Op tour met A Place To Bury Strangers :: het dagboek van Rape Blossoms (deel 2)

Dezer dagen toert Rape Blossoms door Europa als voorprogramma van A Place To Bury Strangers. De vier bandleden houden voor ons afwisselend een dagboek bij over hun ervaringen. Vandaag is het de beurt aan bassist Wesley Buysse.

Route du Sommeil

De weg naar succes is lang en hard en die naar Bordeaux steekt ons nu al tegen, maar zelfs harde werkers zoals wij moeten er naar het schijnt van tijd tot tijd tussenuit, dus zetten wij noest door. Vooral Lennert dan, die minuut per minuut van de voorspelde aankomsttijd afpelt. Verder valt er niet veel te beleven, het is vroeg en de gesprekken lopen stroef. We kennen elkaar dan ook al lang en dat doet er ook geen deugd aan. Net als in een geslaagd huwelijk. Zo bleef Dav (zanger, nvdr) deze nacht bij mij slapen en heeft hij deze ochtend liggen rimpelen in mijn bad. Dit deed mijn vriendin misschien iets maar mij alleszins niet. Nu ruikt hij goed – logisch, het was mijn badgerief – en zit hij vredig op de achterbank te zwijgen. Ik neem aan dat hij tevreden is. Om de verveling te breken delen we een lijntje. Lijntjes zijn niet makkelijk door te geven aan 120 kilometer per uur dus hangen Dav’s schoenen al snel vol. Niet erg, we hebben toch genoeg. Ik zit vooraan en zie van alles passeren. Vooral de levens van camionchauffeurs. Maar ook leuke namen van bedrijven en kerselaars in bloei.

Grauwe gevels en wolken blijven op ons inbeuken, er vallen gaten in asfalt en beton. De gouden handdruk van het postindustriële tijdperk heeft ons in een houdgreep en de jungle aan de waterkant toont ons waar de toekomst heen woekert. Gelukkig bereiken we tijdig de fly-over en kunnen we Gent achter ons laten, want daar is de zon en Jan Jambon vanuit Washington. Altijd leuk om te horen dat we destijds juist gestemd hebben. Dav roept ‘Koffie’. Hij bezit als expert op vlak van communicatie en public relations het talent zijn wensen in één woord te omschrijven. We gaan hier niet op in want we zijn net voorbij Zwijnaarde. Daar heeft hij een halfuur geleden mijn tas leeggedronken. De koffie was gezet met een Bialetti-espressotoestel, zo met dat mannetje op, een mooi aandenken aan onze glorietijd in Italië en Zwitserland vorig jaar dat ik in de Supra Bazar te Lovendegem gekocht heb omdat ik dacht dat dit goedkoper zou uitdraaien dan daar aan die Tobleronetunnel. Dit was niet het geval, maar de koffie sindsdien wel lekker. Dav roept weer ‘koffie’.

We denken graag terug aan onze vorige tour met A Place To Bury Strangers. Vooral aan Dav’s escapades in het holst van Bologna’s nacht, het bezoek van de Zwitserse politie aan een van onze nummers (Zwitsers hebben veel geld maar niet voor onze platen en omkoperij stellen ze ook al niet op prijs), courgettereepjes versneden tot gitaartjes en het Comomeer, waar we elk om beurt een mooi zicht hadden op het ijsbollenkraam van een prachtig voorovergebogen schepsel.
Maar aan alle mooie liedjes komt een eind en ook al schrijven we er amper weten we het als geen ander. Neem nu Jona (drummer, nvdr). Soms zit hij te lachen en blijft het lang stil, zodat we uiteindelijk niet meer naar de reden durven vragen. We hebben begrip voor zijn situatie. Onlangs is hij vader en dus gek geworden, en wie zijn kind dan nog eens ‘koning’ noemt, heeft het niet bijster goed voor met zichzelf. Om enig medeleven met hem te tonen, laten we hem in het dagboek een tekening maken die Basil later kan inkleuren of –kwijlen.

Lionel Richie

“Nog 550 kilometer en we zijn er al,” zegt Lennert als Jona de schets naast zich neerlegt en we de parking van Aire Limousine – Janvier opdraaien. Dav en ik hebben het koud en ons mispakt, de zwembroek blijft in de valies. We slaan een praatje met de norse koffielurkers aan hun kofferbakken en verwarmen ons binnen aan de opgestookte thermostaat. Jona heeft een blij weerzien met zijn oude vriend, Frans Toilet, terwijl iemand een bus vol OKRA-leden omkiepert vlak voor het wegrestaurant en wij achteraan de rij voor de kassa moeten gaan staan. Het vaakst bestelde menu is Le même. We herhalen wat platvloerse grappen en vragen ons af hoe het ons zal vergaan als we zelf grijsgedraaid zijn. Dav zegt dat het allemaal wel meevalt, maar moeten wij dit wel aannemen van een man die zijn eigen effectenpedaal niet eens meer weet aan te sluiten en niet meer met de wagen rijdt? We troosten onszelf met een foto, opdat wij nooit zullen vergeten.

Na een integrale luisterbeurt van David Bowie’s Low troeven we elkaar af om voor eens en altijd uit te maken wie zijn grootste fan nu is. Gezien Lennert speciaal naar de overzichtstentoonstelling te Groningen is afgezakt toen het dunne witte lijk nog niet eens koud was, mag hij met de eer gaan lopen. Al snel lijdt hij gezichtsverlies wanneer hij tegen 131 kilometer per uur zijn vest probeert uit te doen. Mocht er geen mirakel gebeurd zijn, dan lag ons stoffelijk overschot nu in een koolzaadveld. Dit was een mooi eerbetoon geweest – nomen est immers omen – maar helaas, we leven nog. Dav beseft het niet eens meer. Of ligt te slapen als een roos.

Naast flora en fauna langs de A10: een fazant en de nachtegalenstem van Lionel Richie. “Er moet iets gebeuren met Dav’s gezicht,” zegt Jona. TEC7 is helaas niet makkelijk te vinden langs de A10. Intussen neemt Lennert deel aan de nationale sport van de Fransen maar al snel vindt hij het maar niets – blijkbaar is iedere middenvakrijder een winnaar. De zon doet wat ze moet doen en het wordt 12 °C. Aan Aire Chalettereault – Antrax wil Dav scheerschuim kopen maar alle denkoefenboeken ten spijt zal hij dit vergeten. Jona ervaart een moment van inzicht wanneer hij, steunpilaar van de plastische opvoeding in onze maatschappij, L’origine du monde van Courbet herkent in een tartine triangulaire en toch wel très chère. Hij loopt rood aan en cola druipt uit zijn neus. Laat ons eerlijk zijn: Basil is in zijn kleren gekropen. Er hangt zelfs nog wat kots aan zijn mouw.

U-boot

Dit alles weerhoudt de echte Rape Blossoms-fan er niet van om ons aan eetgelegenheid Manege Gourmand aan te spreken en een handtekening te vragen in ruil voor een foto. Gezien we van mening zijn dat eerlijkheid het langst duurt en ze op het eerste zicht onvoldoende scoort op onze schoonheidsschaal, willen we liever niet dat zij ook op de foto staat. Ondanks de taalbarrière lijkt ze dit te begrijpen, ze neemt de foto en vervoegt dan met geheven hoofd haar ouders. Zonder al te veel woorden zien we haar liever later nog eens terug. Als fans gepamperd willen worden, kunnen ze elders terecht. Wij eten intussen in alle rust verder.
De jongens vinden dat ik ook eens iets over mezelf moet schrijven. Ik sta open voor elke suggestie en vind dit een goed plan maar uiteindelijk blijk ik volgens de jongens toch niet interessant genoeg te zijn. Als ze me met één woord zouden moeten omschrijven, kiezen Lennert en Jona voor ‘vervangbaar’, Dav ‘koffie’. Lennert vindt me wel handig als zijn zonnebril opgeblonken moet worden.

Even is er ophef en twijfel wanneer de omgeving verdacht veel op die van Noord-Italië begint te lijken, met al die dennetjes volgens Dav en de Romaanse architectuur her en der. Heeft Lennert ergens de verkeerde afslag genomen of zijn we in een tijdlus beland? Gelukkig kan ik de tourgids van Toutpartout raadplegen en is Nikimo zo vriendelijk geweest de kaart van Europa te copypasten op pagina 2. Hoewel deze vrij klein uitgevallen is kunnen we ons niet langer vergissen – we zijn wel degelijk in Frankrijk. Maar wat voor een Frankrijk, nu blijkt dat we straks in de Klaus Barbie Rock School optreden. Dav wil dan nog eens speciaal die U-boot in Bordeaux bezoeken, pikte gisteren direct The Boys from Brazil uit mijn boekenkast en is eergisteren allerheil nog naar de kapper geweest om zo’n zwarte bles. We vermoeden opgezet spel maar besluiten af te wachten want de tour legt ons momenteel geen windeieren en wie weet is het allemaal maar een scheet in een fles. De geschiedenis hoeft zich niet altijd te herhalen.

Gezien Dav een act op zich is, wenst Jona de rest errond te bespreken. Na zijn interessante maar vruchteloze poging om een sax in ons spel te sluizen brengt hij nu een constructie van spiegels en lasers ten berde – hij heeft zelfs foto’s bij. Dat hij dit gestolen heeft van een Britse kunstenaar en 2005 voldoende gedateerd vindt, is bijzaak. Lennert en ik vinden het allemaal maar een beetje op Entrapment lijken, die film met Sean Connery en Cathérine Zeta-Jones, en zodus gaat het zaadje verloren op onze rotsvaste nostalgie waarmee we in de file rond Bordeaux verzanden.

Een kiwi is geen Aussie

Lennert zet voor de vierde maal “Speed of Life” van Bowie op. We laten hem doen, anders brengt hij ons weer naar huis en dat zou jammer zijn want we zijn er nu bijna. Hij is niet zo onder de indruk als we de parel genaamd Bordeaux aan de oevers van de Gironde zien liggen – hij is hier al eens geweest op kosten van de Vlaamse Gemeenschap, en ook al was dit weggesmeten geld en is hij dit inmiddels vergeten, maakt Bordeaux weinig indruk op hem, tot hij per abuis op de busstrook blijkt te rijden. Lennert heeft nu toch wel een keer goesting in een pintje, maar de mensen op straat zijn hem keer op keer voor. We vragen ons af of ze hier geen paasvakantie kennen, want er hangen veel jongeren rond aan de school en ze kijken boos. Lennert is intussen zo nuchter dat hij ‘Barbie’ precies gehersenspoeld blijft prevelen, en als Dav dan nog eens ‘Eins, zwei’ roept tijdens het uitladen van ons materiaal is de maat vol. We wijzen hem op zijn ongepast gedrag en dit maakt prompt indruk: hij gaat zich backstage scheren en zal later op hotel direct een douche nemen. Voor ons was zijn mond wassen voldoende, maar Dav neemt lichaamshygiëne nu eenmaal ernstig. We vrezen dat hij zich op een dag nog eens kapot zal kammen.

Het ergste moet nog komen. Niemand in de Rock School kent ons of weet wat we komen doen. Dit is ergens ook niet verwonderlijk omdat we ons op een school bevinden en ze er nog veel moeten leren. Er hangt geeneens een projector aan het plafond en Lennert zegt dat we al van geluk gaan mogen spreken als we al geluid hebben. Nu we het zo zien, zal Arno gisteren niet zonder reden ziek geweest zijn. We gaan iets drinken op een terras om een statement te maken en doden de tijd met vier pinten en zicht op Françaises met côte-d’azuurblauwe mantelpakjes. We krijgen geen groen licht maar zijn intussen wel bruin. Alles wordt een waas. We ontmoeten een man die Burgers heet, eten zoete patat in een dubbeldekker en belanden in de hoerenbuurt. We roepen om onze mama’s want we denken straks als een lul vol tanden op podium te staan maar gelukkig valt alles wel mee en spelen we een retestrakke show voor tweehonderd nieuwe fans.

Eind goed al goed zou je kunnen zeggen, tot ik een Kiwi voor een Aussie neem en op mijn muil krijg van Dion, de Nieuw-Zeelandse bassist van APTBS. Als een volleerd hulpverlener ga ik hier empathisch mee om en bied hem aan het backstage met rum-cola bij te leggen. Dat Dion al meer dan een jaar alcoholvrij is en nu als een asceet door het leven gaat, was ik vergeten. Hij aanvaardde de andere wang. Het wordt een lange, pijnlijke avond en ik durf niet alleen naar het hotel omdat ik vrees onderweg wakker te worden zonder nieren en de beurt van mijn leven want als je maar even in Bordeaux bent moet je het ervan nemen – het is geen toeval dat je in plaats van Bordeaux, bonjour en au revoir evengoed boudoir tegaar kunt zeggen. Uiteindelijk eindigt mijn dag toch nog met een Dell op mijn schoot, en Lennert zegt me voor het slapengaan dat als ik zo blijf voortdoen, ze bij Enola extra servers zullen moeten kopen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − twee =