Frank Zappa :: Roxy: The Movie

De in 1993 schielijk aan prostaatkanker bezweken muzikant en meestercomponist Frank Zappa was een baas, een genie, voor velen een god zelfs. 2015 is voor hen een herdenkingsjaar: moest hij niet zo vroeg gestorven zijn, zou hij dit jaar 75 geworden zijn.

Om deze wat wrange verjaardag in de verf te zetten, komen de nazaten van Zappa met Roxy: The Movie. Eindelijk, na een dikke veertig jaar, kunnen fans hun hart ophalen aan de gefilmde neerslag van de drie concerten die hij tussen 8 en 10 december 1973 in L.A.’s Roxy Theatre gaf, samen met zijn band The Mothers Of Invention. Waarom er zoveel tijd over ging vooraleer de film het publiek bereikte? Technische problemen die nu pas – met behulp van allerlei digitale snufjes – de wereld uitgeholpen konden worden. Jammer dat het zo lang moest duren, maar gelukkig maakte de trailer al duidelijk dat de film het lange wachten waard is.

De concertfilm werd gefilmd tijdens de hoogdagen van olifantenpijpen, platformschoenen en Chewbacciaanse gezichtsbeharing. Het waren – wat ons betreft alvast – ook Zappa’s beste tijden. De periode waarin hij Over-Nite Sensation, Zoot Allures en Apostrophe uitbracht en ook “Roxy & Elsewhere”, het legendarische livealbum dat werd gepuurd uit de drie concerten in The Roxy.

Frank Zappa gedraagt zich tijdens het optreden als een leraar, een pestkop, een regisseur, een grote broer, een dirigent en een verteller. Hij heeft vooral de uitstraling van een door een immense blijdschap bevangen ukkepuk, die voor het eerst de gehoornde poorten van Bobbejaanland binnenstapt. Zo hard staat hij zich op het podium van het Roxy Theatre te amuseren.

Soleren mocht bij Zappa – was verplicht zelfs – en een beetje muzikant geniet daar natuurlijk ongelooflijk van. En Zappa geniet – als hij zelf niet aan de bak moet – overduidelijk mee. Als de immer breeduit lachende Napoleon Brock Murphy in opener “Cosmik Debris“ een fluwelen saxsolo uit zijn longen perst, zit de grootmeester op een stoel achterovergeleund geamuseerd toe te kijken, onderwijl zijn zoveelste sigaret paffend.

Tijdens “T’Mershi Duween” valt voor het eerst echt op hoeveel percussie The Mothers in stelling brachten aan de linkerkant van het podium: maar liefst twee drummers! Tel daar nog de bevallige Ruth Underwood met haar marimba’s en andere xylofoons bij én Zappa zelf. Tijdens “Dog/Meat” duikt hij – niet onverdienstelijk overigens – tussen de slaginstrumenten en staan ze met vier tegelijk op allerlei dingen te kloppen en te hengsten. Koebellen, gongs, pauken, noem maar op.

Tijdens “Inca Roads” zijn de vocale honneurs voor George Duke, de spitsvondige orgelist die Frank Zappa doorheen zowat de hele jaren zeventig – zittend achter zijn batterij keyboards – bijstond. Mogen ook even in het spotlicht staan: de broers Tom en Bruce Fowler, waarvan er één – koelbloedig sigaren rokend – op een hoog niveau staat te bassen en de ander zich van de trombone bedient en gekke dansjes doet.

Af en toe, zoals in het instrumentale “Don’t You Ever Wash That Thing” munten de bandleden uit in visuele humor. Schijnbaar achteloos, doch overduidelijk ingestudeerd, staan ze tijdens momenten van stilte hun haar te kammen. In het daaropvolgende “Cheepnis” – een ode aan goedkope monsterfilms – laat Zappa zich vocaal bijstaan door saxofonist Napoleon Brock Murphy. Daarna zorgt de grootmeester voor een waar hoogtepunt door “I’m The Slime” van stal te halen, prijsbeest uit Over-Nite Sensation en zijn tirade tegen televisie. Aan het einde van de song bewijst hij nog maar eens dat hij niet alleen een meestercomponist is, maar ook een geniale gitarist.

Tijdens afsluiter “Be-Bop Tango (Of the Old Jazzmen’s Church)” gaat het dak er helemaal af. Eerst nodigt hij een stel mensen in het publiek uit het podium te betreden en zo gek mogelijk te dansen. Om ze daarna volledig de grond in te boren en een ingehuurde, schaars geklede danseres uit zijn hoed te toveren, die toont hoe het wel moet. Aan het einde van de song (en het optreden) is het podium omgetoverd in een krioelende massa van uitzinnig huppelende en springende mensenlijven.

Iedereen die van Zappa houdt zal Roxy: The Movie om vingers en duimen bij af te likken vinden. Het is niet alleen een fantastische concertfilm, hij vat ook prima de tijdsgeest van begin jaren zeventig. Wie beginner is en het oeuvre van de gesjeesde toondichter nog niet kent, loopt het risico verhangen te geraken aan de genialiteit van zijn werk. U weze gewaarschuwd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − dertien =