Parquet Courts :: Trix, 21 juni 2016

Parquet Courts mag veel gedaan hebben op Primavera Sound Porto, maar overtuigen deden Savage, Brown en co onze delegatie alvast niet. Goed dat Porto in Portugal ligt en Antwerpen dichter bij huis: zo biedt zo’n Europees tourschema meteen een herkansing aan. Trix speelt gastheer van dienst voor de Amerikaanse rockers. Benieuwd wat ze uitspoken voor een select publiek in een kleine zaal? enola was er bij.

Zaalshows moeten in feite bijna per definitie beter zijn dan festivaloptredens. Geen lui publiek dat toevallig voor een podium verzeild geraakt is en daar onder invloed niet wegraakt, maar fans die er geld voor over hebben hun idolen aan het werk te zien. Een beetje band wil voor minder boven zichzelf uitstijgen. De halve set die wij nog konden meemaken van voorprogramma Ulrika Spacek (nee, niet een Duitse dame met zachte folkballades, integendeel) is alvast een smakelijk aperitief. Met een rauw maar niet al te serieus geluid dat wel aanleunt bij dat van Parquet Courts kon de Britten uit Reading Trix best bekoren: zoveel was te merken aan de goedkeurende knikken van een halfvolle zaal.

De hoofdschotel dan. Die start zijn set met “Outside”, gevolgd door “Dust”. Op klepper Human Performance (9.0) zijn dat twee sterke en live verplichte nummers, maar hier en nu veroorzaken ze angstvallig weinig deining in het publiek. Dan maar “Paraphrased”, aardig maar niet verplicht: zanger Andrew Savage maakt zich een eerste keer kwaad aan de microfoon. Het werkt voor de sfeer, en Trix komt voorzichtig in beweging. Alleen jammer dat het geluid van de gitaren precies nog niet helemaal juist zit op dat moment, maar kom, we weten wat kan en zijn vertrokken voor meer van dat.

Over naar “Berlin Got Blurry”. Wat nochtans verre van het type song zou moeten zijn dat beter is op plaat dan live, bevestigt in die negatieve zin. De lauwe, ongehaaste versie van een van de recente hoogtepunten in Parquet Courts’ oeuvre doet het nummer oneer aan. Dat de gitaren al beter klinken, brengt weinig zoden aan de dijk. Ook “I Was Just Here” is in hetzelfde bedje ziek – of verveeld – tot de versnelling op het eind komt om de song te redden. “Captive Of The Sun” lukt al beter, maar we hebben op vijf nummers uit het laatste werk nog geen brokkenmakers mogen horen.

Of er iemand dezelfde kleren aan heeft als gisteren, wil zanger-gitarist Austin Brown graag van Trix weten. En of het regent, waar we allemaal vandaan komen. Er zit wel degelijk een plot in die witty banter, maar Brown zelf lijkt er niet bijster in geïnteresseerd. Dan maar een fikse doorstart: zonder er verder op in te gaan vliegt de band in driftig tweeluik “Master Of My Craft” en “Borrowed Time”. Schot in de roos, een eerste hoogtepunt, maar jammer dat we er een halve set op moeten wachten hebben. Dat “Dear Ramona” er de snelheid daarna weer uithaalt en gewoon ook niet opperbest gebracht is, maakt een heckler wakker onder de toeschouwers: “just so-so?”, reageert bassist Sean Yeaton daarop, precies licht gebeten.

Negeren maar: we gaan over naar “One Man No City”, meteen de eerste song van de laatste langspeler die over de hele lijn doet wat hij hoort te doen. Vooral die wat uitgesponnen jam waar Parquet Courts naar het einde toe in verzeilt is te smaken, maar iets te snel voorbij. Mooie liedjes duren echt niet lang. “Pathos Prairie” en “Human Performance”, beiden uit Human Performance, zijn ook gewoon goed, maar ook niet meer. Net als de vrees dat het niet beter wordt begint te knagen, deelt de band iedereen een stevige uppercut uit met razende versies van “Bodies”, “Black And White” en “Vienna II”. Dat is vooral te danken aan de niet-aflatende drums van Max Savage, die op zich wel al de hele set een goeie beurt maakt.

Wat dan weer niet gezegd kan worden van bassist Sean Yeaton, die niet altijd bij de les is, en een verbaal robbertje lijkt te willen gaan vechten met “just so-so”. Door een gebrek aan concentratie dreigt “Keep It Even” zo de mist in te gaan. “You gotta keep it even, even when you’re uptight”, gaat die tekst daar: Yeaton zou er misschien eens naar moeten luisteren. De song blijft nipt overeind. Om het tij in extremis nog te keren krijgen we een veeg uit de pan door middel van “Light Up Gold”, nijdiger, luidruchtiger en uitgebreider dan op plaat (Light Up Gold uit 2012).

Ook de finale mag er best wel wezen, met strakke versies van “Sunbathing Animal”, natuurlijk, en ook Content Nausea. En daar stopt het. Wat, geen bisnummers? Waar blijft “Stoned And Starving”? Helaas: dat was dan misschien het gevoel dat de band had bij het verlaten van het podium, maar daar zijn wij natuurlijk vet mee. Nu moeten we het doen met wat we net mochten krijgen, en da’s een nogal bouwvallige set met meer laagtes dan hoogtes – al waren die er ook wel. We zullen de platen alvast meer koesteren dan deze voorstelling. De platen verdienen het.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 18 =