Shibusashirazu Orchestra :: 26 juni 2016, Zarlarswing Boerderie

Een pompend jazzorkest, bont theatergezelschap en zotte kermisbende in één. Zo zou je Shibusashirazu Orchestra kunnen omschrijven, maar woorden, cd’s en zelfs dvd’s schieten eigenlijk tekort om hun performances – want concerten kan je dit niet meer noemen – te omschrijven. Europese verschijningen en tours zijn eerder zeldzaam (deze XL-bende haal je niet zomaar naar hier voor een enkele vertoning) dus als je de kans krijgt om ze op een steenworp van je deur te zien op een unieke locatie, dan aarzel je niet. En maar goed ook, want we werden getrakteerd op een spektakel dat zelfs de meest verbitterde zoutpilaar in deze politiek bewogen tijden niet onbewogen kon laten.

En petje af voor organisatie Zarlarswing, dat op gezette tijdstippen deze vierkanthoeve opent voor wat jazzconcerten, maar nu de uitdagende opdracht kreeg om op een paar weken tijd een stunt in elkaar te boksen. Het Japanse orkest, dat al sinds de late jaren tachtig rondreist onder leiding van dirigent/bassist Daisuke Fuwa, speelde daags ervoor nog op Glastonbury, maar kreeg onverwacht te maken met een afgelast optreden. Een buitenkans voor de organisatie in Geraardsbergen, waar hemel en aarde bewogen werd om deze excentrieke formatie in ideale omstandigheden te laten spelen.

De bezetting van de bende durft wisselen, maar schommelt doorgaans tussen 20 à 30 performers. Op het podium namen ook nu een kleine twintig muzikanten plaats: twee drummers, percussie, bas, gitaar, toetsen, vibrafoon en een stuk of tien koper- en rietblazers. Maar dat is niet alles, want het vettig pompende, kronkelende en rockende orkest krijgt altijd het gezelschap van een reeks figuranten, waarbij de halfnaakte, witgeverfde Butoh-dansers de blikvangers zijn. En in de zolder van de hoeve konden ze volledig hun ding doen, door trapladders op en af te klimmen en over de kolossale balken van de dakconstructie en op tafels hun ritualistische dans uit te voeren.

Het zorgt ervoor dat je soms niet weet waar eerst te kijken, want ze staan naast, voor en boven je te dansen, er loopt een gesjeesde zanger/MC in onderbroek vanalles in een microfoon te roepen, naast de band staat een schilder live z’n ding te doen en dan heb je nog de weelde op het podium. Volgens sommigen is dit een van de weinige bands die de voortdurend dreigende chaos en surreële energie van de hoogdagen van Sun Ra kan benaderen, maar je hoorde net zo goed de latere orkesten van Mingus, een moderne update van de Ellingtonweelde en de met freejazz flirtende big band van Fred Ho. Er zat veel vrijheid in, regelmatig werden er een paar bevlogen solo’s (van o.m. vibrafoon, gitaar, sax en theremin (!)) afgevuurd en de MC van dienst deed z’n best om duidelijk te maken dat het ging om energie en spontaniteit, maar er stond ook een hechte en perfect op elkaar ingespeelde band op dat podium.

Door de fysiek expressieve aanwijzigingen van Fuwa werden secties naadloos aan elkaar gekoppeld en kon de band zijn vet pompende samenspel maximaal uitbouwen. Het draaide vaak om repetitieve riffs met opzwepende ritmes, niet erg verfijnd of complex, maar wel met een vlammende zwier, waarop dan een solist loos kon gaan. Soms had het iets van de expressieve soundtracks van de jaren zeventig met een vettige dosis funk erin, maar even later werd het overgenomen door stevige rockgetinte secties, een enkel schuifelmoment of zelfs even Balkangetinte hoempapapassages met driftig stampende ritmes. De Butoh-dansers bleven onverstoord bewegen, het was meer glijden, tussen de muzikanten, terwijl andere figuranten in kleurrijke kostuums in de weer waren met bananen.

Goed gek dus, maar wel gebracht met een onweerstaanbare energie en een oprechte overgave, want de breed lachende gezichten op het podium spraken boekdelen. Je kon je niet van de indruk ontdoen dat de muzikanten zelf ook beseften dat dit inderhaast georganiseerde concert iets bijzonders was. Zelden werd een publiek – kinderen die toekeken met grote ogen en open mond, hun grijnzende en dansende ouders, kwispelende honden – zo gretig gefotografeerd door een band. Dat die ervaring had bleek niet alleen uit de variatie en consistentie, maar ook de dosering. Je moet je publiek nooit vervelen, en dat deden ze dan ook niet, want na een even bondige als wervelende performance maakten de muzikanten zich klaar voor de finale. In een rijtje trokken ze, al spelend, naar buiten, waar de resterende bandleden intussen klaarstonden met een gigantische draak van twintig meter lang, die de lucht ingelaten werd om mee te dansen op de laatste extatische passages.

Het was de prachtige climax van een totaalspektakel dat uitpakte met zoveel kleur, humor, toewijding en creativiteit, dat we aan het einde waarschijnlijk met een wat onnozele blik stonden rond te kijken. En zelfs als redelijk ervaren concertganger deed het een enorme deugd om nog eens herinnerd te worden aan de meeslepende en transformerende kracht van een concert, dat in handen van deze Japanse bende uitgroeide tot een belevenis die de organisatie, toeschouwers, maar misschien ook de band zelf, niet licht zullen vergeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + 8 =