Sleigh Bells :: Jessica Rabbit

In 2010 crashten Alexis Krauss en Derek Miller de muziekscene met de licht waanzinnige feestplaat Treats, een kruisbestuiving tussen pop en hardcore die genadeloos de trommelvliezen geselde en tegelijk zalfde door helse herrie met extatische cheerleaderdeuntjes te verweven. Opvolgers Reign Of Terror (2012) en Bitter Rivals (2013) tapten uit hetzelfde vaatje van gecontroleerde chaos, maar vertoonden het begin van bloedarmoede en een gebrek aan sprankelende songs. Tijd om het geweer van schouder te veranderen: op hun vierde LP verkast het duo uit Brooklyn resoluut naar popgevoeligere oorden.

Voor het eerst schakelden ze daarvoor een hulplijn in van buitenaf: Mike Elizondo, bekend van eerder werk met Dr Dre, Eminem en Jay Z, liet bij de productie (en het schrijven van enkele songs) overduidelijk zijn sporen achter. Concreet levert dat een meer gepolijste sound op, met minder werk voor Dereks harde gitaarstijl en meer ruimte voor Alice om écht te zingen. Die extra aandacht voor songschrijverij en melodie zal fans van het eerste uur onvermijdelijk achterlaten met een kater van jewelste: de betonnen geluidsmuur en verdovend luide monsterriffs maken op de helft van de nummers plaats voor de onversneden pop en r&b die de roots uitmaken van Alexis Krauss. Het voorzichtig opzwepende “I Can’t Stand You Anymore” lonkt onbeschaamd naar de top 40, terwijl feestnummer “Crucible” niet zou misstaan op een compilatie Club Bangerz. Het gladste nummer is ongetwijfeld “I Can Only Stare”, de favoriet van de band zelf, dat het doet zonder gitaren (!) maar wel met de prijs voor de beste (synth)melodie gaat lopen.

Het is jammer dat Jessica Rabbit net op dat gebied vaak tekortschiet. De specifieke aantrekkingskracht van Sleigh Bells lag in de energiestoot en de ongebreidelde fun die ze genereerden. Niet dat minder aardeverschroeiend meteen gelijk hoeft te staan aan saai. Het bewijs daarvoor ligt in oude favorieten als “Rill Rill” en “End Of The Line” die op vorige albums de bombast achterwege lieten en overtuigden op basis van melodie. Maar wie zijn luisteraar niet langer als een paal de grond in hamert, moet daar wel iets tegenover stellen om het interessant te houden. Krauss en Miller mikten vermoedelijk op “speels” en “verrassend” met goedbedoelde tempowissels, maar gooiden hiermee vooral de eigen ruiten in. Zo is “It’s Just Us Now” een niet goed te praten gruwel die alle kanten uitschiet en met een afgrijselijke hink-stap-sprong de overgang van strofe naar refrein maakt, een whiplash die zelfs na de tiende luisterbeurt niet went. Nog zo’n lelijkerd is het luide en geforceerd klinkende “Throw Me Down The Stairs” of het licht saaie “Lighting Turns Sawdust Gold”. Je vraagt je af of er nog sprake is van een melodie wanneer je die al vergeten bent nog voor een nummer eindigt.

De plaat in zijn geheel dreigt overigens ten prooi te vallen aan dit schizofrene gehakketak. Enerzijds draagt een deel van de nummers de theatrale, heerlijk trashy attitude uit die we van het duo gewend zijn. Wie zijn album vernoemt naar de roodharige femme fatale uit Who Framed Roger Rabbit en nog steeds lustig strooit met kolderieke kreetjes en flirterige zuchtjes, is het feesten niet verleerd. “Rule Number One” zal niet meteen een literatuurprijs winnen vanwege poëtische expressie binnen het Amerikaanse lied (“pop rocks and coke make your head explode”), maar bubbelt wel van pretentieloos plezier. Tegelijkertijd tellen we een vijftal songs die nog het best te omschrijven vallen als delicaat en dromerig. Het donkere “Loyal For” en “Hyperdark” leunen zelfs onverwacht aan bij generatiegenoten als Grimes en Purity Ring.

Nadat het laatste album meer gegeeuw dan kippenvel opleverde, is de nood aan verandering en diversiteit niet enkel begrijpelijk, maar ook broodnodig. Die experimenteerdrang levert een handvol fijne songs op, maar even vaak slaat Jessica Rabbit de bal ferm mis. Het resultaat doet aan als een Frankenstein-creatuur waarbij men verschillende onderdelen aan elkaar naait die niet noodzakelijk bij elkaar passen en doet verlangen naar een meer organisch geheel. Soms levert een groep zonder het te weten zelf de beste samenvatting af, of zoals Alexis plagerig zingt: “I’m loyal … for now”.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 11 =