Cian Nugent :: Night Fiction

Instrumentale gitaristen die de stap naar het gezongen woord zetten. Het is hoe langer hoe meer een tendens aan het worden: in 2014 gooide Steve Gunn al hoge ogen, vorig jaar outte James Blackshaw zich als singer-songwriter en ook Ryley Walker bracht met Primrose Green een topplaat binnen het genre uit. Enter 2016 en Cian Nugent komt aanzetten met een volwaardige singer-songwriterplaat.

Nugent lijkt goed op weg om al zijn langspelers tot volledig verschillende werkstukken te maken. Was zijn debuut Doubles nog een sterk op het werk van John Fahey en Robbie Basho leunende mystieke fingerpickingplaat, dan trok het uitstekende Born With The Caul die klank open naar de jaren zeventig, waarbij langgerekte psychedelische groepsjams de plak zwaaiden. Ook Night Fiction heeft die periode uit de muziekgeschiedenis na aan het hart liggen, maar verschuift de nadruk opmerkelijk richting de invloed van figuren als John Martyn, Tim Buckley en Neil Young, zangers die de gitaar een prominentere plaats dan puur begeleiding toedichten.

Het muzikale wasdom dat The Cosmos, Nugents backingband, op Born With The Caul liet horen, is ook hier erg aanwezig en biedt opnieuw de perfecte ondersteuning voor zijn veelzijdige gitaarspel. De grootste breuk ligt hem dan ook in de vocals. Waren we een jaar geleden live nog niet helemaal overtuigd van Nugents kunnen als zanger, dan weten zijn beperkte bereik en weinig expressieve declamering hier toch grotendeels te overtuigen. Met zijn nauwelijks verholen Ierse tongval en ietwat benepen klankkleur kan hij hier zelfs een zekere charme aan zijn beperking geven. Toch zal Nugent nooit een begenadigd zanger worden en dat is de reden dat een plaat met het potentieel van pakweg Ryley Walker’s fantastische Primrose Green, toch blijft hangen rond de gewone onderscheiding.

Voor zijn instrumentale prestatie krijgt Nugent wel grootste onderscheiding. Night Fiction laat een alsmaar meer op elkaar ingespeelde band horen en ook in minder extatische contexten wordt een uitstekend samenspel gecreëerd. Neem bijvoorbeeld de langgerekte uitgeleide van het rustige “Shadows”, waar de band zich alsmaar strakker rondom Nugents modulaties wikkelt en zodoende een broeierige nachtsfeer creëert. In het voortvarende “First Run” jutten de muzikanten elkaar dan weer op tot extase. De langgerekte afsluiter “Year Of The Snake” is op dat vlak wellicht het hoogtepunt van de plaat: de trage opbouw herinnert aan alles tussen Can (die repetitieve dynamiek!), Crazy Horse (die gitaarsolo!) en Velvet Underground (die op de achtergrond krassende viool!).

Nugents gitaarspel weet ook steeds duidelijker een eigen niche af te bakenen en zijn gemakkelijk herkenbare stijl wordt hier nog meer uitgepuurd. Beste visitekaartje daarvan is het korte maar prachtige “Lucy”, een instrumentaal solonummer dat in niets moet onderdoen voor de nummers met volledige band. Ook in “Nightlife” omkadert Nugent de vocale stukken met erg herkenbaar gitaargetokkel dat meteen aan zijn bekendste nummer “Grass Above My Head” doet denken, al balanceert hij dat hier uit met introspectief gezongen strofes die aan het intiemste werk van Neil Young doen herinneren.

“Things don’t change that fast” zingt Nugent in het gelijknamige nummer, een uiting die in zekere zin ook opgaat voor het parcours dat de jonge Ierse muzikant aan het afleggen is. Geen enkele van zijn platen voelt aan als een grove breuk met het verleden, maar als een logisch vervolg aan eerder verkende horizonten. Night Fiction haalt dan misschien niet het topniveau van zijn voorganger, toch zijn er genoeg aanknopingspunten met het verleden om Nugents wat matige vocals met de mantel der liefde toe te dekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + vier =