João Camões, Jean-Marc Foussat & Claude Parle:: Bien Mental

Het is hier al vaker aangehaald: de versplintering van de vrije muziek over talloze microlabels die voortdurend heen en weer schipperen tussen verlieslatend en voorzichtig zelfbedruipend, heeft wel als voordeel dat het een zeer kleurrijk en internationaal plaatje oplevert. Zweden, Noorwegen, Zwitserland, Portugal, Polen, Litouwen, Duitsland, België, allemaal hebben ze een bijdrage te leveren. Een van de recentere Franse labels is Fou Records, dat intussen goed is voor anderhalf dozijn releases en dat nu dit speciale plaatje aan de man brengt.

De Fransen hebben altijd al een rol gespeeld. BYG Actuel was ooit een artistieke vrijhaven voor heel wat Amerikaanse expats en ook anno 2016 maken een paar labels er het mooie weer. Ayler Records, Rogueart, Dark Tree Records en een reeks anderen zijn intussen niet meer weg te denken uit de internationale improvisatie. Elektronicaspecialist Jean Marc Foussat, in de jaren negentig al betrokken bij de oprichting van Potlatch, startte een aantal jaren geleden zijn eigen Fou Records, waarop doorgaans Franse muzikanten te horen zijn (Jean-Luc Cappozzo, Joëlle Léandre, Raymond Boni, hijzelf …), maar regelmatig ook buitenlandse zwaargewichten aan bod komen. In 2014 kwam hij op de proppen met een bejubelde concertopname van het tot de verbeelding sprekende kwartet Derek Bailey, Joëlle Léandre, George Lewis en Evan Parker. En nu is er deze opvallende samenwerking van Foussat met accordeonist Claude Parle en de Portugese altviolist João Camões.

Opvallend omdat het twee veteranen (Foussat is een jonge zestiger, Parle bijna zeventig) bij een jonge dertiger brengt, maar natuurlijk ook door de merkwaardige en zeldzame combinatie van instrumenten en achtergronden. Zo is Parle klassiek geschoold, maar ging hij zich al in de jaren zestig toeleggen op vrije muziek, werkte hij als danser en acteur, én was hij in de weer met dichters en visuele artiesten. Foussat is al actief sinds de jaren zeventig en legt zich vooral toe op analoge synths, zoals de EMS VSC3, een compact model dat vooral gepopulariseerd werd door een resem artiesten uit de progressieve en elektronische muziek van de jaren zeventig. Camões is dan weer een exponent van Coimbra die in Lissabon belandde en hier aan bod kwam als lid van Earnear (met Rodrigo Pinheiro en Miguel Mira) en het strijkerstrio Open Field (met Marcelo dos Reis en José Miguel Pereira), dat onlangs nog een prachtdebuut uitbracht met veteraan Burton Greene.

Op Bien Mental, opgenomen begin 2015, leidt het trio tot een samenwerking waarin maximaal wordt ingezet op het dynamische potentieel van deze drie instrumenten. Jazz komt er niet bij kijken en van suggestief en ingetogen microtonale spelletjes is al evenmin sprake, ookal lijkt dat even waarop aangestuurd wordt in opener “L’autre bout”. Het gaat erg dromerig en zacht van start, met lang aangehouden klanken en subtiel opduikende boventonen van accordeon en altviool, en daaronder een zoemende synth. Gaandeweg maken de iele klanken plaats voor expressievere geluiden, waardoor het samenspel luider, dichter en excentrieker gaat klinken. De synth sist en ruist, imiteert een familie sprinkhanen en voor je het beseft, ben je in een haast agressief en fysiek samenspel beland, met hikkende erupties van de accordeon, nerveus wringende strijkstoksprongen op de altviool en een bescheiden geluidsmuur van het trio. Een korte introductie die meteen duidelijk maakt dat de drie een zo breed mogelijke dynamiek ambiëren, en die ook zullen aanhouden voor de duur van het album.

De twee resterende stukken, “À vingt ans” en “Déchirure”, goed voor respectievelijk een kloeke dertien en twintig minuten, zetten in op lang uitgesponnen contouren waarin de boel voortdurend transformeert. Er zijn een aantal stiltes en passages waarin basisideeën even in alle rust binnenstebuiten gekeerd worden, maar het zijn slechts tijdelijke rustpunten, muzikale afdakjes die maar even voor beschutting zorgen. In “À vingt ans” buit Foussat het bereik van zijn synth met aanzwellende raygun-golven verder uit, terwijl accordeon en altviool af en toe innig rond elkaar gevlochten worden, of net contrapunteffecten opzoeken. Een grillig parcours waarbij het regelmatig moeilijk te zeggen is waar het ene instrument begint en het andere ophoudt, en het aanvoelt alsof ze elkaar muzikaal te lijf willen gaan.

Dat maakt van Bien Mental geen plaat die je op de achtergrond opzet of waarvoor je even onderuitgezakt in de zetel gaat hangen. Het zou jammer zijn om de ritmische stuwing aan het begin van “Déchirure” op die manier te missen, of het intense spel van timbres en contrasten, de vloed van verklankte ideeën die in z’n meest extreme momenten bijna tegen de noise aanleunt. Wat de drie individueel doen is op zich niet nieuw, en zeker in Foussats spel hoor je ideeën die verwant zijn aan wat er de voorbije decennia gebeurde bij bands aan het spacey/kosmische uiteinde van de rock-‘n-roll, net zoals het fezelende gedruppel dat uitmondt in een ruisende regenmuur al even tot het vocabularium van dit soort improvisatie behoort, maar wat er tussen de drie gebeurt, biedt meer dan voldoende afwisseling en dynamiek om tot het einde te boeien. Aanbevolen voor liefhebbers van old school elektroakoestische impro met een eigen twist.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =