Moynot :: Nestor Burma: 11. Tegen QED

Nestor Burma is terug. De privédetective, die in het Frankrijk van rond de Tweede Wereldoorlog het ene raadsel na het andere oplost, is oorspronkelijk een verzinsel van auteur Léo Malet. Na enkele verschillende pleegouders, waarvan Tardi de meest bekende is, is de creatie vandaag in goede handen bij Moynot.

Als Tardi een pluim verdient, en eigenlijk verdient deze Franse stripauteur er zoveel als zijn hoed kan dragen, dan is dat omdat hij policiers opwindend en cool gemaakt heeft. Twee dingen die het genre volgens een handvol kenners sowieso was, maar een buitenstaander heeft niet zelden dat extra duwtje in de rug nodig.

Met kleppers als Sluiers over de Pont de Tolbiac en vooral het ongeëvenaarde 120, Rue de la Gare serveerde de Franse stripauteur een stel boeken die nauwelijks te overtreffen zijn qua sfeer: weinigen slagen er immers in het grauwe Frankrijk van de jaren 1940 en 50 zo neer te zetten dat het een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitstraalt.

Na een handvol albums liet Tardi het bewerken van de romans van Léo Malet echter voor wat het was en nam Emmanuel Moynot het potlood ter hand. Puik werk, maar echt boeien deed het niet meer en daarmee verdween de sympathieke antiheld Nestor Burma uit beeld.

Tot recent Suite Française verscheen, een indrukwekkende bewerking die Moynet gemaakt heeft van het gelijknamig werk van Irène Némirovsky. Waarom de man niet opnieuw een kans geven nu een nieuwe Burma op stapel staat? Moynet heeft de reeks, die even overgenomen werd door Nicolas Barral, immers opnieuw in handen en werkte zopas Nestor Burma tegen QED af.

Dat verhaal speelt zich chronologisch gezien af na 120, Rue de la Gare in bezet Parijs. Altijd lachen, die locatie. Een tekort aan tabak, een overschot aan bommen die uit de lucht komen vallen en de beste flikken zijn gemobiliseerd, waardoor louter de idioten overblijven om het leven in de lichtstad in zo goed mogelijke banen te leiden.
In die stad raakt Burma geïntrigeerd door een ravissante roodharige -ja, de tijden van Tardi’s heerlijk zwartwit zijn absoluut voorbij- die hij prompt besluit te achtervolgen. Een ietwat bedenkelijke daad, maar ze leidt de detective naar een vers lijk.

Naast Burma maken vertrouwde figuren als inspecteur Faroux, pennenlikker Covet en secretaresse Hélène opnieuw hun opwachting, enkele strohalmen die de lezer houvast bieden in een stortvloed aan namen en figuren die gaandeweg opduiken en de plot soms redelijk ondoorzichtig maken. Als vanouds lijkt die op het eerste zicht geen steek te houden. Een tweede lezing toont echter het meesterschap van Moynet, wanneer kleine clous zichtbaar worden die de lezer aanvankelijk ontgaan zijn.

Maar een, twee of hoeveel keer dit boek ook ter hand genomen wordt: zoals bij de andere Burma-stripbewerkingen is de plot van ondergeschikt belang. Door Nestor Burma op sleeptouw genomen worden in Parijs, daar draait het om. Laat je mee leiden naar kroegen en langsheen kleurrijke karakters. Dat daar doorheen nog een verhaal meandert met gestolen goud, is een aardige bijkomstigheid.

Meer opzienbarend dan het gestolen goud, is bovendien dat Burma in dit album aan de liefde ten prooi valt. Plots wordt de totaal cynische detective, de man die het mysterie KO slaat en onderweg een pad van gekrenkte zielen achterlaat, een figuur van vlees en bloed. Burma blijkt zowaar een hart te hebben. Daardoor is hij niet meer de figuur waarmee Tardi ons liet kennismaken, maar misschien is het meer dan hoog tijd om dat beeld los te laten en de nieuwe Burma, en de ondertussen gemiste albums te omarmen. Policiers genoeg nog bovendien, waar Moynot zijn tanden in kan zetten. Onze leeshonger is in ieder geval nog niet gestild.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =