Op tour met A Place To Bury Strangers :: het dagboek van Rape Blossoms (deel 9)

Dezer dagen toert Rape Blossoms door Europa als voorprogramma van A Place To Bury Strangers. Wesley Buysse houdt voor ons een dagboek bij over de ervaringen van de band. Hieronder: deel 9.

SCHNEIDER WEISSE

Het is even slikken nu we allen werkloos zijn, en dan nog eens, en nog eens, tot de vloeibare appel in onze nuchtere maag gaan liggen is. Het is elf uur en de pommeau smaakt naar whisky omdat Jona de glazen niet gespoeld heeft. We rijden een tijdje achter een dinosauruskoekcamion en het geluk lacht ons toe want Jona heeft nu toch wel zo’n doos bij zeker en we mogen erin delen. We halen de camion in en steken de doos met opgestoken duimen en een geluidloze glimlach in de lucht. De arme drommel achter het stuur weet niet wat hem overkomt en raakt in paniek van de weg af. In onze achteruitkijkspiegel zien we hem op de pechstrook zijn lading controleren. Geen wonder dat dinosaurussen uitgestorven zijn. Dankzij Studio Brussel kunnen we meezingen met “Beautiful Day” van U2 en “The Architect” van dEUS. We hebben het over goede Belgische bands en raken snel uitgepraat want Jona is in slaap gevallen. Hij heeft geen oog dichtgedaan door zijn droom van een baby maar vandaag toch twee Kodaks gekocht voor zijn schoolreis, die van start zal gaan wanneer we nog door Kopenhagen kruipen met katers tot over onze oren. Zijn collega’s zijn flexibel en begripvol dus zal hij een dag later op onze kosten gedropt worden boven Normandië. Dit vooruitzicht scherpt zijn blik tot een bajonet, en hij drinkt zich nu al moed in.

De visjes van Lou Reed zwemmen rond in de regen en we vragen ons af waar de man nu mee bezig zou zijn – Lennert zegt dat hij nu in Zuid-Frankrijk zit, in een dikke villa, op zijn luie reet. Niemand ziet alpaca’s appels eten omdat de chauffeurs ons het zicht en de glimlach ontnemen met hun zongebruinde bovenarmen en camions vol kroketten. Niettemin zijn we blij Eindhoven eens in een ander daglicht te zien. Zo ’s middags, het is gans anders. In de verte horen we de zwanenzang van een claxon. We pikken Dav op aan de Effenaar en laten de Teun van dienst een taxi voor zijn vriendin bellen. Om Dav op te peppen geven we hem een tablet waarop hij naar The Rise of Hitler van Netflix kan kijken. Dit heeft het beoogde resultaat. Dav roept ‘Schnaps’.

De worstenboompjes langs de baan staan in bloei, het witbier schuimt door de velden, een zwerm schnitzels vliegt over. Dav’s liefde voor Duitsland is overal te voelen. We zingen ‘Tour Life’ van Inner City tot we de afslag nemen naar ons hotel. Dit zou slechts 400 meter van de A42 liggen en het enige wat we zien zijn schroothopen, prikkeldraad en een uit de kluiten gewassen bowlingpin op een paal. Nochtans had ik via Booking.com speciaal het ‘Supports & Guests Hotel mit Supports Bar’ uitgekozen omwille van het voorprogramma-vriendelijk aanbod. Mijn schoentjes beginnen te klemmen, de sfeer keldert. We passeren een paar hockeyspelers en zware kerels met baseballknuppels en durven niet hoger te kijken dan die harige Duitse kuiten in witte sokken. Dav draagt er zelf ook en mag minivoetballen met de mannen als hij zijn orthopedisch schoeisel inwisselt. Hij doet dit en gaat zich ineens publiekelijk douchen. Het uitzicht van de slaapzaal bestaat uit roofing en golfplaten en je hebt het in een-twee-drie gezien maar ik raak niet uitgekeken omdat Jona en Lennert me elk om beurt wafels blijven geven.

Essen roept bij Lennert herhaaldelijk andere woorden op, zoals ‘Lecker’ en ‘Trinken’. Café Nova is niet open hoewel Nikimo het tegendeel beweert. Ons Frühlingskonzert staat niettemin aangekondigd op de affiches van de Evangelische Kirchengemeinde. We hebben altijd al in een kerk willen spelen maar niet hier. Café Nova is een parochiezaal tussen een rusthuis en een van de vele kerken die hier in Essen op een hoop gesmeten zijn. De jongens van APTBS zijn ook de kluts kwijt – Dion wandelt rond met een zak chips op zijn hoofd terwijl Bob de manager te pakken probeert te krijgen. We trekken de zijdeur van het busje open en zien de rest van APTBS terugdeinzen voor het daglicht – ze hebben urenlang hoger, lager zitten spelen met een stel kaarten en bieden ons chocolade aan om ons weg te jagen. Een broeder Jakob komt ons met staf en baard de weg tonen naar de backstage. Bob wordt op slag levensmoe wanneer hij de miserabele mengtafel ziet op een platformpje in de nok van de zaal en zal de avond in het busje spenderen nu het zo zit. De rest van de band kan deze nacht een trap lager terecht in een punkhol vol veldbedden. Hun ontbijt ligt er al, aan flarden tussen de cola en Havana Club. We hebben een bowling aan onze receptie – de hemel.

Tijdens APTBS’ soundcheck doen we Essen eer aan door Hawaiiaanse schnitzels en gyros in pepersaus ‘mit Pommes und Salat’ te verorberen voor een prikje. Lennerts gezicht verdwijnt voor een halfuur in een massieve pita met looksaus en daar zijn we heel even blij mee. We mogen dan weer soundchecken eens de deuren geopend zijn want we moesten geluidsjongen Marios de hele tijd vijf minuutjes geven om rond te raken. De gemiddelde BMI van de concertganger bedraagt iets meer dan 30 kilo per vierkante meter, de leeftijd dertig à veertig jaar, het geslacht is overwegend mannelijk, de baardgroei voornamelijk goatee, de haargroei beperkt en de consumptie uit zich in halve liters. Er wordt duchtig luchtgitaar gespeeld op onze ingenieuze refreinen en Dino moet al vijf platen van ons verkopen nog voor we het einde van onze set bereiken. Dino stelt het overigens goed intussen, ondanks mijn luizig advies van gisteren dat coffeïne niet hetzelfde is als cafeïne en hij dus met een dubbele dosis onder de lakens gekropen is. Hij is nu hypervrijgevig en strooit 7-inches in de ronde voor ons, in die mate dat we elk thuis intussen een APTBS-stock kunnen aanleggen. De Essenaars spreken Schwarzeneggeriaans Engels en dit vinden we leuk. We verkopen bijna twintig platen terwijl de jongens van APTBS van leer trekken in het terrarium van de underground – het zweet druipt van de kruisbeelden, mensen zoeken op een ‘Titanic’-manier steun tegen bedampte ruiten, een stel vleermuizen stijgt op uit het kortgeschoren kapsel van een goth. Nooit gedacht dat Duitsers zo warm en plakkerig konden zijn.

We tellen de inhoud van de kassa na onze eerste show op Duitse bodem en kunnen weer verder naar Berlijn, maar eerst willen we nog een witbier. Anicka schenkt ons deze gretig uit en toont op overtuigende wijze hoe ze het laatste beetje schuim uit de fles krijgt. Schneider Weisse verspreidt zich als een lopend vuurtje. We betrekken Burgers erbij en hij moet het zeker drie keer zien om het te geloven. Kort na hem valt ook de rest van APTBS over elkaar voor haar troeven. We nemen selfies, werpen blikken in elkaars boezem. Wie waagt het schot, wie zal er scoren? De goalkoorts stijgt ons zodanig naar het hoofd dat we onze gage vergeten vragen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 15 =