To Love is ze terug met dubbelaar Dreams And Daggers, haar vierde en sterkste album tot nog toe.

Als over McLorin Salvant wordt gesproken, vallen doorgaans al snel de namen van de Drie Grote Jazzdiva’s: Ella Fitzgerald, Billie Holiday en Sarah Vaughan. Het zijn voorgangers die stuk voor stuk indruk maakten op de jonge zangeres, en waarvan de invloed soms duidelijk te merken is. McLorin Salvant is duidelijk geworteld in de roots van de jazz en The Great American Songbook, maar je kan net zo goed namen als Josephine Baker, Bessie Smith, Nina Simone, Dinah Washington en Abbey Lincoln erbij halen, want haar stilistische en emotionele bereik is ronduit indrukwekkend. Belangrijkst van al is echter dat de zangeres beschikt over een XL-persoonlijkheid. Die was er jaren geleden eigenlijk al, maar treedt steeds nadrukkelijker op de voorgrond.

Voor Dreams And Daggers werd vooral geplukt uit concertopnames die McLorin Salvant in september van 2016 in de New Yorkse Village Vanguard maakte met haar vaste begeleidingsband van de voorbije jaren, met sterpianist Aaron Diehl, bassist Paul Sikivie en drummer Lawrence Leathers. Die livestukken worden echter afgewisseld met een zestal studio-opnames die gemaakt werden met het Catalyst-strijkkwartet, waardoor deze kloeke rit van 110 minuten aanvoelt als een zorgvuldig geconstrueerde suite. Nergens is echter sprake van een te rigide structuur die de spontaniteit in de weg zou staan, want die lillende live-energie spat van de schijfjes.

Naar aloude gewoonte wordt leentjebuur gespeeld bij enkele groten uit de Amerikaanse songtraditie (Rogers & Hart, Gershwin, Irving Berlin …), maar er wordt gezorgd voor heel wat afwisseling door deze te combineren met enkele eigen songs en (vooral) minder bekend materiaal. Doorheen het album, waarin relaties tussen mannen en vrouwen centraal staan, maar ook wordt verwezen naar meer beladen thema’s (zoals in het prachtige “Si J’étais Blanche”), krijg je gaandeweg de indruk dat dit niet enkel een reis is door een resem invloeden en klassieke inspiratiebronnen, maar ook een persoonlijk statement van een artieste, en zwarte vrouw, die haar plaats in de wereld onder de loep neemt. Dreams And Daggers kan zo politiek zijn zonder dat het de muziek in de weg loopt.

En die muziek is ronduit imponerend. Ingetogen en soms zwaarmoedige composities (“Somehow I Never Could Believe”, of haar eigen intens emotionele “More”) worden naadloos afgewisseld met korte overgangen en getoonzette verhalen (“Sam Jones’ Blues”), waarbij je getrakteerd wordt op een enorme dynamiek qua temperament, stijl en vocale expressie. Vooral dat laatste weet de zangeres als geen ander te bespelen. Ze kan flirterig sussen, plagerig kirren, meisjesachtig tateren en sensueel verleiden. Ze kan diep in de blues duiken en langs hoge pieken scheren. Kreunen, schallen, hijgen en zelfs vals kwekken, als dat haar song dient (een hilarische versie van “Mad About The Boy”). Het is een artieste die het publiek rond haar vinger windt met sprekend gemak.

De manier waarop ze een tekst naar haar hand weet te zetten, door lettergrepen te rekken, pauzes in te lassen of te spelen met intonatie, is verbluffend. Ze hanteert ook een gevoel voor timing dat perfect aangevoeld wordt door haar band, die functioneel speelt, maar ook veel meer is dan dat. In een vingerknip kan het trio omslaan in een vette swing en voor elke emotie hebben ze wel een antwoord. Door het zacht schuifelende “You’re My Thrill” waart de geest van Billie Holiday, in haar (eenmalige) duet met pianist Sullivan Fortner duikt de humor van een Fats Waller op, terwijl het doorvoelde “My Man’s Gone Now” gecontrasteerd wordt met het krachtige “Let’s Face The Music And Dance”. En dan volgt nog “Si J’étais Blanche”, waarin ze haar half-Franse afkomst kan gebruiken zonder het ranzige accent dat daar in de jazz doorgaans mee gepaard gaat.

Beweren dat Cécile McLorin Salvant dé jazzzangeres van vandaag is, is geen overdrijving meer. Het is gewoon de waarheid. Ze vertrekt dan wel vanuit de traditie, maar met een indrukwekkende souplesse, feilloze timing, guitige humor, gulle expressiviteit en onweerstaanbare naturel als voornaamste wapens, vergrijpt ze zich daar op zo’n manier aan, dat die rijke, soms wat bestofte traditie een heel nieuwe, persoonlijke invulling krijgt. Verrukkelijke artieste, verrukkelijke plaat.

McLorin Salvant staat op 21 oktober op Jazzontspooring (Harelbeke), op 27 oktober in Bozar (Brussel).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 7 =