VOORPUBLICATIE: het derde deel van “Luisteren &Cetera”

In de boekenreeks Luisteren &Cetera gaan Pieter Steinz en Bertram Mourits op zoek naar welke platen bepaalde muzikanten hebben beïnvloed, en hoe hun platen op hun beurt een stempel drukten op wat na hen kwam. In het derde deel, dat op 17 november verschijnt bij Atlas Contact, duiken ze diep in de jaren zestig. Op enola.be leest u exclusief nu al het hoofdstuk over The Velvet Underground & Nico.

Zelfverzekerd rammelen

The Velvet Underground & Nico is zo’n plaat waarvan zijn faam hem is vooruitgesneld. Wanneer je voor het eerst bewust naar The Beatles gaat luisteren, is de kans groot dat je regelmatig denkt ‘o, dit ken ik al, zijn dít nu The Beatles’ –, maar bij The Velvet Underground ligt dat anders. Hun debuut is zo’n album dat onveranderlijk hoog staat in lijstjes van Beste Platen Aller Tijden, maar op de radio hoor je ze niet vaak (ter indicatie: The Beatles staan vijftig keer in de Top 2000, The Velvet Underground één keer). De kans is dus reëel dat de nieuwsgierige jonge muziekliefhebber die op gegeven moment besluit ‘die plaat moet ik horen’, elf liedjes krijgt voorgeschoteld die hij nog nooit eerder heeft gehoord.

Het album geeft zijn geheimen niet onmiddellijk prijs en begint lief, klein, subtiel en prachtig gearrangeerd. De eerste klanken zijn die van de celesta, een klokkenspel-achtig toetseninstrument waarvan John Cale de potentie ontdekte. ‘Sunday Morning’ heet het liedje, en de tekst is onrustig, op het paranoïde af (‘watch out, the world’s behind you’), maar er valt niet aan af te horen dat we de komende drie kwartier te maken hebben met een van de invloedrijkste lp’s van de jaren zestig.

Het wordt rauwer op ‘Waiting for the Man’, een droog rockend en knauwerig gezongen liedje, maar met ‘Femme Fatale’ gaat de versnelling weer terug. De zang van Nico doet denken aan Franse chansons of Duits cabaret, niet direct aan avant-gardistische kunst.
Het volgende liedje, ‘Venus in Furs’, verwijst naar de gelijknamige erotische novelle van Leopold von Sacher-Masoch, waaraan ook de bandnaam is ontleend. De viool van John Cale geeft een bijpassende fin-de-sièclesfeer.

Dan volgt ‘Run Run Run’, op het eerste gehoor een John Lee Hooker-achtige bluesstamper. Bij een bluesliedje hoort een gitaarsolo, maar deze lijkt te mislukken, het is vals, de feedback klinkt oncontroleerbaar, Lou Reed is niet de baas over zijn gitaar, hij hakt er maar wat op los. En op dat moment begrijp je waarom over deze band de grap de ronde doet dat ‘iedereen die de plaat kocht een bandje begon’. Je kunt het kunstzinnig omschrijven wat hier gebeurt – ‘The Velvet Underground maakte ruimte voor geluiden die toevallig tot stand komen’ – of denigrerend – ‘Reed kan niet spelen’ – maar het is opzwepend en de losgeslagen garagerock inspireerde een enorme lijst van muzikanten: iedereen van MC5 tot Sonic Youth, via The Jesus And Mary Chain en Talking Heads.

De rest van de plaat laveert tussen deze uitersten – het lieflijke van ‘Sunday Morning’ en het ongecontroleerde van ‘Run Run Run’. Sommige liedjes zijn zorgvuldig gearrangeerd (‘All Tomorrow’s Parties’), en soms spat de boel uit elkaar in een chaos die maar nauwelijks te beluisteren valt.

Maar ondanks die uitersten wordt het nergens onevenwichtig. Technisch onvermogen en rake arrangementen zijn in balans: de plaat rammelt maar klinkt ook zelfverzekerd. Het is garagerock, gearrangeerd naar grootse maatstaven, ‘Phil Spector met zo min mogelijk instrumenten,’ aldus John Cale.

Als je zonder voorkennis de hoes bekijkt, krijg je de indruk een plaat van Andy Warhol in handen te hebben: alleen zíjn naam staat erop en dat is lef hebben voor een debuut. De bandnaam staat op de achterkant, en Warhol blijkt behalve ontwerper van de hoes ook producer te zijn, dus kennelijk belangrijk voor het bandgeluid.

Dat is natuurlijk niet zo. Lou Reed vertelde in een interview dat Warhol – behalve financieren – niet veel meer deed dan roepen dat het fantastic was allemaal, wat door de geïntimideerde technici volmondig werd beaamd. John Cale heeft de plaat gearrangeerd en is waarschijnlijk verantwoordelijk voor veel productioneel werk, en Cale noemt Tom Wilson, die op de hoes alleen credits krijgt voor ‘Sunday Morning’. De waarheid zal in het midden liggen, namelijk: dat ze allemaal wat bijdroegen maar dat niemand de eindverantwoordelijkheid voor het geluid op zich nam.

Het zou ook naïef zijn om Warhols bijdrage in de productie van de plaat te zoeken, al was hij belangrijk genoeg. Toen hij zich opwierp als manager was een platencontract snel geregeld. Ook suggereerde hij Nico als zangeres. En de band verzorgde de muziek bij Warhols Exploding Plastic Inevitable, een soort live-kunstinstallatie.

Dankzij Warhol maakte The Velvet Underground deel uit van de kunstscene in het New York van de jaren zestig, maar toch is het resultaat onversneden rock-’n-roll. Het is – mede dankzij Warhols technische terughoudendheid als producer – geen onaanraakbaar, hoogstaand werkstuk geworden. Het klinkt heel haalbaar wat The Velvet Underground heeft opgenomen. Het heeft ook niks gekost, zo wil de overlevering. Misschien dat daarom zoveel mensen een bandje wilden beginnen: met de ideeën kon je geïnspireerd aan de haal, maar het leek niet moeilijk ze technisch beter uit te voeren. Dat viel in de praktijk nog niet mee. De lijst bands die door The Velvet Underground beïnvloed zijn, is enorm, maar het is nog altijd ‘de banaan’ die prijkt op de meeste lijstjes.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =