Aruán Ortiz Trio :: Hidden Voices

Na decennia van vijandigheden en embargo’s, lijkt het dankzij de progressieve politieke beleidsvoering in de Verenigde Staten eindelijk wat beter te gaan in de relatie met buurland Cuba. Hoewel het ongetwijfeld nog even zal duren vooraleer de twee naties elkaar opnieuw lieflijk in de armen zullen sluiten, zorgen pianist Aruán Ortiz en zijn Amerikaanse collega’s Eric Revis en Gerald Cleaver alvast voor creatieve gensters op microniveau.

Muzikanten hebben zich natuurlijk nooit veel aangetrokken van de verschillende twisten en ideologische onenigheden waarin hun landen waren verwikkeld. De kruisbestuiving tussen Afro-Cubaanse muziek en jazz begon reeds in de jaren ’40 onder impuls van onder meer Dizzy Gillespie en zou mede daardoor stand houden doorheen de zwaarste (nucleaire) crisissen. Ondertussen vormen de Cubaanse jazzpianisten min of meer een aparte categorie omdat ze naast hun technische virtuositeit veelal een Latijns-Amerikaanse toets binnen het idioom brengen – denk maar aan Gonzalo Rubalcaba of Roberto Fonseca – maar de in New York residerende Ortiz is van een heel andere strekking. De muziek van deze in 1973 geboren pianist helt namelijk stevig over in avant-garde jazz, al ziet hij daar geen reden in om zijn Cubaanse roots te verloochenen.

Ortiz kwam de afgelopen jaren bovendrijven met enkele albums voor Sunnyside Records en Fresh Sound New Talent, waarvan vooral het cerebrale Orbiting een blijvende indruk naliet. Ondertussen trok hij ook enkele keren op tournee door Europa en was hij verantwoordelijk voor een even memorabele als vreemde passage in de Hnita-hoeve in kwartet met drummer Gerald Cleaver. Die laatste had zich namelijk van trein vergist en zou pas na 23u arriveren, net op tijd voor de tweede set, waarna het kwartet plots als een raket ging acteren. Het mocht duidelijk zijn dat Cleaver het goed kon vinden binnen het bochtige muzikale terrein van Ortiz, waarin dubbele bodems meer regel dan uitzondering zijn, dus zijn aanwezigheid op de nieuwe trioplaat van de Cubaanse pianist is niet meteen een verrassing. Tel daar nog de ijzersterke bassist Eric Revis bij – naast zijn werk bij Branford Marsalis ook zelf een imposant bandleider – en de voorwaarden voor een topplaat zijn al voor de helft ingevuld.

Inspiratie voor de opvallend diverse composities vond Ortiz in verschillende hoeken. Het is geen geheim dat de pianist zich tijdens het componeren wel eens laat leiden daar architecturale concepten – in New York cureerde hij een concertreeks getiteld Music & Architecture – maar daar plakt hij dan net zo goed werk van Ornette Coleman aan vast, zijnde het nogal obscure “Open Or Close”, een stuk dat bij hem wel vaker opduikt. De spanning tussen vrijheid en een rigide structuur lijkt het verbindende element binnen het repertoire. Thema’s die als eindeloze kronkels verderkruipen en improvisaties binnen een onhandig hinkende polyritmische omgeving, wat dat betreft is opener “Fractal Sketches” meteen een mooie inleiding voor wat de luisteraar allemaal te wachten staat.

De technische vaardigheden van Ortiz staan als een paal boven water en worden benadrukt wanneer hij de soms aartsmoeilijke, elkaar tegenwringende partijen voor linker- en rechterhand (vaak verdubbeld door Revis’ contrabas) feilloos weet af te haspelen zoals in het geweldige “Analytical Symmetry”. Ook wanneer Thelonious Monks “Skippy” wordt ingezet – een van ‘s mans meer uitdagende stukken – worden de kwaliteiten van dit hechte trio in de schijnwerpers gezet, met een glansrol voor de altijd ritmische en swingende, maar toch onwaarschijnlijk vrij drummende Cleaver. Het populaire Cubaanse deuntje “Uno, Dos Y Tres, Que Paso Más Chévere” weet Ortiz dan weer om te toveren tot een impressionistische ballad, waardoor het op en top feestelijke stuk een bedeesd, contemplatief kantje krijgt.

Er wordt verder ook nog wel eens naar de Cubaanse muziek verwezen, vooral dan in “Caribbean Vortex-Hidden Voices”, dat met claves (een percussie-instrument dat vaak met het land wordt geassocieerd) wordt in- en uitgeleid. Het stuk drijft op slechts enkele welgeplaatste akkoorden en ritmische patronen van eenzame noten, waarmee het trio een spanning opwekt die langzaam vervaagt, maar niet zozeer wordt opgelost. Het lijkt wel symbolisch, alsof het een vooruitblik is op dingen die het trio in de toekomst nog wel zal aanpakken. Het mag dan gerust wishful thinking zijn, maar van zo’n perspectief houden we wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 4 =